DNB: voorbereiding op het nieuwe pensioencontract

De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel brengt ingrijpende veranderingen en aanpassingen voor pensioenfondsen met zich mee. Volgens DNB vergen deze aanpassingen veel tijd en inzet. Uit een meting die DNB eind 2012 bij een deel van de pensioenfondsen heeft uitgevoerd, blijkt dat er grote verschillen zijn in de mate waarin pensioenfondsbesturen actie ondernemen en zich voorbereiden. DNB is er zich van bewust dat er momenteel veel op de pensioenfondsen afkomt: zo heeft een aantal fondsen kortingen moeten doorvoeren of aangekondigd, moeten aanpassingen worden gedaan in verband met het gewijzigde fiscale (Witteveen)kader en zal actie moeten worden ondernomen op de grond van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen die (op het moment van schrijven van deze bijdrage) waarschijnlijk binnenkort in werking treedt. Pensioenfondsbesturen zullen de komende tijd nog de nodige (lastige) bestuursbesluiten moeten nemen.
Naast dit alles staan pensioenfondsen voor de uitdaging om een nieuw pensioencontract te implementeren. Door tijdig te starten met de voorbereidingen kunnen pensioenfondsen volgens DNB zelf sturen op een houdbare, uitlegbare en uitvoerbare pensioenregeling. Pensioenfondsen kunnen hierdoor voorkomen dat ze in een later stadium niet (meer) voldoen aan de nieuwe wet- en regelgeving vanwege een langere doorlooptijd dan vooraf gedacht. Om inzichtelijk te maken wat DNB van de pensioenfondsen verwacht, heeft DNB als bijlage bij de hierboven genoemde brief een planningswijzer voor de pensioenfondsen gemaakt. Deze planningswijzer omschrijft de belangrijke momenten in de voorbereiding op het nieuwe pensioencontract. Uit deze planningswijzer valt op te maken dat de pensioenfondsen zich volgens DNB in ieder geval in de fase “pro-actieve analyse” moeten bevinden. In deze fase denkt DNB aan de volgende activiteiten die pensioenfondsbesturen uit kunnen voeren.

1. Vaststelling van de randvoorwaarden waaraan een nieuwe pensioenregeling moet voldoen;
2. Toetsing van de risicovoorkeuren van de pensioen- en aanspraakgerechtigden;
3. Toetsing van het huidige beleggingsbeleid aan de geuite voorkeuren;
4. In overleg treden met de sociale partners over het type pensioencontract (reëel of nominaal) dat zij wensen;
5. Het voorzien van informatie aan sociale partners en aangeven wat voor contract niet uitvoerbaar is voor het pensioenfonds;
6. Onderzoek naar de gevolgen van de keuzes van de sociale partners en de voorkeuren van pensioen- en aanspraakgerechtigden voor de administratie en het beleggingsbeleid van het pensioenfonds (bijvoorbeeld op basis van verschillende scenario’s);
7. Het maken van afspraken met de pensioenuitvoerder, vermogensbeheerder en adviseurs over de aanpassing(en) van de administratie en het beleggingsbeleid;
8. Het opstellen van een tijdslijn of planning voor het pensioenfonds, terug te rekenen vanaf 1 januari 2015.
Bovengenoemde activiteiten betreffen volgens DNB alleen de eerste fase, de zogenaamde “pro-actieve analyse”, op weg naar 1 januari 2015. DNB realiseert zich dat er nog veel vraagtekens zijn bij de nadere invulling van de nieuwe wet- en regelgeving. Echter, gezien de omvang en reikwijdte van de invulling van een pensioencontract, is volgens DNB een tijdige start van – in ieder geval – de voorbereiding essentieel. Wat deze voorbereiding betreft, zijn er volgens DNB ook al pensioenfondsen die laten zien dat dit, ondanks alle onzekerheden, prima mogelijk is. Door middel van seminars en terugkoppeling aan de sector, zoals de onderhavige brief, hoopt DNB dat het pensioenfondsen duidelijk is geworden waarom DNB graag wil dat de fondsen snel aan de slag gaan. Begin juli zal DNB aan alle pensioenfondsen een vragenlijst toesturen om de voortgang van de voorbereidingen op het nieuwe pensioencontract te meten. Het zou volgens de toezichthouder goed zijn als uit die meting blijkt dat de meeste fondsen inmiddels zijn overgegaan van oriëntatie naar actie.

Reageer