HvJ: Prejudiciële vragen over Nederlandse A1-verklaringen

Balandin (onderdaan Russische Federatie) en Lukachencko (onderdaan Oekraïne) zijn werkzaam voor Holiday on Ice Services Nederland bv (X). X organiseert in de wintermaanden in verschillende landen, onder andere lidstaten van de EU, ijsshows. X maakt daarbij gebruik van medewerkers met verschillende nationaliteiten, onder wie onderdanen van landen die niet behoren tot de EU (derde landers). Sinds een groot aantal jaren heeft de Sociale Verzekeringsbank (SVB) ten behoeve van deze derde landers A1 verklaringen afgegeven. Met deze verklaringen werd vastgesteld dat op hen de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving van toepassing was. Met ingang van het seizoen 2015/2016 heeft de SVB geweigerd A verklaringen af te geven voor de derde landers werkzaam bij X. Volgens de SVB was de afgifte over de jaren daarvoor ten onrechte geweest en is besloten zijn beleid ook op de aanvragen van X toe te passen. Uiteindelijk heeft de SVB alsnog A1 verklaringen afgegeven tot 1 mei 2016. Het seizoen eindigde echter op 22 mei 2016, zodat over deze laatste weken nog een geschil bestaat. Hiervoor is besloten om nog een geschil te laten bestaan dat aan de rechter kon worden voorgelegd. De SVB is van mening dat voor derde landers zoals Balandin en Lukachencko op basis van toepasselijke EU verordeningen geen A1verklaringen (meer) afgegeven kunnen worden. De CRvB heeft aan het Hof van Justitie verzocht om te oordelen of het standpunt van de SVB al dan niet juist is.

Reageer