• Home
  • Cijfers 2010
  • Bloggers
  • Colofon
  • Pencyclopedie
  • Beschikbare premieregelingen zullen nooit een succes kunnen worden

    Op 23 oktober 2007 zijn vernieuwde staffels gepubliceerd (Besluit van 23 oktober 2007, nr. CPP2007/552M, Stcrt. nr. 212.) De uitgangspunten van de gepubliceerde staffels zijn echter zodanig, dat ik niet verwacht dat veel werkgever zullen over stappen naar beschikbare premie. Een toelichting.

    Uitgangspunten
    De staffels gaan uit van een mannelijke werknemer met een vrouwelijke partner die 3 jaar jonger is.
    In de praktijk leeft een vrouw gemiddeld een aantal jaren langer dan een man. Het pensioen van een vrouw is dan ook duurder dan dat van een man. Doordat de staffels zijn gebaseerd op een mannelijke werknemer kan worden geconstateerd dat een vrouw nooit aan een volwaardig pensioen kan komen. Beschikbare premieregelingen worden echter al geruime tijd uitgevoerd op basis van geslachtsonafhankelijke tarieven. Dat wil zeggen dat het tarief voor mannen en vrouwen gelijk is. Feitelijk heeft men het tarief van een vrouw verlaagd en van een man verhoogd, waardoor ze gelijk zijn. De conclusie luidt dan ook dat niet alleen vrouwen, maar ook manen te weinig pensioen opbouwen. De oplossing is eenvoudig, baseer de staffels ook op geslachtsonafhankelijke tarieven.
    De rekenrente is 4%.
    De garantietarieven van veel verzekeringsmaatschappijen zijn gebaseerd op een rekenrente van 3%. Stel dat een werkgever een gegarandeerde middelloonregeling heeft toegezegd, dan zal de premie, uitgaande van 3% rekenrente, dus veel hoger zijn dan de beschikbare premiestaffels (de staffels zijn gebaseerd op 2,25% middelloon). De maximale inleg in middelloon is dus hoger dan in beschikbare premie vanwege de lagere rekenrente.
    Als een werkgever een gegarandeerde middelloonregeling zou willen vervangen door een beschikbare premieregeling, dan wentelt hij een deel van het risico af op de werknemer. De werknemer krijgt immers geen gegarandeerde uitkering meer, maar een financiering van zijn pensioen. Een werknemer zou die risicoafwenteling slechts accepteren als hij daarvoor een compensatie krijgt. Die compensatie zou een hogere premie moeten zijn. Een hogere premie dan in een middelloonregeling is echter niet mogelijk, daar de staffels uitgaan van een lagere premie. Hierdoor is het derhalve onmogelijk om een middelloonregeling te vervangen door een beschikbare premieregeling, waarbij tevens de risicoafwenteling wordt gecompenseerd.

    Conclusie
    Door niet uit te gaan van geslachtsonafhankelijke tarieven is de premie inleg in een beschikbare premieregeling te weinig. Door niet uit te gaan van het garantierendement van verzekeraars (3%) maar van 4% wordt dit alleen nog maar verergerd. Als ik daar tevens nog een compensatie voor de risicoafwenteling bij optel, dan kan ik niet anders concluderen dan dat de ruimte in een beschikbare premieregeling zo gering is, dat een goed geïnformeerde werknemer nooit akkoord zou gaan met beschikbare premie als vervanging van een goede eind- of middelloonregeling. Alleen een matige eind- of middelloonregeling (1,5% per dienstjaar of minder) zou vervangen kunnen worden door een beschikbare premieregeling, waarbij de beschikbare premie dan ongeveer gelijk zou moeten zijn aan de gepubliceerde staffels.

    3 Reacties op “Beschikbare premieregelingen zullen nooit een succes kunnen worden”

    1. Goed stuk en in grote lijnen ook correct. Een vrij belangrijk punt wordt echter vergeten. Vanuit kostenoverwegingen wordt door werkgevers bij een eindloon of middelloonregeling een hogere franchise gehanteerd terwijl bij Beschikbare premieregelingen de meeste werkgevers bereid zijn de minimale (Witteveen-)franchise te hanteren. Het verschil in de pensioengrondslag dat hierdoor ontstaat (vaak een paar duizend euro) kan veelal geneoeg zijn om het verschil tussen 3% en 4% rendement te compenseren waardoor de beschikbare prmieregelingen alsnog beter uit kan komen dan de salarisdiensttijdregeling.

    Laat een reactie achter

     
     
    Feedback Form