Artikel Tips & Advies: Overheidsvoorzieningen en ‘fiscale’ pensioenplanning!

Juist nu de vergrijzing op gang begint te komen, kalven de overheidsvoorzieningen af.
Vanaf 2015 wordt de partnertoeslag in de AOW immers definitief afgeschaft. Hoewel dat al lang geleden is beslist, komt het nu echt dichterbij. Daarnaast heeft het Kabinet besloten dat vanaf 2011 de toeslag versneld, nog meer afhankelijk wordt gemaakt van het inkomsten van de pensioengerechtigde partner. Tot nu toe is het zo dat een 65-plusser een toeslag krijgt voor zijn jongere partner, mits deze zelf geen inkomen heeft. Als de partner wel eigen inkomen uit -actieve, tegenwoordige – arbeid heeft, of in verband met arbeid – bijvoorbeeld WW, een WIA-uitkering of een eigen pensioenuitkering – dan wordt de toeslag gekort. Er blijft wel altijd minimaal 15% van het minimum loon over. Vanaf 2015 vervalt deze toeslag dus helemaal, tot die datum wordt de partnertoeslag geminimaliseerd. De volledige afschaffing van de partnertoeslag geldt dus voor iedereen die op of na 1 januari 1950 is geboren (en een jongere partner heeft). Ook begint juist op het moment dat de ‘grote’ vergrijzing begint, de afkalving van de AOW. Nu de ‘babyboomgeneratie’ (geboren na WO II, vanaf 1945)) met pensioen gaat, vervalt dus niet alleen de partnertoeslag, maar ook de AOW zelf wordt beperkt. De AOW-gerechtigde leeftijd gaat vanaf 2020 naar 66 jaar en vanaf 2025 naar 67 jaar. Een verdere verhoging is daarna niet uitgesloten. Daarnaast, en dat gaat geruisloos, wordt nu al circa 25% van de AOW-kosten betaald vanuit de algemene middelen, lees de belastingopbrengsten. Pensioengerechtigden met een inkomen hoger dan de 1e schijf betalen dus indirect ‘meer’ belasting om de AOW te bekostigen. Hoe hoger het ‘eigen’ pensioen, hoe meer dus ook na 65 jaar wordt betaald voor de AOW. Of dat erg is, is natuurlijk de vraag. Sterkere schouders kunnen zwaardere lasten dragen immers.
Toch is teveel pensioen dus misschien helemaal niet goed. Naarmate een pensioeninkomen meer in het 52%-tarief valt, gaat het fiscale voordeel deels teniet. Omdat de pensioenpremie fiscaal aftrekbaar is, is alleen belastinguitstel het voordeel. Wellicht kan beter ‘meer’ gespaard worden in Box III. Weliswaar moet dan ieder jaar 1,2% IB middels de vermogensrendementsheffing worden betaald (30% over een fictief rendement van 4%), maar het vermogen is wel vrij te besteden. Op pensioengeld zit dus niet alleen een progressieve IB-claim, maar het geld ligt ook vast als pensioen. En kan alleen maar via jaarlijkse pensioentermijnen worden uitgekeerd (tot de dood er op volgt)!
Goede pensioenplanning, rekening houdend met de afschaffing van de partnertoeslag, de verhoging van de AOW-leeftijd, en de keus tussen Box I inkomen of Box III vermogen wordt steeds belangrijker. Te weinig pensioen is niet goed, maar soms is teveel pensioen ook niet fiscaal slim. Om de 2 a 3 jaar goed de pensioenplanning tegen het licht houden is gezien de dynamische pensioenomgeving een noodzaak geworden.

Streamer: Overheidsvoorzieningen worden beperkt tot het (absolute) minimum. Eigen verantwoordelijkheid wordt steeds belangrijker. Goede pensioenplanning is noodzaak.

Reageer