Handreiking ODV-aanspraken en overlijden

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft op 13 oktober jl. een handreiking uitgegeven hoe om te gaan met de ODV-uitkeringen nadat de primair gerechtigde, de DGA is overleden.

De wet is duidelijk: de (resterende) ODV-uitkeringen kunnen alleen toekomen aan de erfgenamen. Dat betekent dat als de partner, vaak zal dat de 2e partner zijn, geen erfgenaam is, hij of zij, niet de ODV-uitkeringen kan krijgen.

Daarnaast speelt het huwelijksgoederenregime en het wettelijke erfrecht. Als er een partner is en kinderen, en de wettelijke verdeling is van toepassing, dan krijgt de langstlevende partner de ODV en de kinderen een (in beginsel) niet opeisbare vordering op de partner.

Via een legaat kan verder eenvoudig geregeld worden dat de gewenste erfgenaam de ODV krijgt (of een deel). Dit deel is dan ook bij de legataris belast (met Loonbelasting).

Ook is van belang dat de ODV bij een gemeenschap van goederen in de boedel valt en de partner dan voor wat betreft de erfbelasting al voor de helft gerechtigd is tot de waarde. Nu de ODV wel ‘verknocht’ is dient dit dan verrekend te worden

Tot slot moet de ODV voor de helft geimputeerd op de partnervrijstelling in de successiewet.

Ook als de 1e erfgenaam overlijdt, vererven  de uitkeringen weer (naar rato) naar diens erfgenamen. Net als bij een bancaire lijfrente wordt ‘de pot’ dus altijd uitgekeerd.

Al met al een duidelijke Handreiking die bevestigt dat de toebedeling van de ODV en testamentair en goed geregeld moet worden! Dat laat onverlet dat de ODV voortkomt uit een pensioentoezegging en dat de ‘vererving’ beter via een begunstiging ingevuld had kunnen worden. Echter dat is niet hoe het nu in de wet staat.

Zie de Handreiking zelf voor een aantal duidelijke voorbeelden.

 

Reageer