De WIA uitgelegd

De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) is een uitkering van de overheid bij arbeidsongeschiktheid. Als een werknemer na twee jaar ziekte voor een deel of helemaal niet meer kan werken, kan hij in aanmerking komen voor een uitkering uit hoofde van de WIA.

In de WIA gaat het om wat iemand nog wél kan. Het is in de WIA zo geregeld dat een werknemer er altijd financieel op vooruit gaat als hij (gedeeltelijk) blijft werken. Maar als iemand niet meer kan werken wordt er een uitkering gedaan.

Binnen de WIA zijn er twee verschillende uitkeringen:

  • Voor een volledig arbeidsongeschikte waarbij de kans dat hij weer herstelt nihil of erg klein is, is er een uitkering volgens de Inkomensvoorziening Volledig en duurzaam Arbeidsongeschikten (IVA);
  • Voor een gedeeltelijk arbeidsgeschikte of geheel arbeidsongeschikte met voldoende kans op herstel is er een uitkering op grond van de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

Als een werknemer na twee jaar ziekte niet of niet volledig aan het werk is, volgt een keuring van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). De UWV-arts en de arbeidsdeskundige bepalen de eventuele arbeidsongeschiktheid. Dat gebeurt door het zogeheten ‘loonverlies’ vast te stellen. Het loonverlies is dat wat de werknemer door ziekte of handicap minder kan verdienen dan daarvoor.

De WIA onderscheidt vier groepen

1.   Loonverlies van minder dan 35%

Bij een loonverlies van minder dan 35% is de werknemer volgens de WIA niet arbeidsongeschikt. De werknemer gaat (weer) aan het werk en blijft in dienst van de werkgever. Samen met de werkgever bekijkt hij dan hoe hij kan blijven werken.

2.   Loonverlies van meer dan 35% maar minder dan 80%

De werknemer valt onder de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

3.   Loonverlies van meer dan 80% met een redelijke kans op herstel

De arbeidsongeschiktheid is tijdelijk. De werknemer valt onder de regeling WGA.

4.   Loonverlies van meer dan 80% met weinig of geen kans op herstel

De werknemer valt onder de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA) en ontvangt een uitkering van 75% gebaseerd op het laatstverdiende loon.

WGA

Als een werknemer voor 35% tot 80% minder kan verdienen en voor het overige deel nog kan werken, krijgt hij een uitkering op grond van WGA. Deze uitkering wordt eventueel aangevuld met inkomen uit werk voor het gedeelte dat iemand nog arbeidsgeschikt is. Hoe meer hij kan werken, hoe hoger het inkomen. De werknemer ontvangt eerst een loongerelateerde uitkering, daarna een loonaanvulling of vervolguitkering.

Loongerelateerde uitkering

Een werknemer ontvangt minimaal 3 en maximaal 38 maanden een loongerelateerde WGA-uitkering. De eerste twee maanden bedraagt de uitkering 75% van het dagloon, daarna 70%. Als hij werkt, krijgt hij de eerste twee maanden bovenop het loon een uitkering van 75% van het bedrag dat hij minder verdient in vergelijking met het dagloon. Het totale inkomen neemt toe naarmate hij meer werkt. Er geldt hierbij een maximum dagloon. Voor het actuele maximum dagloon verwijs ik naar de pagina pensioencijfers.

Welke uitkering de werknemer na afloop van de loongerelateerde uitkering krijgt, hangt af van hoeveel hij op dat moment verdient. Deze verdiensten worden elke maand bekeken. Verdient hij de helft of meer van wat hij nog zou kunnen verdienen, dan krijgt hij een aanvullende uitkering op uw loon. Als hij geen werk heeft of weinig verdient, krijgt hij een vervolguitkering.

WGA-loonaanvulling

De hoogte van de WGA-loonaanvulling is afhankelijk van wat de werknemer zelf verdient en van wat hij volgens de arbeidskundige van het UWV kan verdienen. Als hij minimaal 50% verdient van wat hij nog kan verdienen, vult de WGA het loon aan met 70% van het verschil tussen het oude loon (met een maximum) en het loon dat de werknemer nog kan verdienen.

WGA-vervolguitkering

Als de werknemer na afloop van de loongerelateerde uitkering geen werk heeft of als hij minder verdient dan 50% van wat hij nog kan verdienen, krijgt hij bovenop het eventuele loon een WGA-vervolguitkering. Er wordt bij de vervolguitkering niet meer direct rekening gehouden met wat de werknemer vroeger verdiende. De vervolguitkering is namelijk een percentage van het minimumloon. Dit percentage is afhankelijk van het arbeidsongeschiktheidspercentage.

Reageer