Box 3-heffing ook bij niet aanpasbare lage verhuuropbrengst toegestaan

Een belastingplichtige koopt een onroerende zaak en verhuurd deze gedeeltelijk. Er is recht op huurbescherming en geen marktconforme prijs. De belastingplichtige kan dat niet aanpassen. Er is daarom sprake van een structureel negatief exploitatieresultaat. De Hoge Raad wijst echter op het forfaitaire karakter van box 3 en dat geen sprake is van een buitengewone last. Geen verrassende uitspraak in het licht van eerdere uitspraken, maar de box 3-heffing blijft absurd natuurlijk. De Hoge Raad merkt nog op dat de belastingplichtige om hem moverende redenen af kan zien om rendement te maken op zijn bezittingen. Er worden nog een paar mogelijkheden voor deze verhuurder aangewezen en dat hij het risico zelf liep na de aankoop nu hij op de hoogte was van de box 3 systematiek, maar het zou verstandig zijn dat soort opmerkingen niet te maken. Het suggereert dat veel noodzakelijkerwijs hard werkende en  niet brassende mensen gemakkelijk andere beleggingskeuzes zouden kunnen maken en dat is natuurlijk absoluut niet waar als het gaat om spaargeld van een ondernemer voor de oudedagsvoorziening bijvoorbeeld. De verhoging van de box 3-rendementspercentages bij wat hogere (maar wel voor de oudedags-, nabestaanden- of arbeidsongeschiktheidsvoorziening noodzakelijke) vermogens met ingang van 1 januari 2017 helpen daar natuurlijk niet bij.

 

Reageer