Geen recht op lijfrente-aftrek; betaling premies en bestaan pensioentekort niet aannemelijk

Op 22 februari 2018 heeft het Hof Den Bosch uitspraak gedaan (BK 16/03956) in een procedure waarbij in geschil was of belanghebbende Y recht heeft op aftrek van uitgaven voor inkomensvoorzieningen. In de zaak speelde het volgende. Y heeft in 2014 zijn aangifte IB/PVV voor 2013 ingediend en heeft daarbij onder meer een bedrag aan uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking genomen ter zake van lijfrentepremies. De inspecteur heeft bij de aanslagoplegging onder meer het aan lijfrentepremie-aftrek opgevoerde bedrag niet in aftrek toegestaan. Uiteindelijk leidde de zaak tot een hoger beroep bij het hof.

Het hof overweegt het volgende. Uitgaven voor inkomensvoorzieningen komen onder voorwaarden in aanmerking voor aftrek. In artikel 3.127 Wet IB 2001 is bepaald dat een belastingplichtige premies voor lijfrenten in aanmerking kan nemen indien sprake is van een pensioentekort in het voorafgaande kalenderjaar. Y heeft in dit verband geen stukken overgelegd en daarmee niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een pensioentekort. Bovendien heeft Y ook geen betaalbewijzen verstrekt waaruit volgt dat er in het onderhavige jaar premies voor lijfrenten zijn betaald. Gelet op het voorgaande heeft Y niet aannemelijk gemaakt dat hij recht heeft op aftrek van uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Derhalve heeft Y naar het oordeel van het hof geen recht op aftrek van uitgaven voor inkomensvoorzieningen.

De uitspraak is op www.rechtspraak.nl gepubliceerd op 15 maart 2018.

Reageer