Beëindigingvoorwaarden in de Uitvoeringsovereenkomst

Een werkgever die met zijn werknemers een pensioenovereenkomst aangaat, is op grond van de Pensioenwet verplicht om de pensioenregeling buiten de onderneming veilig te stellen bij een toegelaten pensioenuitvoerder. Hij moet met deze pensioenuitvoerder een Uitvoeringsovereenkomst sluiten. Indien hij de pensioenregeling onderbrengt bij een verzekeringsmaatschappij dan moet in de Uitvoeringsovereenkomst de regels die gelden bij het beëindigen van de overeenkomst worden opgenomen.

De Pensioenwet schrijft voor dat de beëindigingvoorwaarden de belangen van zowel de werkgever als de verzekeringsmaatschappij, vanuit actuarieel en bedrijfseconomisch oogpunt, op evenwichtige wijze worden gewaarborgd. Hierbij moet rekening worden gehouden met de overige voorwaarden in de uitvoeringsovereenkomst, de gehanteerde tarieven en de winstdelingsvorm. Verder mogen de beëindigingvoorwaarden geen uitsluiting van collectieve waardeoverdracht inhouden.

Het evenwicht waarborgen van de belangen van de beide partijen levert in de praktijk de nodige discussies op. Het lijkt namelijk nagenoeg onmogelijk te zijn om de belangen van de beide partijen te waarborgen. Verder is nog de vraag hoe het staat met de belangen van de werknemers. Deze hebben namelijk rechten die voortvloeien uit de pensioenovereenkomst.

Bij het einde van een contract zit de verzekeringsmaatschappij vaak nog met kosten die hij graag door de werkgever betaald ziet worden. Het kan dan gaan om de kosten die tijdens het contract nog niet verrekend zijn alsmede om de kosten die gemaakt moeten worden om de premievrije polissen nog te beheren. Als de werkgever deze kosten na het contract niet meer wil voldoen, zal de verzekeraar deze ten laste van de opgebouwde voorzieningen willen brengen. Omdat de opgebouwde pensioenrechten van de werknemers niet aangetast mogen worden, gaat de verrekening in de praktijk vaak middels de verslechtering van de winstdeling. Hiervan zijn uiteindelijk de werknemers de dupe omdat hiermee hun indexatiemogelijkheden verslechteren.

De winstdeling op een collectief contract wordt vaak gebruikt voor de indexatie van de opgebouwde pensioenrechten. Normaal verloopt dit via een indexatiedepot waarin de winstdeling wordt gestort en de indexatie wordt gefinancierd. Als de winstdeling wordt gestopt bij het beëindigen van het contract kan de indexatie in de toekomst niet meer worden gefinancierd. Omdat het de werkgever is die de indexatie met de werknemers heeft afgesproken kan deze voor de financiering hiervan opdraaien.

De beëindigingvoorwaarden mogen een collectieve waardeoverdracht niet uitsluiten. Hierdoor heeft de werkgever de mogelijkheid om de opgebouwde pensioenrechten te laten overdragen aan een nieuwe pensioenuitvoerder. Wel moeten alle (ex) deelnemers hiertegen geen bezwaar hebben gemaakt nadat ze hierover geïnformeerd zijn.

In de praktijk zien we diverse beëindigingvoorwaarden waarbij de verzekeraar op de overdrachtswaarde allerlei bedragen gaat inhouden. Hierdoor is de overdrachtswaarde niet meer toereikend om de opgebouwde pensioenrechten bij de nieuwe pensioenuitvoerder in te kopen. De werkgever draait nu op voor de financiering van het tekort. Of dit strookt met de wettelijke bepaling over evenwichtige belangenbehartiging is natuurlijk de vraag.

Bij het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst verdienen niet alleen de gehanteerde actuariële tarieven de nodige aandacht maar ook zeer zeker de beëindigingvoorwaarden!

Reageer