• Home
  • Bloggers
  • Colofon
  • Contact
  • Pensioencijfers
  • Nuttige websites
  • Pensioen
  • Pencyclopedie
  • Te weinig partnerpensioen en toch geen pensioentekort

    In een groot aantal pensioenregelingen is een partnerpensioen toegezegd. In een toenemend aantal pensioenregelingen is het partnerpensioen alleen niet voldoende. Dan is er naar de beleving van veel werknemers een pensioentekort. Een pensioentekort kan worden gecompenseerd door middel van een lijfrente. Alleen bij een partnerpensioen blijkt dat niet zo te werken.

    In een toenemend aantal pensioenregelingen is het partnerpensioen niet of niet voldoende aanwezig. Als er wel een partnerpensioen is toegezegd moet je niet alleen op de hoogte letten, maar ook op het soort partnerpensioen. Er zijn  twee soorten. Een partnerpensioen op risicobasis en een partnerpensioen op opbouwbasis. Op risisobasis wil zeggen dat er een verzekering is zolang je in dienst bent. Als je uit dienst gaat, maar ook als je uit dienst gaat, vervalt het partnerpensioen. Bij een partnerpensioen op opbouwbasis wordt gespaard voor een partnerpensioen, dat ook uitkeert bij overlijden na uitdiensttreding of pensionering. Bij een partnerpensioen op risicobasis kan er dus ook sprake zijn van een tekort.

    Als je het tekort aan partnerpensioen wil oplossen door het sluiten van een lijfrente, kom je echter bedrogen uit. Een lijfrentepremie kan in mindering worden gebracht bij de aangifte inkomstenbelasting als sprake is van een pensioentekort. Dat pensioentekort wordt vastgesteld door middel van de jaarruimte formule.

    De jaarruimte wordt berekend op basis van de volgende formule: 17% x premiegrondslag. Dit bedrag dient te worden verminderd met 7,5 keer de pensioenaangroei (factor A) en de toevoeging aan de oudedagsreserve en de vrijwillig betaalde pensioenpremies die worden gefinancierd vanuit spaarloon (deblokkering). Als er voldoende aangroei is in de pensioenregeling, resulteert deze formule in geen of een beperkte jaarruimte. Dat is logisch, want er is immers voldoende pensioenopbouw. Bij het vaststellen van de factor A wordt echter uitsluitend gekeken naar de opbouw van ouderdomspensioen. Het wel of niet opbouwen van partnerpensioen heeft geen invloed op de factor A en dus ook geen invloed op het pensioentekort.

    Het komt dus regelmatig voor dat iemand behoefte heeft aan een aanvullende lijfrenteverzekering of bankrekening, maar op grond van de jaarruimte formule dus geen lijfrentepremie kan aftrekken. Naar mijn mening is dit een ernstig tekort in de lijfrente wetgeving.

    4 Reacties op “Te weinig partnerpensioen en toch geen pensioentekort”

    1. Een mogelijkheid is om gewoon te sparen als appeltje voor de dorst. Je hebt dan nu wel geen belastingvoordeel, maar later wordt over de opnames geen belasting geheven. Nog een mogelijkheid is om de hypotheek af te lossen. Dit kan via aflossingen of een levensverzekering.
      Vermogensvorming is altijd een goed idee.

      En uiteindelijk is het doel van onze regering natuurlijk dat de partner zelf ook werkt en dus zijn/haar eigen pensioen opbouwt. In werkelijkheid is het vaak nog niet zover natuurlijk.

    2. Beste Jan,

      Ik ken er nog een. Het valt ons bij De Unie op dat in oudere premievrije polissen (jaren 70/80) het nabestaandenpensioen, dat toentertijd niet op risicobasis verzekerd was, vaak niet het veronderstelde niveau van 70% van het ouderdomspensioen haalt. Volgens de verzekeraar (bij pensioenfondsen speelt dit waarschijnlijk niet of minder) is dit in orde om dat in die tijd het nabestaandenpensioen bij premievrijmaking niet tijdsevenredig behoefde te worden meegegeven, maar naar redelijkheid diende te worden vastgesteld. Redelijkheid is naar mate van financiering

      Blijkbaar zijn in die tijd premies nooit voldoende geweest voor een volwaardig ouderdomspensioen en een volwaardig nabestaandenpensioen. Veel mensen met dergelijke polissen gaan binnenkort met pensioen en komen er nu achter dat het verwachte premievrije nabestaandenpensioen fors achterblijft bij de verwachting.

      Na de woekerpolissen en woekerouderdomspensioenen nu de woekernabestaandenpensioenen?

      Groet,

      Martijn Raaijmakers
      Pensioendeskundige De Unie

    3. Een nog veel groter tekort in de lijfrentewetgeving is naar mijn mening het ontbreken van de mogelijkheid om het verlies van pensioen ten gevolge van een echtscheiding fiscaal aantrekkelijk te repareren. Dit terwijl de verzekerde in het ergste geval (partner heeft geen pensioen) toch 50% van de tot aan de echtscheiding opgebouwde OP-rechten alsmede 100% van de tot dan toe opgebouwde NP rechten kwijt kan raken. Reparatie van het “pensioengat” dat hierdoor ontstaat dienst volledig netto te worden gefinancierd. Dat dit bij een echtscheiding op latere leeftijd nauwelijks te doen is behoeft geen verdere uitleg.

      Martin de Goede

      Berkenhof Employee benefits

    Laat een reactie achter

     
     
    Feedback Form