Gevolgen nieuwe berekening dekkingsgraad

De rente is de afgelopen jaren steeds verder gedaald. Dat heeft invloed op de financiële positie van pensioenfondsen, omdat de pensioenverplichtingen – alle toegezegde toekomstige uitkeringen – in waarde zijn gestegen en dat wordt niet volledig gecompenseerd door een waardestijging van de bezittingen van pensioenfondsen. Ook is er meer premie nodig om hetzelfde pensioenresultaat te bereiken. De hoogte van de premie is dus eveneens gevoelig voor de rentestand. In het Algemeen Overleg Pensioenonderwerpen van 3 september jl. heeft de Staatssecretaris van SZW aangekondigd onderzoek te zullen doen naar de gevolgen van de huidige lage rente en het besluit van De Nederlandsche Bank om de rekenrente (ultimate forward rate) aan te passen. Het doel van dit onderzoek is in beeld te brengen wat de effecten zijn van de lage rente voor pensioenfondsen met uitkeringsovereenkomsten en wat de rol van de aangepaste rekenrente daarin is. Hieronder volgt een samenvatting van de gevolgen op de premie en op een mogelijke korting.

 

Effecten op de premie

De effecten op de feitelijke premie zijn naar verwachting kleiner dan die op de gehanteerde kostendekkende premie. In het verleden bleken fondsen de feitelijke premie niet of slechts in beperkte mate aan te passen aan veranderingen in de kostendekkende premie, zolang de feitelijke premie hoger was dan de kostendekkende premie die fondsen hanteren. Het CPB gaat hier ook vanuit bij het maken van ramingen voor de toekomstige pensioenpremies. In een scenario waarin de feitelijke premie alleen stijgt als er geen ruimte meer is tussen de kostendekkende premie en de feitelijke premie, stijgt de feitelijke premie met 2% in 2016 en 5% in 2021. Hiervan is het effect van de aanpassing van de rekenrente-methode 1% in 2016 en 2% in 2021. In een scenario waarin het verschil tussen de gehanteerde kostendekkende premie en de feitelijke premie constant blijft (en de feitelijke premie dus in dezelfde mate stijgt als de toename van de gehanteerde kostendekkende premie) is het effect op de feitelijke premie van de aanpassing van de rekenrente-methode groter.

 

Korting op pensioenen

Op basis van de dekkingsgraden per augustus 2015, de herstelkracht uit de in 2015 ontvangen herstelplannen en zonder rekening te houden met aanvullende maatregelen zullen naar verwachting door de aanpassing van de rekenrente-methode vijf relatief kleine fondsen in 2016 een korting moeten aankondigen. Het betreft daarbij ongeveer 40.000 deelnemers. Dit is 0,2% van het totaal aantal deelnemers. Zij worden naar verwachting geconfronteerd met een gemiddelde eenmalige korting van circa 0,2%. Waarbij voor een enkel fonds de korting kan oplopen tot 0,7%. Op grond van de uit de herstelplannen blijkende verwachte stijging van de dekkingsgraad met ongeveer 16% in de periode 2016-2019 zullen er in 2020 geen fondsen zijn die in het herstelplan kortingen moeten opnemen. Wel wordt voor 2020 ingeschat dat ongeveer 25 fondsen een korting moeten doorvoeren omdat de beleidsdekkingsgraad vijf jaar lang onderbroken onder het minimaal vereist eigen vermogen ligt. Dit betreft in totaal ongeveer 700.000 deelnemers. Daarbij gaat het om een gemiddelde korting van 3%. Waarbij de korting voor een enkel fonds kan oplopen tot 10%.

Reageer