Betrouwbaarheid bestuurders: meld tijdig alle relevante feiten

Betrouwbare en integere bestuurders zijn cruciaal voor een integere financiële sector. DNB en de AFM, roepen financiële ondernemingen en bestuurders op om relevante feiten over hun betrouwbaarheid te melden.

Het gaat in ieder geval om strafrechtelijke, financiële, toezicht-, fiscaal bestuursrechtelijke en ‘overige antecedenten’. Voorbeelden van ‘overige antecedenten’ zijn: het gebruik hebben gemaakt van de fiscale inkeerregeling (buitenlands spaargeld, met of zonder opleggen van een boete), een onderzoek van de Belastingdienst naar aanleiding waarvan er significante correcties zijn doorgevoerd, maar er uiteindelijk geen boete is opgelegd of persoonlijke verzuimboetes.

De toezichthouders vinden het melden van deze antecedenten van groot belang omdat men er zeker van moet zijn dat de betrouwbaarheid van de (toekomstige) bestuurders buiten elke twijfel staat. Voor het goed kunnen functioneren als beleidsbepaler is vertrouwen van onder andere het publiek een randvoorwaarde. Integriteit vormt een van de pijlers van dat vertrouwen.

Betrouwbaarheid is een doorlopende eis. Daarom moeten wijzigingen niet alleen tijdens het (eerste) toetsingsproces worden gemeld, maar ook direct daarna als er wijzigingen zijn in relevante feiten en omstandigheden.

DNB en de AFM krijgen relatief weinig meldingen van antecedenten. Toch is het op juiste wijze naleven van de meldplicht van groot belang. DNB en de AFM wegen in hun beoordeling mee dat iemand uit eigen beweging informatie meldt aan de toezichthouder.

DNB en de AFM onderzoeken de betrouwbaarheid bij de aanmelding van een bestuurder of commissaris of als er een redelijke aanleiding bestaat tot hertoetsing. Beide toezichthouders kunnen dan informatie inwinnen bij de partners van het Financieel Expertise Centrum (FEC), waaronder de Belastingdienst en de FIOD.

Reageer