Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over premieplicht van met onbetaald verlof zijnde Nederlandse skilerares in Oostenrijk, Hoge Raad 30 oktober 2015, 14/05346

Een werknemer is met haar Nederlandse werkgever onbetaald verlof overeengekomen voor de periode 1 december 2008 tot en met 28 februari 2009. Tijdens haar verlof heeft zij in loondienst gewerkt als skilerares voor een Oostenrijkse Skischule. Zij acht zich gedurende het onbetaald verlof in Nederland vrijgesteld van premieplicht, omdat zij verzekerd zou zijn in Oostenrijk. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden (16 september 2014, nr. 13/01165) bleef zij verzekerings- en premieplichtig in Nederland. De Hoge Raad heeft echter Unierechtelijke twijfels. Daarom legt hij de zaak voor aan het Hof van Justitie met de volgende vragen:

  1. Moet Titel II van Verordening (EEG) nr. 1408/71 zo worden uitgelegd dat een in Nederland wonende werknemer die zijn werkzaamheden normaliter in Nederland verricht en die gedurende drie maanden onbetaald verlof geniet, geacht wordt tijdens die periode (mede) werkzaamheden in loondienst in Nederland te blijven verrichten indien (i) de dienstbetrekking gedurende deze periode blijft voortbestaan en (ii) deze periode voor de toepassing van de Nederlandse Werkloosheidswet wordt aangemerkt als een periode waarin werkzaamheden in loondienst worden verricht?

2.a. Welke wetgeving wordt door Verordening (EEG) nr. 1408/71 als toepasselijk aangewezen indien deze werknemer gedurende het onbetaald verlof werkzaamheden in loondienst uitoefent in een andere lidstaat?

2.b. Is daarbij nog van belang dat de betrokkene in het volgende jaar tweemaal en in de daarop volgende drie jaren telkens eenmaal gedurende een periode van ongeveer één tot twee weken in dezelfde andere lidstaat in loondienst heeft gewerkt, zonder dat in Nederland sprake was van onbetaald verlof?

Reageer