DNB: vertrouwen in financiele instellingen licht gestegen

DNB meldt in een persbericht dat het vertrouwen in Nederlandse financiële instellingen ten opzichte van vorig jaar licht is toegenomen, na een afname het jaar daarvoor. Het vertrouwen blijft volgens DNB wel over de gehele linie onder “pre-crisis-niveaus”. Vertrouwen van het publiek in financiële instellingen is volgens DNB een belangrijke voorwaarde voor een stabiel financieel stelsel. Daarom peilt de toezichthouder jaarlijks hoe het met dit vertrouwen gesteld is.

De peiling wordt gehouden door middel van een representatieve steekproef onder de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder. Respondenten wordt onder andere gevraagd of zij er vertrouwen in hebben dat hun eigen bank, levensverzekeraar respectievelijk pensioenfonds aan zijn financiële verplichtingen zal kunnen voldoen.

Bij banken en verzekeraars blijkt het vertrouwen volgens DNB al sinds 2009 binnen een betrekkelijk smalle en stabiele marge te fluctueren. Het aantal respondenten dat aangeeft een volledig of overwegend vertrouwen in de eigen bank te hebben steeg tussen april 2013 en april 2014 licht van 71% naar 73%. Dat niveau is 17 procentpunt lager dan in 2007.
Bij de eigen levensverzekeraar steeg het vertrouwen volgens DNB substantieel, van 72% naar 76%. Dit houdt volgens DNB wellicht verband met de gestegen aandelenkoersen, waardoor bezitters van verzekeringsproducten, de waarde van hun polis zagen stijgen.
Bij het eigen pensioenfonds nam het vertrouwen volgens DNB licht toe van 55% in 2012 naar 57% dit jaar. Dit is 28 procentpunt lager dan in 2007. Deze score ligt ook beduidend lager dan de scores voor banken en verzekeraars. Het relatief lage vertrouwen in de pensioensector houdt volgens DNB mogelijk verband met de kortingen op pensioenaanspraken, de aanhoudende discussie over de toekomst van het pensioenstelsel en de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd.

DNB heeft de respondenten verder gevraagd of banken, levensverzekeraars en pensioenfondsen in het algemeen aan hun verplichtingen zullen kunnen voldoen. Daarbij valt het volgens DNB op dat respondenten structureel een sterker vertrouwen hebben in hun ‘eigen’ bank, verzekeraar of pensioenfonds dan in de banken, verzekeraars en pensioenfondsen in het algemeen. Voor banken en verzekeraars is dit volgens de toezichthouder conform verwachting: als het omgekeerde waar zou zijn, zou men een reden hebben om van instelling te veranderen. Pensioendeelnemers kunnen echter niet kiezen bij welk pensioenfonds zij hun aanspraken onderbrengen. Voor pensioenfondsen gaat deze verklaring volgens DNB dus niet op.

Het oordeel over de deskundigheid van bestuurders van financiële instellingen is volgens DNB ten opzichte van vorig jaar verder fors gestegen. Het oordeel ten aanzien van integriteit blijft overwegend negatief. Op de stelling dat bestuurders deskundig zijn reageert 41% positief (2013: 33%). Op de stelling dat bestuurders integer zijn reageert 19% positief (2013: 17%). Daarbij moet volgens DNB overigens wel worden opgemerkt dat ongeveer de helft van de respondenten de stelling neutraal beantwoordt of geen mening heeft.

Reageer