Beschikbare premieregelingen in eigen beheer

Veel DGA’s besluiten hun pensioen in eigen beheer te houden. Een begrijpelijke keuze. De pensioenpremies verlaten niet de onderneming, maar worden wel ten laste van het resultaat gebracht. De liquiditeitspositie van de onderneming wordt niet verminderd door betaling van premies aan een verzekeringsmaatschappij, maar vermeerderd door het fiscale voordeel. Veel pensioenregeling in eigen beheer zijn gebaseerd op eindloon. De laatste tijd neem ik echter een toename van het aantal middelloonregelingen waar. De vraag naar beschikbare premie in eigen beheer is niet groot, maar komt wel op. In dit artikel een beschouwing over beschikbare premie in eigen beheer.

Beschikbare premie

Bij een beschikbare premieregeling wordt geen pensioen toegezegd, maar een premie. De premies gaan renderen tot aan de pensioendatum. Met het kapitaal op de pensioendatum dient een pensioen te worden aangekocht. De hoogte van het pensioen wordt bepaald door de dan geldende tarieven voor de aankoop van pensioen. Dat tarief is afhankelijk van de levensverwachting op dat moment, de rentestand en de kostenstructuur. De definitieve hoogte van de pensioenuitkeringen is pas bekend op de pensioendatum

Beschikbare premie in eigen beheer

Ook indien een beschikbare premieregeling in eigen beheer wordt gehouden werkt het principe hetzelfde. De premie wordt nu niet aan een verzekeringsmaatschappij betaald, maar aan de eigen onderneming. Deze premie kan ten laste van het resultaat worden gebracht. De premies gaan vervolgens renderen en resulteren in een kapitaal op de pensioendatum.

Rendement

Hoe hoger het rendement, hoe hoger het pensioen. Het is dan ook zaak om in eigen beheer een zo hoog mogelijk rendement te realiseren. De vraag is echter hoe dat kan worden gerealiseerd en belangrijker nog, hoe dat kan worden vastgesteld.

Als rendementsgrondslag kan het resultaat van de onderneming worden genomen. Dit werkt echter alleen in geval een onderneming een hoge winst realiseert. Daar veel ondernemers vanuit fiscale motieven proberen de winst te minimaliseren, staat dit echter haaks op de bedoeling van de beschikbare premieregeling.

Een andere mogelijkheid is dat de onderneming een bepaald rendement garandeert, bijvoorbeeld 5%. De staffels die het Ministerie van Financiën heeft gepubliceerd zijn gebaseerd op 2,25% middelloon, uitgaande van 4% rendement. Als de onderneming een hoger rendement garandeert, zal het pensioen hoger zijn dan bij een middelloonregeling. De Belastingdienst heeft echter aangegeven hier niet direct mee akkoord te gaan. Stel dat de onderneming niet in staat is een rendement van 5% te realiseren, maar zij hebben dat wel gegarandeerd, dan dient het tekort door de onderneming te worden aangevuld. Deze aanvullling wordt door de Belastingdienst aangemerkt als een extra premiestorting. Als echter al de fiscaal maximale premie is betaald, is het niet meer toegestaan een extra premiestorting te doen. De regeling zal dan als onzuiver worden aangemerkt met alle gevolgen van dien. Deze optie lijkt dan ook uitgesloten.

Spaar- of beleggingsrekening

Het enige logische alternatief is de premie op een spaar- of beleggingsrekening te storten. Het rendement op de rekening is dan direct het rendement op de beschikbare premie. Door voor deze optie te kiezen, gaat echter een belangrijk voordeel van eigen beheer verloren. De gelden dienen de onderneming te verlaten en apart te worden gezet. Het enige voordeel dat dan nog resteert is het feit dat de ondernemer zelf beslist over de beleggingen, het vermogensbeheer en mogelijk een lagere kostenstructuur kan bedingen.

Staffel

In de gepubliceerde staffels wordt uitgegaan van een opslag voor premievrijstelling van 8%. Indien er geen premievrijstelling wordt verzekerd, dient de staffel te worden aangepast met de factor 100/92 (vermenigvuldigen). Omdat het in eigen beheer niet is toegestaan te reserveren voor het arbeidsongeschiktheidsrisico, dient de staffel voor eigen beheer altijd te worden verlaagd.

Naast premievrijstelling is tevens rekening gehouden met een kostenopslag van 10%. Omdat in eigen beheer geen rekening mag worden gehouden dient ook de kostenopslag uit de staffel te worden gehaald.

[op 21 december 2009 is een nieuw staffelbesluit gepubliceerd met netto staffels. Het ‘schonen’ van de staffels is daarmee niet meer nodig. Lees hier meer over het nieuwe staffelbesluit]

De staffels zijn gebaseerd op een bepaalde levensverwachting, waarbij men is uitgegaan van sterftetafel GBM/GBV 2000-2005. Bij de berekening wordt rekening gehouden met een leeftijdscorrectie van -5 jaar voor de man en -6 jaar voor de vrouw. Aan het gebruik van de staffels is op dit punt een voorwaarde verbonden.

Als de pensioenverzekeraar en de werkgever na onderhandelingen een collectief tarief zijn overeengekomen waarbij men uitgaat van lichtere sterftegrondslagen, moet de werkgever de beschikbarepremiepercentages dienovereenkomstig verlagen

Omdat in eigen beheer geen rekening mag worden gehouden met leeftijdsterugstellingen, is mijns inziens sprake van lichtere sterftegrondslagen. De staffel dient dan ook dienovereenkomstig te worden verlaagd.

De gepubliceerde staffels, waarbij uitsluitend staffel 1 en 2 zijn toegestaan voor eigen beheer, dienen op drie punten te worden verlaagd, alvorens die kunnen worden gebruikt voor eigen beheer. De hoogte van de premies is dan ook aanmerkelijk lager dan wanneer wordt verzekerd. Daar vervolgens de hogere AOW-franchise bij te worden opgeteld.

Voor meer toelichting op het gebruik van de staffels, lees hier het artikel over dit onderwerp.

Artikel 18a lid 3 Wet LB

In artikel 18a lid 3 staan de regels voor de vaststelling van een staffel opgenomen. Bij de vaststelling wordt uitgegaan van eindloon, een vastgestelde carrière verhoging en een rekenrente van 4%. Dit wijkt af van de uitgangspunten die zijn gebruikt bij de vaststelling van de gepubliceerde staffels. Daar is om praktische redenen uitgegaan van middelloon zonder carrière. Gelet op de eerder genoemde kortingen is mijn advies dan ook om niet uit te gaan van de gepubliceerde staffels maar deze zelf vast te (laten) stellen. De staffels zullen dan per DGA verschillen, maar in de meeste gevallen veel hoger zijn dan de gepubliceerde staffels.

Hogere staffels roepen vragen op. Is dat wel toegestaan? De gepubliceerde staffels zijn toch de maximale staffels? Het antwoord op de laatste vraag is nee. De gepubliceerde staffels zijn niet de maximale. De maximale staffel is voor wat betreft de rekenregels omschreven in de wet. Deze kan dus per DGA apart worden berekend. Bij twijfel kan de staffel uiteraard worden voorgelegd aan de Belastingdienst.

Conclusie

Beschikbare premie in eigen beheer biedt naar mijn mening slechts een beperkt voordeel. Indien echter wordt besloten voor beschikbare premie in eigen beheer, adviseer ik niet uit te gaan van de gepubliceerde staffels, maar te werken met zelf berekende staffels.

Reageer