Hoge Raad mag niet oordelen over verkeerde toepassing art. 13 AOW (korting wegens niet-verzekerde tijdvakken)

Een man bezit niet de Nederlandse nationaliteit. Hij heeft van 1964 tot medio 1968 aan boord gewerkt van zeeschepen met een Nederlandse thuishaven. Op grond van toenmalige regelgeving was hij vanwege zijn nationaliteit uitgesloten van de kring der verzekerden voor de AOW. Destijds was dit onderscheid naar nationaliteit niet in strijd met enige internationaalrechtelijke bepaling. Een doorwerking van dit onderscheid naar het heden is echter niet gerechtvaardigd, zodat voor de toepassing van art. 13 AOW (korting wegens niet-verzekerde tijdvakken) die tijdvakken (1964-1968) toch niet tot korting mogen leiden, aldus de Centrale Raad van Beroep. De Sociale Verzekeringsbank heeft daartegen cassatieberoep ingesteld. Op grond van art. 53 AOW kan verkeerde toepassing van art. 13 AOW echter geen grond zijn voor cassatie. De Hoge Raad (10/05/2015,14/02710) komt derhalve niet toe aan een inhoudelijke beoordeling.

 

Reageer