Belastingdienst heeft beleidsvrijheid bij vaststellen ingangsdatum sectorindeling

X drijft een onderneming die een arbodienst exploiteert. X voert tevens diensten uit in het kader van verzuimcontrole en verzuimbegeleiding van medewerkers, arbeidsomstandigheden, verzuimpreventie en adviesdiensten ten aanzien van de veiligheid en het welzijn van medewerkers. De Belastingdienst heeft X ingedeeld in sector 44 (Zakelijke dienstverlening II). Hof Amsterdam, 15 mei 2014, nr. 13/00493, heeft geoordeeld dat X moet worden ingedeeld in sector 35 (Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen). X heeft bij brief van 22 juli 2014 verzocht met ingang van 1 januari 2010 te worden ingedeeld in sector 35. De Belastingdienst heeft X echter per 1 april 2014 ingedeeld in sector 35. Voor Hof Arnhem-Leeuwarden speelt de vraag met ingang van welke datum X moet worden ingedeeld in sector 35. Het Hof acht het standpunt van de Belastingdienst juist. Op grond van artikel 97 Wfsv deelt de Belastingdienst een werkgever bij voor bezwaar vatbare beschikking mee bij welke sector en vanaf welke datum hij op grond van artikel 96 Wfsv is aangesloten. Daaruit leidt het Hof af dat de Belastingdienst beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van de ingangsdatum van een wijziging in de sectorindeling van een werkgever. Daarbij acht het Hof van belang dat onder de vóór de invoering van de Wfsv geldende regeling voor sectorindeling het destijds bevoegde bestuursorgaan beleidsvrijheid genoot voor wat betreft de ingangsdatum van een sectorwijziging (zie ook CRvB 16 maart 2006, 05/2594 OSV) en uit de wetsgeschiedenis niet blijkt dat te dien aanzien een wijziging is beoogd. X wordt in het ongelijk gesteld.

Reageer