Hoeveel pensioenopbouw minder door Rutte II? Een rekenvoorbeeld

In diverse media wordt bericht over de gevolgen van Rutte II voor de pensioenopbouw. Ik lees soms 20% tot 25% minder pensioen. Dit weekend las ik dat je nog maar maximaal 40% van je laatst verdiende salaris kunt opbouwen. En kort geleden schreef ik zelf op Twitter dat de achteruitgang ongeveer 45% was. Wat is nu juist? Tijd voor een duidelijk rekenvoorbeeld.

Ik neem als voorbeeld een werknemer met een salaris van € 50.000,-. Deze werknemer bouwt pensioen op vanaf 25 jaar en doet dat op basis van eindloon.

Ik weet dat eindloon bijna niet meer bestaat, maar dit geeft wel een goed beeld van het maximale fiscale kader voor pensioenopbouw en zorgt voor een eenvoudig rekenvoorbeeld. Daarom kies ik in mijn voorbeeld voor eindloon. De procentuele verschillen in een middelloonregeling zullen ongeveer gelijk zijn.

Bij de berekening hou ik rekening met een AOW franchise van € 13.062,-. Het huidige minimum. De pensioenopbouw vind dus plaats over een pensioengrondslag van € 36.938,-.

Wetgeving Witteveen

De Witteveen wetgeving, sinds 1999, gaat uit van 2% eindloon met een pensioenleeftijd van 60 jaar. Het op te bouwen pensioen voor mijn voorbeeld werknemer is € 25.857,- (70% eindloon).

Ik vergelijk alle pensioenen hieronder met het oude Witteveenkader. Dat doe ik om te laten zien hoeveel een jonge werknemer nú minder kan opbouwen ten opzichte van een oudere werknemer die nu net met pensioen is gegaan.

Wetgeving VPL

Vanaf 2005 is het Witteveenkader aangepast. De pensioenleeftijd is verhoogd naar 65 jaar. Het maximaal op te bouwen pensioen is nog steeds 2%.

Onze werknemer bouwt dan een pensioen op van € 29.550,- (80% eindloon) uit te keren vanaf 65 jaar.

Dit pensioen is hoger doordat hij 5 jaar langer werkt, maar dat hogere pensioen wordt later uitgekeerd.

Om het te kunnen vergelijken met Witteveen heb ik berekend hoeveel pensioen hij zou krijgen als hij op 60 jaar zou stoppen met werken en vervroegd zijn pensioen zou laten ingaan. Dat vervroegde pensioen is € 18.898,- (51% eindloon).

Ten opzichte van Witteveen een achteruitgang van bijna 27%.

Kunduz akkoord

Op 1 januari 2014 gaat de pensioenleeftijd naar 67 jaar en de maximale opbouw wordt verlaagd naar 1,9% eindloon.

Onze werknemer bouwt dan een pensioen op van € 29.478,- (80% eindloon) uit te keren vanaf 67 jaar.

Dit pensioen is ongeveer gelijk aan VPL, ondanks het lagere percentage. Dat komt doordat hij 2 jaar langer werkt. Dit pensioen wordt ten opzichte van VPL 2 jaar later uitgekeerd en ten opzichte van Witteveen 7 jaar later.

Om het te kunnen vergelijken met Witteveen heb ik berekend hoeveel pensioen hij zou krijgen als hij op 60 jaar zou stoppen met werken en vervroegd zijn pensioen zou laten ingaan. Dat vervroegde pensioen is € 15.633,- (42% eindloon).

Ten opzichte van Witteveen een achteruitgang van bijna 40%.

Rutte II

Het kabinet Rutte II heeft in het regeerakkoord opgenomen dat het maximaal op te bouwen pensioen voor eindloon naar 1,5% zal worden verlaagd. De pensioenleeftijd blijft 67 jaar. (middelloon wordt 1,75%).

Onze werknemer bouwt dan een pensioen op van € 23.270,- (63% eindloon) uit te keren vanaf 67 jaar.

Om het te kunnen vergelijken met Witteveen heb ik berekend hoeveel pensioen hij zou krijgen als hij op 60 jaar zou stoppen met werken en vervroegd zijn pensioen zou laten ingaan. Dat vervroegde pensioen is € 12.342,- (33% eindloon).

Ten opzichte van Witteveen een achteruitgang van ruim 52%.

In de plannen van Rutte II is ook rekening gehouden met een maximering van het pensioengevend salaris op € 100.000,-. In mijn berekening heb ik daar geen rekening mee gehouden. Voor werknemers met een salaris boven de € 100.000,- is de achteruitgang dus veel groter dan de hier genoemde percentages.

In een grafiek zit dit er als volgt uit.

Nuance

De opbouw is in mijn berekening gestart vanaf 25 jaar. Dat was toen het Witteveenkader werd ingevoerd ook gebruikelijk. Inmiddels is de aanvangsleeftijd in de meeste pensioenregelingen 21 jaar. Hierdoor bouwt een werknemer tegenwoordig over 4 jaar meer pensioen op. Als ik die meeneem in de berekening dan is de achteruitgang Rutte II ten opzichte van Witteveen geen 52% maar 46%.

Er waren onder Witteveen weinig pensioenregelingen die het maximale fiscale kader volledig benutten. De opbouw, inclusief VUT was in veel regelingen ongeveer maximaal, maar vaak was de franchise hoger dan fiscaal vereist. Als ik dat meeneem in de berekening, dan zou het verschil kleiner zijn. Daar tegenover staat dat in de periode Witteveen er een overbrugging was voor de AOW tussen 60 en 65. In mijn berekening heb ik daar geen rekening mee gehouden. Als ik de overbrugging wel mee zou nemen, dan zou dat het verschil weer vergroten. Per saldo denk ik dat deze twee elementen elkaar redelijk opheffen.

 

 

 

Reageer