Artikel www.Overgeld.nl: Pensioenverweer…terug naar de grote leugen ?

Nog steeds kom ik het in mijn advocatenpraktijk tegen, dat bij een echtscheiding één van de partners geen pensioen heeft opgebouwd en daarmee voor wat betreft zijn of haar oude dag grotendeels afhankelijk wordt van de ex-partner. Gezien onze huidige tijd van emancipatie en zorgen voor jezelf (dat geldt dus zowel voor vrouwen als voor mannen!) geen goede zaak. Onlangs heeft ook het Hof in Leeuwarden zich er nog weer eens over uitgesproken.

Een ondergeschoven kind bij een scheiding is echter vaak om goed na te gaan hoe het is gesteld met de pensioenvoorziening als de partner die het pensioen heeft opgebouwd komt te overlijden vóór zijn pensioendatum. Maar ook, als dat gebeurt als het pensioen al is ingegaan en de scheidende partners geen conversie zijn overeengekomen.

Veel pensioenregelingen kenden en kennen nog steeds een nabestaandenpensioen op risicobasis. Dat wil grofweg zeggen, dat zolang de pensioenopbouwende partner pensioen opbouwt en dus bijvoorbeeld in loondienst is, dat dan ook het nabestaandenpensioen is verzekerd. Er wordt echter geen kapitaal voor opgebouwd, dus een zak met geld voor gereserveerd, maar er wordt jaarlijks een premie betaald op basis van het te verzekeren overlijdensrisico. Je kan het nog het best vergelijken met een brandverzekering. Zolang de verzekering loopt (dus zolang de partner in dienst is en pensioen opbouwt) zolang ben je verzekerd tegen brand (dus zolang is er een uitkering bij overlijden). Als de verzekering stopt (uit dienst bijvoorbeeld), is er geen dekking meer voor brand (is er geen uitkering meer bij overlijden). Om in aanmerking te komen voor een uitkering uit een nabestaandenpensioen wat op risicobasis is verzekerd moet men de partner zijn van de deelnemer. Na een scheiding geldt men niet meer als partner in de zin van het pensioenreglement en dus is er geen uitkering bij overlijden. En ook de alimentatie stopt dan. Wat dan te doen ?

De wetgever heeft daar al over nagedacht en in ons Burgerlijk Wetboek opgenomen, dat je je in zo’n geval tegen de echtscheiding mag verzetten (die kan niet uitgesproken worden) tot het moment dat je partner een zodanige voorziening voor je heeft getroffen, dat je ook in geval van zijn of haar overlijden nog een inkomen hebt. Denk bijvoorbeeld aan het sluiten van een levensverzekering of een lijfrente. Maar ook de ANW-uitkering geldt als zodanig.

Het pensioenverweer moet, volgens de memorie van toelichting beperkt worden opgevat als alleen betrekking hebbend op een nabestaandenvoorziening.

De partner die dus in zijn inkomen niet kan voorzien door het ontbreken van een nabestaandenvoorziening, omdat die komt te vervallen door de echtscheiding kan dus de echtscheiding tegen houden tot het moment dat een dergelijke inkomensvoorziening voor hem of haar wordt getroffen. Er schuilt echter wel een adder onder het gras. Het pensioenverweer is een verweer. De naam zegt het al. Dat zou dus betekenen, dat degene van de partners die na een scheiding bij vooroverlijden van de andere partner zonder inkomen komt te zitten, de scheiding niet zelf kan aanvragen. Want bij het doen van de aanvraag zelf kan men geen verweer voeren: dat doet de andere partij. Dat impliceert dat de economisch zwakkere niet zou kunnen gaan scheiden.

Een ander verhaal is nog lid 2 sub b van het wetsartikel over pensioenverweer. Dat geeft aan dat degene die aan wiens schuld de echtscheiding te wijten zou zijn geen beroep op het pensioenverweer toe zou komen. Daar lijkt zelfs de grote leugen weer om de hoek te komen ?! Dat is een bepaling die naar mijn mening zijn tijd echt heeft gehad. Hier wordt een sanctie gezet op het veroorzaken van een echtscheiding en dat is echt achterhaald.

Tijd voor vervanging!

Heeft u vragen over pensioen? Stelt u ze dan via www.pensioenSOS.nl.

Mw. mr. Henny van den Hurk, Gommer & Partners Pensioen Advocaten te Tilburg.

Reageer