Artikel: Tips & Advies: U & Uw BV: Pensioen of lijfrente?

Als ondernemer moet u zelf uw pensioen betalen. De keus voor pensioen of lijfrente is vanuit financieel oogpunt dan ook niet zo belangrijk. Wel van belang is wat de verschillen zijn en met name de mogelijkheden in de uitkeringsfase.

Voor pensioen en lijfrente geldt allebei dat de premie aftrekbaar is en de uitkeringen later belast. Een belangrijk verschil is dat pensioen ook in de eigen BV mag worden opgebouwd en dat lijfrente altijd bij een professionele partij ondergebracht moet worden en dus de gelden de ‘onderneming’ verlaten. Deze externe partij kan een verzekeraar zijn en sinds 2008 ook een bank.

Het voordeel van een lijfrente is tweeledig. Allereerst kan met het lijfrentegeld ook een tijdelijke uitkering worden aangekocht, terwijl pensioen altijd levenslang moet zijn. Hierbij geldt wel de beperking dat de hoogte dan niet meer dan circa € 20.000 per jaar mag zijn. Als er meer in de ‘pot’ zit kan het meerdere gebruikt worden voor een levenslange uitkering. Verder mag het geld na overlijden aan iedereen toekomen, dus ook kinderen ouder dan 30 jaar. Het geld is met andere woorden ‘nooit weg’.

Zowel pensioen als lijfrente ‘mikken’ op een uitkering van 70% van het inkomen. Lijfrenteaftrek kent wel 2 belangrijke beperkingen. Er kan nooit lijfrenteaftrek worden gekregen over het inkomen boven de circa € 154.000. Daarnaast mag per jaar maximaal 17% aan lijfrentepremie worden besteed. Ook mag niet verder dan 7 jaar ‘niet genoten aftrek’ worden ingehaald. Bij pensioen kan ‘vlak’ voor de pensioendatum alsnog over de hele dienstperiode pensioen worden toegezegd. Over het verleden mag ook ‘maar’ maximaal circa € 6.500 per jaar. Ondernemers die ouder dan 55 jaar zijn mogen overigens het dubbele in aftrek brengen.

Het voordeel van een lijfrente bij een bank in plaats van een verzekeraar is dat een levenslange uitkering ‘maar’ 20 jaar hoeft te duren en dat het geld dat bij overlijden binnen die periode nog in de pot zit, gewoon naar de erfgenamen kan gaan. Naast het sparen kan dan een losse risicoverzekering voor de nabestaanden worden afgesloten indien gewenst.

Let hierbij wel vooral op de oude lijfrentepolissen van voor 1992. Deze kennen ook de vrijheid dat de uitkering bij leven, ook naar anderen dat de polishouder zelf mogen gaan. Als zo’n oud regime lijfrentepolis naar een bank wordt overgebracht, gaat deze vrijheid verloren.
Dit geldt kan dus ook gebruikt worden voor een studielijfrente voor het kind of de kleinkinderen. Zij betalen dan de belasting over de uitkering, maar die zal vaak erg laag of zelfs nihil zijn. Dit moet juridisch dan wel goed worden vormgegeven, door per jaar de uitkering te schenken. Zodoende worden ook successierechten voorkomen. Eigenlijk te mooi om waar te zijn, vandaar dat dit soort polissen ook per 1992 zijn afgeschaft. Nu is het zo dat een lijfrente gewoon moet toekomen aan de degene die de premie heeft betaald. Alleen bij overlijden mag het ‘geld’ naar een ander gaan, partner, (klein) kinderen, overige erfgenamen, maar zelfs ook buiten de ‘familiegroep’.

Streamer: Alles afwegende heeft lijfrente met name meer vrijheden in de uitkeringsfase. De lijfrente ‘bij de bank’ verdient daarbij de voorkeur.

Reageer