De reserveringsruimte uitgelegd

Bij de reserveringsruimte gaat het, net als bij de jaarruimte om de vraag hoeveel lijfrentepremie je mag aftrekken bij de aangifte inkomstenbelasting. De reserveringsruimte is de in het verleden niet benutte jaarruimte. Vorige week ben ik ingegaan op de jaarruimte. Vandaag ga ik verder in de op de reserveringsruimte en het verband tussen deze twee ruimtes.

Indien in enig jaar niet de volledige jaarruimte wordt benut is het mogelijk om deze niet benutte ruimte de komende 7 jaar alsnog te benutten. Feitelijk is de reserveringsruimte gelijk aan de jaarruimte van de afgelopen 7 jaar, verminderd met de betaalde en afgetrokken premies.

De reserveringsruimte wordt afgetopt.

  • De reserveringsruimte is nooit meer dan de som van de niet benutte jaarruimte van de afgelopen 7 jaar
  • De reserveringsruimte is maximaal 17% van de premiegrondslag in het jaar van benutten is.
  • De reserveringsruimte kent een absoluut maximum van € 6.831 (cijfer 2010). Voor belastingplichtigen die ouder zijn dan 55 jaar is het maximum verhoogd tot € 13.490.

Om de niet benutte jaarruimte te kunnen vaststellen is het van belang om goed in beeld te hebben hoeveel jaarruimte je in het verleden hebt gehad en hoeveel daarvan is benut. Hoeveel er is benut is terug te lezen in de aangifte inkomstenbelasting. Hoeveel de jaarruimte in enig jaar is geweest, dient per jaar te worden berekend. Indien dat in het verleden nog niet is gedaan, dient dat alsnog te worden gedaan.

Voor de berekening van de jaarruimte wordt uitgegaan van de gegevens (inkomen, aangroei, oudedagsreserve en spaarloon) van het vorige jaar. Voor de jaren 2001 en 2002 diende te worden uitgegaan van de gegevens van het jaar zelf. Voor 2003 diende te worden uitgegaan van de aangroei van 2002 en de overige gegevens waren naar keuze 2002 of 2003.

Let op

Indien u gebruik wilt maken van de jaarruimte of de reserveringsruimte, benut dan altijd eerst de oudste reserveringsruimte. Deze vervalt immers aan het eind van het jaar, terwijl de jaarruimte nog 7 jaar houdbaar is.

3 reacties op “De reserveringsruimte uitgelegd”

  1. Annemieke Beijerinck-Vlek

    Door aftopping van de reserveringsruimte op maximaal 17% van de premiegrondslag mag je dus eigenlijk helemaal geen lijfrente premie storten in het jaar dat je niet of nauwelijks inkomen had .. is dit altijd zo geweest? Ik dacht dat je vroeger gewoon je reserveringsruimte kon storten in een lijfrente ook al had je da jaar weinig inkomen.

    Beantwoorden
  2. Hans Heeren

    Ik loop tegen hetzelfde probleem en heb hierover contact gehad met de belastingdienst.
    Het vervelende is:
    Als je inkomen in 2014 te laag was is de jaarruimte die je in 2015 laag. De gegevens van 2014 worden l gebruikt voor de berekening van je jaarruimte.
    Maar het gevolg is ook dat de te gebruiken reserveringsruimte over de afgelopen aren minimaal zal zijn. Ook al ad je elk jaar nog een redelijke jaarruimte staan.
    Met als gevolg:
    Dit jaar heb ik wel redelijk verdiend maar kan geen extra lijfrente kopen ondat zowel jaarruimte als reserveringsruimte worden bepaald door het lage inkomen in 2014.

    Of heeft iemand nog een oplossing?

    Beantwoorden
    • martijn

      Zover ik heb kunnen vinden kun je in het huidige jaar alleen gebruik maken van de jaar- en reserveringsruimte van voorgaande jaren. Echter, als je de reserveringsruimte gebruikt, ga je uit van de oudste jaren en kun je volgend jaar dus nog gebruik maken van de reserveringsruimte uit de nieuwere jaren. Zolang je inkomen dit en volgend jaar vergelijkbaar is kan dat zelfs gunstiger uitpakken aangezien het te storten bedrag als aftrekpost wordt meegenomen en zodoende het inkomensdeel uit de hogere schijven vermindert.

Reageer