Een redelijk voorstel tot wijziging pensioenregeling. Wat is redelijk deze dagen?

Dat pensioenregelingen de werkgever geld kosten is geen nieuws. En dat een pensioenregeling met veel extra’s duurder is, is ook geen nieuws.

Dat schept natuurlijk mogelijkheden voor de werkgever die niet verplicht bij een pensioenfonds is aangesloten. Maar de overstap van de ene naar de andere pensioenregeling is vaak niet eenvoudig. Het blijft immers een arbeidsvoorwaarde. En een werknemer heeft nu eenmaal de mogelijkheid om niet in te stemmen met een wijziging van zijn arbeidsvoorwaarden.

Dat is echter niet zomaar een recht waarop de werknemer op ieder gewenst moment zich kan beroepen. Ook de werknemer moet binnen de kaders blijven van wat in redelijkheid van hem kan en mag worden verwacht. Maar wat is redelijk deze dagen?

En een gezonde onderneming is goed op orde en heeft ook een marktconforme pensioenregeling voor haar werknemers. Dat wilde de werkgever in de kwestie die onlangs bij het hof Arnhem-Leeuwarden werd beslist ook. Niet alle werknemers waren het daar mee eens.

Vervanging

De werkgever had een nieuwe pensioenregeling in overleg met OR en vakbond onderzocht en geselecteerd en met instemming van 90% van de werknemers geïmplementeerd. Daarmee beoogde de werkgever de voordien bij ABP lopende pensioenregeling te vervangen door een redelijke nieuwe pensioenregeling. De aansluiting bij ABP was vrijwillig.

Een redelijk voorstel tot wijziging van de arbeidsovereenkomst en aanvaarding daarvan kan in redelijkheid worden gevergd van de werknemers. Dus ook van de laatste 10%.

Inlichtingen

Centraal staat de vraag of de door de werkgever aangeboden pensioenregeling bij een verzekeraar als een redelijk voorstel tot wijziging van de arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt en of de aanvaarding daarvan van vijf werknemers gevergd had kunnen worden. De werkgever diende nadere inlichtingen te verschaffen omtrent de destijds aanwezige mogelijkheden voor een andere pensioenregeling ter vervanging van de aansluiting bij het ABP.

Het hof oordeelt dat de werkgever heeft gesteld dat is onderzocht of een collectieve aansluiting bij het pensioenfonds Zorg & Welzijn, dat evenals het ABP een middelloonregeling hanteert, mogelijk was, doch dat dit niet mogelijk was, omdat dat pensioenfonds te kennen had gegeven dat de activiteiten van de werkgever niet aansloten bij de van toepassing zijnde werkingssfeer.

Ook heeft de werkgever aangevoerd dat een FPU-regeling, zoals die in de regeling met het ABP bestond, in 2008 in het kader van een middelloonregeling dan wel een beschikbare premieregeling niet meer kon worden aangeboden.

De werkgever heeft voorts aangevoerd dat destijds vier grote pensioenverzekeraars zijn benaderd.

Redenen voor de keuze voor een pensioenvoorziening bij de onderhavige verzekeraar waren volgens de werkgever dat deze verzekeraar een gematigde doorlopende provisie kende (inmiddels niet meer mogelijk) en geen toeslag rekende bij termijnbetalingen. Daarnaast bood de verzekeraar de mogelijkheid om te kiezen voor een maatschappijgarantiefonds waardoor oudere medewerkers konden sparen met een gegarandeerde opbrengst in de regeling bij de verzekeraar.

Selectie

Dit betekende onder andere een (aanzienlijke) besparing in de eigen bijdrage voor de deelnemers en een hogere aanspraak voor partners en wezen in geval van voortijdig overlijden.

De werkgever heeft de selectie en implementatie van een nieuwe pensioenregeling gedaan in overleg en met instemming van ABVAKABO FNV en in overleg met de ondernemingsraad, terwijl 90% van de betreffende werknemers heeft ingestemd met de nieuwe pensioenregeling.

Zorgvuldig

Gelet op het feit dat het voor de werkgever in redelijkheid niet mogelijk was voor de pensioenregeling aansluiting te verkrijgen bij het ABP en evenmin een FPU-regeling aan te bieden, alsmede dat de werkgever, bijgestaan door een pensioenadviseur en in overleg met de ondernemingsraad en ABVAKABO FNV, uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de reële mogelijkheden om een alternatieve pensioenvoorziening aan haar werknemers aan te bieden en dat zij uiteindelijk de onderhavige pensioenvoorziening bij de verzekeraar aan de werknemers heeft aangeboden met instemming van ABVAKABO FNV en 90% van de werknemers, is het hof van oordeel dat de aangeboden pensioenregeling bij de verzekeraar als een redelijk voorstel tot wijziging van de arbeidsovereenkomsten moet worden aangemerkt en dat aanvaarding daarvan in redelijkheid van werknemers gevergd had kunnen worden.

Het hof beslist dus terecht dat een redelijk voorstel voor een nieuwe pensioenregeling door de werknemers geaccepteerd dient te worden. Van belang is de zorgvuldigheid die de werkgever bij de opzet van de nieuwe pensioenregeling zich heeft getroost. Daar wordt de werkgever ook voor ‘beloond’ door het hof. Het loont dus om met een deskundige pensioenadviseur om tafel te gaan en te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om tot een wijziging van de pensioenregeling te komen indien dat wenselijk is.

Reageer