De koopkracht van uw pensioen

De wet pensioencommunicatie heeft ons opgeleverd dat het pensioenregister vanaf 2017 het ouderdomspensioen weergeeft op basis van drie scenario’s. Tot nu toe is onderbelicht dat het niet meer gaat om de nominale bedragen, maar om voor inflatie gecorrigeerde bedragen. Wat betekent dit en waar zal dat toe leiden?

Het “Besluit uitvoering Pensioenwet (…) in verband met de Wet pensioencommunicatie”, en dan vooral de toelichting bij dat besluit maken de ambitie van de Staatssecretaris duidelijk. Wij citeren uit de toelichting van de Staatssecretaris:

“Deelnemers willen graag informatie verkrijgen over hun toekomstig pensioeninkomen in de vorm van een concreet bedrag. Op dit moment wordt via een nominaal bedrag gecommuniceerd over het te bereiken pensioen. Een dergelijk nominaal bedrag geeft de deelnemer echter geen inzicht in de koopkracht en de risico’s van zijn pensioeninkomen. Van het nominale pensioenbedrag gaat de suggestie uit dat de koopkracht van het bedrag altijd hetzelfde zal zijn en dat er geen risico’s zullen optreden. De uniforme rekenmethodiek zal drie pensioenbedragen opleveren voor het te bereiken ouderdomspensioen die wel een beeld geven van de koopkracht en de risico’s van het toekomstig pensioeninkomen. Het betreft een pensioenbedrag gebaseerd op een pessimistisch scenario, een pensioenbedrag gebaseerd op een verwacht scenario en een pensioenbedrag gebaseerd op een optimistisch scenario.

De pensioenbedragen voor het te bereiken ouderdomspensioen die de rekenmethodiek oplevert, zijn gecorrigeerd voor de verwachte inflatie en derhalve uitgedrukt in euro’s van nu.”

Op zichzelf klinkt dit allemaal heel logisch. In deze weblog verkennen we waar het toe kan leiden. We laten vooralsnog het aspect “risico” onaangeroerd en zoomen in op het aspect “koopkracht”.

Koopkracht

Een toegezegd pensioenbedrag wordt inderdaad uitgehold door inflatie, tenzij hiervoor door indexatie wordt gecompenseerd. De toekomstige verwachtingen omtrent inflatie zijn onzeker. Vaak wordt verwezen naar de doelstellingen van de Europese Centrale Bank (ECB) om de prijsinflatie niet te laten oplopen boven de twee procent per jaar. Momenteel is de jaarlijkse prijsinflatie onder de 1%. De bedoeling van de wetgever is uit te gaan van toekomstscenario’s die De Nederlandsche Bank (DNB) publiceert. Op die manier gaan alle pensioenuitvoerders uit van dezelfde uitgangspunten bij het vaststellen van de verwachtingen over het koopkrachtverlies van de pensioenen. Ook zullen dezelfde scenario’s worden gehanteerd voor middelloonregelingen als voor beschikbare premieregelingen.

DNB publiceert niet één toekomstige verwachting, maar een scenarioset met 2000 mogelijke economische scenario’s, elk met een eigen reeks van jaarlijkse rendementen op aandelen, renteniveaus en ook prijsinflatiecijfers. Wij kennen deze scenarioset van de haalbaarheidstoetsen die sinds twee jaar door pensioenfondsen worden uitgevoerd. Laten wij nu eens niet de aandelen- en rentecijfers belichten, maar alleen naar de inflatiecijfers kijken.

inflatieverwachtingen

Wij hebben een grafische weergave gemaakt van de inflatiecijfers uit die economische scenario’s. Uit deze weergave wordt duidelijk dat de verwachting is dat de inflatie de komende 60 jaar stijgt van circa 0,8% naar 2%. Verder zien we dat de kans 50% wordt geacht dat de inflatie hoger is dan die 2%, en dus ook 50% dat die lager is dan 2% (of gelijk aan 2%).

Het inflatierisico lijkt zeer gematigd te worden ingeschat, als we bedenken dat in deze scenarioset de kans erg klein is dat er ooit weer een prijsinflatie zal optreden van meer dan 4%.

Wanneer we deze cijfers toepassen op de nominale pensioenbedragen, krijgen wij allereerst inzicht in hoeverre de koopkracht van het toegezegde pensioen minder wordt. Als tweede ontstaat inzicht in het risico dat de koopkracht van dat pensioen nog minder wordt, en inzicht in de kans dat het beter uitpakt. Precies zoals de bedoeling is van de wetgever.

De bedoeling is dat deze regels voor het pensioenregister gevolgd gaan worden, zowel door pensioenfondsen als door pensioenverzekeraars. Pensioenfondsen hebben over het algemeen het streven om de pensioenen te indexeren waardoor het gepresenteerde koopkracht verlies – naar verwachting – kan meevallen. Bij verzekeraars is in de regel sprake van een nominaal verzekerd pensioen, waarvoor geen toeslagregeling is afgesproken.

Een voorbeeld

Hieronder werken we een voorbeeld uit voor een verzekerd nominaal pensioen, waarvoor geen toeslagregeling is afgesproken.

We gaan uit van een persoon van 40 jaar die een pensioen heeft opgebouwd van 10.000 euro per jaar. Het pensioen gaat in als hij 67 jaar wordt. In het pensioenregister zullen voortaan drie concrete bedragen worden opgenomen: 1. gebaseerd op een pessimistisch scenario, 2. gebaseerd op een verwacht scenario en 3. gebaseerd op een optimistisch scenario. Alle drie de bedragen moeten gecorrigeerd zijn voor de verwachte inflatie en moeten derhalve worden uitgedrukt in euro’s van nu.

Pensioenregister zonder aanpassing:

Ouderdomspensioen vanaf 67 jaar:

10.000 euro per jaar

Pensioenregister na aanpassing:

Ouderdomspensioen vanaf 67 jaar:

Pessimistisch      5.040 euro per jaar

Verwacht              6.710 euro per jaar

Optimistisch         8.934 euro per jaar

Voor het pessimistische geval zijn wij hier uitgegaan van het 10% percentiel. Gaan we uit van het 5% percentiel, wat bij haalbaarheidstoetsen voor pensioenfondsen wordt gehanteerd als slecht weer scenario, dan komen wij logischerwijs nog lager uit.

Gevolgen

Wij verwachten nog wel enig rumoer als de gemiddelde deelnemer inlogt op pensioenregister.nl. Deze deelnemer krijgt (veel) lagere bedragen te zien dan de voorheen gepresenteerde nominale bedragen. De vraag is hoe wij gaan uitleggen aan een ‘gemiddelde’ deelnemer wat dat is: “een pensioen gecorrigeerd voor inflatie en derhalve uitgedrukt in euro’s van nu”.

De verzekeringsmaatschappijen – en pensioenfondsen met weinig langetermijn- indexatieperspectief – doen er goed aan zich te beraden op begeleidende communicatie in het kader van deze nieuwe wet. Voor pensioenfondsen mét een indexatieambitie biedt het een kans om zich te profileren. Zij kunnen onderstrepen dat het beleggingsrisico, waar deze pensioenfondsen voor kiezen, mede dient om het langetermijnrisico op koopkrachtverlies te beperken.

Reageer