Artikelen van

Het door KLM gemaakte leeftijdsonderscheid bij verhoging van de pensioenleeftijd van 56 naar 58 jaar is objectief gerechtvaardigd.

Acht vliegers hebben KLM en De vereniging van Nederlandse verkeersvliegers (VNV, de werknemersvereniging die partij was bij de cao voor KLM-vliegers op vleugelvliegtuigen, hierna te noemen de cao) in rechte betrokken. Zij zijn van mening dat met de per 1 januari 2015 geldende cao in strijd wordt gehandeld met het verbod op leeftijdsdiscriminatie door de pensioenleeftijd in vier stappen te verhogen van 56 naar 58 jaar en hen daarvan vanwege hun leeftijd uit te sluiten. De vliegers zouden ook tot hun 58e willen doorvliegen en [...]

Lees verder

Tijdelijke nihilstelling alimentatie wegens ‘AOW-gat’

Het in 1976 gesloten huwelijk van partijen is op 7 juni 2011 ontbonden door echtscheiding. In het echtscheidingsconvenant hebben partijen afspraken gemaakt over de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie. Op verzoek van de man heeft de rechtbank een beschikking gegeven, waarbij de partneralimentatie met ingang van 1 augustus 2015 is verlaagd. De man komt in hoger beroep tegen de beschikking. In zijn grieven stelt hij de behoefte van de vrouw, zijn draagkracht en de ingangsdatum aan de orde.

Lees verder

Het aanmelden van de ex-partner bij de pensioenuitvoerder is niet altijd noodzakelijk om in aanmerking te komen voor een bijzonder partnerpensioen.

Eiser, hierna te noemen de man, is op 1 augustus 2009 in dienst getreden van Achmea en per die datum nam hij ook deel aan de pensioenregeling van Achmea. Hij woonde op dat moment ongehuwd niet geregistreerd samen met mevrouw A. In de samenlevingsovereenkomst is ten aanzien van het pensioen afgesproken dat zij elkaar over en weer zullen aanwijzen als partnerpensioengerechtigden om in aanmerking te komen voor een partnerpensioen. Uiteraard dienen zij daarvoor wel te voldoen aan alle eisen die het pensioenreglement daarvoor stelt.  Op 1 [...]

Lees verder

Pensioenverweer (1:153 BW) ziet uitsluitend op nabestaandenpensioen of daarmee vergelijkbare uitkering.

In geschil is de echtscheidingsbeschikking welke beschikking op verzoek van de vrouw is uitgesproken. In eerste aanleg heeft de man geen verweer gevoerd. In hoger beroep verzoekt de man de echtscheidingsbeschikking te vernietigen. Volgens de man leidt toewijzing van het echtscheidingsverzoek ertoe dat hij een bestaand vooruitzicht op uitkeringen verliest. Hij beroept zich daarbij op art. 1:153 BW en wijst erop dat partijen zijn gehuwd onder huwelijkse vooraarden en

Lees verder