DNB: aanpassing UFR leidt tot realistischer rekenrente

DNB heeft bekend gemaakt dat de Ultimate Forward Rate (UFR) voor pensioenfondsen per 15 juli 2015 op een andere manier wordt bepaald. De UFR is onderdeel van de rekenrente waarmee pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen berekenen. Deze aanpassing is volgens DNB in overeenstemming met het advies van de Commissie UFR om te komen tot een meer realistische vaststelling van de rekenrente.

Het uitgangspunt voor de aanpassing is volgens DNB het belang van de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden. Voor hen is het belangrijk dat er sprake is van een realistische waardering van pensioenverplichtingen en vaststelling van premies. De nieuwe berekening van de UFR houdt volgens de toezichthouder meer rekening met de daadwerkelijke ontwikkelingen in marktrentes. Daarmee wordt de rekenrente realistischer ten opzichte van de (op dit moment relatief hoge) vaste UFR waar pensioenfondsen tot op heden mee moesten rekenen. De aanpassing van de UFR leidt daarmee tot een meer realistische waardering van de verplichtingen en vaststelling van premies.

Voor de aangepaste berekeningswijze van de UFR wijst DNB ook op het wettelijk uitgangspunt van evenwichtige belangenafweging. Bestuurders van pensioenfondsen dienen in hun besluitvorming de belangen van de verschillende groepen (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden op evenwichtige wijze af te wegen. Een noodzakelijke voorwaarde hiervoor is volgens DNB een realistische waardering van de pensioenverplichtingen en vaststelling van de premies.
Tegelijkertijd blijven de (reeds bestaande) voordelen van de UFR volgens DNB bestaan. Hierbij valt te denken aan de bescherming tegen schokken op de financiële markten. De UFR is ingevoerd om pensioenfondsen minder sterk afhankelijk te maken van schokken. Die schokken hebben in het verleden tot harde maatregelen geleid. Daarom is er in 2012 voor gekozen om een rekenrente te gebruiken die rekening houdt met een lange termijn verwachting van de rente.

De nieuwe berekeningsmethode leidt volgens DNB tot een UFR die op dit moment 3,3% bedraagt. Dit is lager dan de huidige UFR van 4,2%. Gegeven de huidige lage rentestand ligt het voor de hand dat de UFR op termijn verder verlaagd wordt. Door de waardering tegen een lagere rente heeft de nieuwe UFR een lagere dekkingsgraad tot gevolg. Volgens DNB kan het zijn dat enkele fondsen alsnog een herstelplan moeten indienen. De aanpassing van de UFR leidt volgens DNB naar verwachting niet tot aanvullende kortingen. De aanpassing kan hogere premies tot gevolg hebben. Een en ander dient per geval te worden bekeken. Bij de vaststelling van de premies voor 2016 zullen de daadwerkelijke effecten pas bekend zijn.

Reageer