Hoge sectorpremiepercentage omdat arbeidsovereenkomst omvang werkzaamheden niet vermeld

X heeft met een aantal van haar werknemers een schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten voor de duur van een jaar, waarin is overeengekomen dat zij in dienst treden voor een dienstverband van nul uren per week. Drie maanden na aanvang van het dienstverband zijn de arbeidsovereenkomsten d.m.v. toevoegingen gewijzigd waarin is vastgelegd dat het dienstverband, de resterende negen maanden het gemiddeld aantal uren dat de werknemers gedurende de eerste drie maanden van hun dienstverband hebben gewerkt, bevat. C claimt het lage sectorpremiepercentage. De Belastingdienst acht het hoge sectorpremiepercentage van toepassing. Over 2014 en 2015 zij over het verschil in premies naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd. De vraag is of X ten aanzien van de laatste negen maanden van de arbeidsovereenkomsten het lage sectorpremiepercentage heeft mogen toepassen. Of het hoge of lage sectorpremiepercentage van toepassing is, is zowel afhankelijk van de duur van de gesloten arbeidsovereenkomsten, als van de in de arbeidsovereenkomsten vastgelegde omvang van de te verrichten arbeid. Bij aanvang van het dienstverband wordt voldaan aan de voorwaarde dat de werknemers blijkens een schriftelijke overeenkomst voor ten minste één jaar in dienstbetrekking zullen staan tot X. De omvang van de te verrichten werkzaamheden is niet in de overeenkomst vastgelegd waardoor niet volledig wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor toepassing van het lage sectorpremiepercentage. Vanaf het moment dat de overeenkomsten d.m.v. toevoegingen zijn gewijzigd, doet de omgekeerde situatie zich voor: de omvang van de werkzaamheden is vastgelegd, maar slechts voor de resterende negen maanden van de dienstbetrekking, waardoor niet wordt voldaan aan het vereiste dat er sprake moet zijn van een arbeidsovereenkomst voor ten minste één jaar. Dat de werknemers na afloop van het eerste jaar wederom een overeenkomst krijgen aangeboden maakt dat niet anders; dat betreft immers een arbeidsovereenkomst voor de duur van twaalf maanden zonder vaste arbeidsduur. De Rechtbank is van oordeel dat X geen aanspraak heeft kunnen maken op toepassing van het lage sectorpremiepercentage (Rechtbank Den Haag 31 mei 2017, nr. 17/895 en 17/897).

Reageer