Ex-partner moet verplicht meewerken aan omzetting in een ODV

Rechtbank Amsterdam heeft in ECLI:NL:RBAMS:2018:1755 geoordeeld dat een ex-partner verplicht moet meewerken aan de omzetting van zijn aanspraak op voorwaardelijk ouderdomspensioen.

De Rechtbank overweegt daartoe onder andere:

De rechtbank is van oordeel dat de eisen van redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding tussen ex-echtgenoten beheersen, waaronder de postsolidariteitsgedachte, in het onderhavige geval met zich brengen dat de man moet meewerken aan het prijsgeven van het verschil in commerciële waarde en de fiscale waarde van de pensioenverplichting alsmede aan het omzetten van het PEB in een ODV. Zij overweegt daartoe als volgt.

Het gevolg van het toewijzen van het verzoek van de vrouw betreffende afstempelen en omzetten betekent dat de pensioenvoorziening op de balans omlaag gaat en daardoor het eigen vermogen omhoog. Door het verminderen van de pensioenclaim en daarmee het vervallen van deze grote passief post op de balans, neemt de waarde van de aandelen toe, in welke waardestijging de man, gezien het finaal verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden van partijen, ook meedeelt. Een gedeelte van wat de man prijsgeeft wordt dus (in ieder geval deels) gecompenseerd. Tegelijkertijd onthoudt de man door zijn medewerking te weigeren de vrouw de mogelijkheid gebruik te maken van de fiscale regeling die de wetgever juist in het leven heeft geroepen om een einde te maken aan de pensioenproblematiek van DGA’s.

Indien de fiscale regeling van toepassing blijft zoals deze gold voor 1 januari 2017 – hetgeen de man voorstaat- heeft dat tot gevolg dat de vrouw in de toekomst een groot deel van haar inkomsten zal moeten aanwenden om het pensioentekort te dekken, waardoor de man in een betere situatie dan de vrouw kan komen te verkeren, als er bij de door de vrouw aan de man te betalen alimentatie met deze omstandigheid geen rekening wordt gehouden. In zijn alimentatieverzoek houdt de man op geen enkele wijze rekening met de noodzaak van het aanvullen van het pensioentekort. Dat is in strijd met de postsolidariteitsgedachte dat met zich brengt dat het dekkingstekort van het pensioen naar evenredigheid van ieders aanspraken moet worden verrekend. Bovendien blijft indien de fiscale regeling van toepassing blijft, de dividendklem bestaan waardoor het afwikkelen van de huwelijkse voorwaarden ernstig wordt belemmerd. Zelfs als de voormalige echtelijke woning wordt verkocht ontstaat er naar het oordeel van de rechtbank geen situatie waarin de dividendklem ophoudt te bestaan.

De man zal derhalve, gezien het vorenstaande in onderling verband en samenhang bezien, worden veroordeeld om mee te werken aan het afstempelen van de PEB-aanspraken en het omzetten daarvan in een ODV, middels ondertekening van het daarvoor door de belastingdienst bestemde formulier. Anders dan verzocht zal de rechtbank bepalen dat de man hieraan moet meewerken binnen een maand na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, nu deze termijn meer in de rede ligt dan de verzochte termijn van acht dagen, gezien de noodzaak tot het laten verrichten van pensioenberekeningen voor de uitwerking van bovenstaande.

De eis van de vrouw om de man te dwingen mee te werken aan conversie van de pensioenrechten over en weer wordt afgewezen. Het is verder de bedoeling dat de man, de ex-partner dus, een eigen recht op de ODV krijgt.

Een ‘aardige’ uitspraak, maar wel ‘kort (te) door de bocht’. Er kunnen voor de man immers belangen zijn om zijn recht op pensioen te willen behouden, b.v. omdat dit levenslang is en een ODV. In hoeverre de commerciele rechten van man voldoende recht doen aan 37% van de ODV is ook de vraag. Gezien de getallen lijkt de man er ‘bekaaid’ van af te komen. Ook het feit dat de commerciele waarde (aanzienlijk) hoger is dan de fiscale waarde en er daardoor geen dividend kan worden uitgekeerd, mag mijns inziens niet zonder meer reden zijn om de ex-partner te dwingen mee te werken.

Ook speelt de vraag of de ODV na omzetting en toescheiding aan de man dan wordt afgestort? De man heeft immers als vereveningsgerechtigde recht op afstorting van pensioen? Blijkbaar is dit niet gevorderd.

Een mooie casus van hoger beroep. Of dat is/wordt ingesteld is niet bekend. Dat tot slot de omzetting in een ODV een goede oplossing (alsnog) kan zijn voor het uitfaseren van pensioen met een ex, mag door deze uitspraak bevestigd zijn.

Reageer