De premie/koopsommethode in de praktijk

Wat is de premie/koopsommethode en hoe werkt deze methode?

Als een DGA (directeur-grootaandeelhouder) pensioen opbouwt in eigen beheer dient hij een voorziening op de balans van de onderneming op te nemen. Mutaties op deze voorziening lopen via de verlies- en winstrekening. Hoe groter de jaarlijkse toevoeging aan deze voorziening, hoe groter het fiscale voordeel. De meest optimale methode om de voorziening te berekenen is de premie/koopsommethode. Als deze methode wordt gehanteerd, is het fiscale voordeel het grootst. Je zou dan ook verwachten dat deze methode op grote schaal wordt toegepast. Maar helaas, niets is minder waar. De premie/koopsommethode wordt bijna niet gebruikt. In dit artikel zal ik daarom ingaan op de werking van deze methode aan de hand van een voorbeeld.

Spelregels

Op grond van artikel 3.29 Wet inkomstenbelasting 2001 dient de voorziening in eigen beheer op basis van een actuariële methode te worden vastgesteld. Sinds de invoering van dit artikel in de IB (destijds artikel 9b Wet inkomstenbelasting 1964) is er discussie geweest wat dan actuarieel waarderen is. In 2004 is aan deze discussie een eind gemaakt. In artikel 8 lid 6 Wet venootschapsbelasting is opgenomen dat onder actuarieel waarderen wordt verstaan de koopsommethode of de premie/koopsommethode. Van deze twee methodes resulteert de koopsommethode in de laagste voorziening, de premie/koopsommethode is het meest optimaal.

Werking van de premie/koopsommethode

Bij indiensttreding wordt het op te bouwen pensioen berekend. Er wordt vervolgens berekend hoeveel (gelijkblijvende) premie er jaarlijks moet worden betaald om het pensioen bij elkaar te sparen. Doordat sprake is van een gelijkblijvende premie is sprake van voorfinanciering. Die voorfinanciering zorgt voor een hogere voorziening dan bij de koopsommethode. Als het pensioen wordt verhoogd, door gestegen salaris bijvoorbeeld, zal voor de toekomstige opbouw een extra stukje gelijkblijvende premie worden berekend. Dit extra stukje premie wordt opgeteld bij de basispremie, zodat een totale nieuwe premie ontstaat. Pensioenopbouw over het verleden, backservice die ontstaat door bijvoorbeeld een salarisverhoging in een eindloonregeling, wordt afgefinancierd tegen koopsom. Vanwege deze combinantie van premies en koopsommen is de naam premie/koopsommethode bedacht.

Een voorbeeld

Een DGA van 35 jaar treedt in dienst op 1 januari 2008
Zijn salaris is € 50.000,-
De pensioentoezegging is 2% eindloon, pensioenleeftijd 65 jaar, franchise 10/7 ongehuwd
Het bereikbare pensioen is € 19.318,-

Als hij zou kiezen voor de koopsommethode zou de voorziening € 1.977,- bedragen
Kiest hij voor de premie/koopsommethode bedraagt de voorziening € 3.389,-
Uitgaande van 25,5% VPB resulteert de premie/koopsommethode in een extra VPB besparing van € 360,-!
Als ik de berekening maak wordt ook een premie berekend. Die premie is voor de fiscale verwerking niet belangrijk, maar die moet ik wel goed onthouden, want die heb ik nodig voor de berekening volgend jaar. De premie in mijn voorbeeld is € 3.256,-

Een jaar later is het salaris gestegen naar € 60.000,-
Ik kan een normale pensioenberekening maken net als bij de koopsommethode
Het bereikbare pensioen is € 25.318,-
Omdat ik de premie/koopsommethode hanteer heb ik het oude bereikbare pensioen nodig en de oude premie.

Door het oude bereikbare pensioen en het nieuwe bereikbare pensioen te vergelijken, weet ik wat de toename is van het pensioen. Deze toename kan ik verdelen in een stukje backservice die ik tegen koopsom moet affinancieren en een stuk comingservice. Hiervoor zal een extra stuk premie worden vastgesteld. Die extra premie wordt opgeteld bij de oude premie, zodat de totale nieuwe premie bekend is.

De nieuwe premie is € 4.239,-
De nieuwe voorziening is € 8.628,-
Als ik voor de koopsommethode had gekozen had de voorziening € 5.393,- bedragen
De extra VPB besparing in jaar 2 is € 759,-

De totale VPB besparing in 2 jaar in dit voorbeeld is derhalve € 1.119,-

Het verschil tussen de koopsommethode en de premie/koopsommethode is groot. De vraag dient zich dan ook aan of de DGA niet tekort wordt gedaan door niet met de premie/koopsommethode te werken.

Een veel gehoord argument is dat de methode te moeilijk is. Met een goed software pakket – ik werk met het pensioenprogramma van Akkermans & Partners – is het wel extra werk ten opzichte van de koopsommethode, maar lastig en ingewikkeld is het niet. En het fiscale voordeel is te groot om onbenut te laten.

Lees ook:
DGA’s betalen teveel belasting
DGA’s betalen teveel belasting – naschrift

Een reactie op “De premie/koopsommethode in de praktijk”

  1. Muriel Kamsma

    Goed verhaal. Echter, nu kom ik tegen dat veel pensioenregelingen premievrij zijn of binnenkort worden gemaakt. Klopt het dat dit dan leidt tot een vrijval in de voorziening?

    Beantwoorden

Reageer