Artikel Tips & Advies: De ZZP-er en zijn pensioen (1)

Nu na de crisis blijkt dat het aantal ZZP-ers snel weer toeneemt, is het goed om hun pensioenmogelijkheden middels een 3-luik eens beter te bekijken.

Allereerst is het van belang om goed te onderscheiden wie nu eigenlijk ZZP-er is. Letterlijk is het een ondernemer die geen personeel heeft. Dit kan vanuit twee juridische omgevingen, hetzij vanuit een IB-onderneming, hetzij vanuit een BV. Als er sprake is van een BV dan is de ZZP-er formeel werknemer (vaak directeur-grootaandeelhouder, DGA) en kan ‘gewoon’ pensioen opbouwen (zie deel 3). Als sprake is van een IB-onderneming kan de ZZP-er alleen maar ‘pensioen’ opbouwen via een lijfrente. Deze tweedeling blijft overigens gelijk als een ZZP-er wél personeel gaat krijgen, het is dan of een IB-ondernemer (dus met personeel) of een DGA (met personeel). Eigenlijk is ZZP-er dus ook een beetje een ‘geuzennaam’. Inmiddels wordt dan ook wel gesproken over Zelfstandige Professionals.

Grosso modo kan vervolgens gesteld worden dat een BV interessant is vanuit enerzijds aansprakelijkheidsperspectief. Een IB-ondernemer is volledig én hoofdelijk aansprakelijk met z’n hele ‘hebben en houwen’, dus ook privé bezittingen. Verder is een BV anderzijds fiscaal aantrekkelijker vanaf een winst van circa € 150.000 tot € 175.000 per jaar.

Als een werknemer ZZP-er wordt bestaat, maar dat is wel afhankelijk van zijn ‘oude pensioenfonds’, de mogelijkheid om nog maximaal 3 jaar pensioenpremie te blijven betalen op grond van de oude pensionregeling. Het voordeel daarvan is enerzijds gemak, anderzijds hoeft hij niet gekeurd te worden. Wel moet hij zich dan realiseren dat hij zowel het (oude) werknemersdeel als de (oude) werkgeversbijdrage moet betalen. Interessant is dan om te onderzoeken of alleen deelgenomen ka worden aan de nabestaanden- en/of arbeidsongeschiktheidsvoorziening.

Een ZPP-er kan verder ieder jaar maximaal 17% van zijn inkomen (lees winst) gebruiken voor een lijfrente. Over die betaling hoeft dan geen belasting betaald te worden, maar dat geld moet wel buiten zijn bedrijf worden gebracht. Hetzij bij een verzekeraar, hetzij bij een bank. Hierbij moet met name gekeken worden naar de kostenkant. Deze ligt normaliter bij een bank lager. Het nadeel van een bancaire lijfrente is wel dat er geen nabestaanden – en arbeidsongeschiktheidspensioen kan worden aangegaan. 17% is voor een jong(ere) ZZP-er, tot zo’n beetje 50 jaar, een prima percentage maar voor een oudere ZZP-er aan de lage kant. Dus je moet er vroeg mee beginnen! Aanvullend kan natuurlijk gewoon gespaard worden!

Daarnaast ‘bouwt’ een ZZP-er natuurlijk ook gewoon AOW op, die zoals het er nu uitziet vanaf 2020 naar 66 jaar gaat, en vervolgens vanaf 2025 naar 67 jaar.

De lijfrente kan te zijner tijd op ieder gewenst moment ingaan, dus ook (ruim) voor 65 jaar (of de nieuwe AOW-leeftijd), maar moet dan wel levenslang duren. Ook kan een tijdelijke lijfrente, bijvoorbeeld van 65 tot 70 jaar aangekocht worden, maar deze mag dan maximaal zo’n € 20.000 bedragen. Een bancaire lijfrente moet minimaal 20 jaar duren + de jaren voor 65 jaar. Dus bijvoorbeeld van 63 tot 85.

De volgende keer ga ik nog verder specifiek in op de extra lijfrente-mogelijkheden van de ZZP-er/IB-ondernemer, in verband met de (fiscale) oudedagsreserve en de stakingwinst. De keer daarna kijk ik naar het pensioen van een ZZP-er die vanuit een BV werkzaam is.

Streamer: ZZP-ers hebben alle keuzes in eigen hand. Maar daar moeten ze wel gebruik van maken.

Reageer