Codificatie verval tijdklemmen voor BHW-kapitaalverzekering per 1-1-2018

Een van de voorwaarden om een uitkeringsvrijstelling voor een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), een spaarrekening eigen woning (SEW) of een beleggingsrecht eigen woning (BEW) te kunnen benutten was tot 1 april 2017 dat ten minste vijftien of twintig jaren jaarlijks premie was voldaan. Deze zogenoemde tijdklemmen zijn als gevolg van een aangenomen amendement met ingang van die datum vervallen (Kamerstukken II 2016/17, 34 553, nr. 15).

Op basis van een goedkeurende maatregel zijn vooruitlopend op wetgeving op dat punt de voor een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering vergelijkbare tijdklemmen ook met ingang van genoemde datum zullen vervallen. Deze goedkeuring is opgenomen in onderdeel 4.2 van het verzamelbesluit kapitaalverzekeringen van 15 mei 2017, nr. 2017-81019 (Stcrt. 2017, 28246).

Op 19 september 2017 is het wetsvoorstel ‘Overige fiscale maatregelen 2018’ ingediend bij de Tweede Kamer. Met de in dat wetsvoorstel voorgestelde wijziging van onderdeel AM van de Invoeringswet Wet IB 2001 wordt genoemd onderdeel van het verzamelbesluit kapitaalverzekeringen met ingang van 1 januari 2018 gecodificeerd. Daartoe wordt een zevende lid toegevoegd aan de bepaling van die Invoeringswet. Overigens blijven met het vervallen van de termijnen de twee vrijstellingsbedragen die worden genoemd in artikel 26a, tweede lid, van de Wet IB 1964, tekst 2000, van toepassing. Deze vrijstellingen cumuleren. Op een uitkering van een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering geldt dan ongeacht de termijn van premiebetaling steeds een maximumvrijstelling van in totaal € 123.428.

Reageer