Artikel Pensioen: Met vaste hand door de pensioencrisis

Met vaste hand door de pensioencrisis
Het pensioengebouw vertoont steeds nieuwe scheuren. Voor paniek is geen reden, maar rustig achteroverleunen kan ook niet meer. Het is tijd voor actie. Door Vincent Strik

Ooit was het een uitermate saai onderwerp: het pensioen. Daar gingen technocraten over, die regelden alles tot ver achter de komma in een onbegrijpelijk jargon. Het onbegrijpelijke jargon is gebleven, alleen niet langer om daarmee steeds fraaiere regelingen op te tuigen, maar om – in ieder geval tot voor kort – vergaande versoberingen te verbloemen en verschuivingen van risico. Van eindloon naar middelloon en van middelloon naar beschikbare premie.
Het pensioenstelsel tuimelt het laatste decennium van crisis naar crisis. En waar crisis is, steken verontwaardigde beschuldigingen en tegenstrijdige adviezen de kop op. Het jongste conflict gaat over de rente waartegen de toekomstige verplichtingen contant moeten worden gemaakt. Hoe lager de rente, hoe hoger de verplichtingen. Hoewel de meeste pensioenfondsen prachtige beleggingsresultaten boeken, deels dankzij de gedaalde marktrente, zorgt die lage rente er tegelijkertijd voor dat de dekkingsgraad voor veel fondsen, waaronder de vijf grote, tot diep onder het minimumniveau is gezakt.
Volgens de ene school is er niets aan de hand. De rente is kunstmatig laag en dus is er geen reden om in te grijpen, maar om de spelregels aan te passen. De andere school stelt dat er geen enkele garantie is dat het huidige rente binnen afzienbare termijn weer zal aantrekken en dat het dus verstandiger is om de consequenties te aanvaarden. Dit betekent zo nodig afstempelen, een begrip dat normaliter geassocieerd wordt met diepe crises en niet met min of meer normale conjuncturele schommelingen.
Beide scholen hebben het in deze discussie overigens over de gewenste aanpak van de acute problemen; over de contouren van het pensioenstelsel op langere termijn is in de Stichting van de Arbeid afgelopen juni al afgesproken dat de toezeggingen en uitkeringen in de toekomst mee moeten gaan ademen met de financiële markten en de (steeds maar stijgende) levensverwachting. Meeademen met de financiële markten impliceert ook een mogelijk afstempelen, maar het klinkt minder dramatisch. Demissionair minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken heeft er afgelopen week bij de Tweede Kamer op aangedrongen snel langs deze lijnen aan de slag te gaan.

Rustig blijven
De strijd over de aanpak van de acute problemen en de toekomst van het pensioenstelsel gaat grotendeels over de hoofden van de individuele deelnemers heen. Die dachten ooit dat alles goed was geregeld en komen er steeds meer achter dat zijn blinde vertrouwen naïef was. Pijnlijk uiteraard, maar geen reden om langdurig bij de pakken neer te zitten. Welke oplossing ook voor de huidige crisis wordt gevonden, er zullen ingrijpende maatregelen nodig zijn voordat verwachtingen en mogelijkheden (weer) met elkaar in evenwicht zijn. Een deelnemer doet er daarom verstandig aan dit proces niet af te wachten. Hij kan beter zelf proberen het evenwicht te herstellen.
Deelnemers die het heft in eigen hand willen nemen, moeten zich volgens pensioenadvocaat Theo Gommer om te beginnen niet gek laten maken. ‘Rustig blijven is de eerste vereiste.’ Paniekerige krantenkoppen over de dekkingsgraden, geruststellend bedoelde paginagrote advertenties van de pensioenfondsen en een minister die tot spoed aanmaant, het zijn allemaal geen redenen voor paniek. ‘We hebben ons in het verleden te rijk gerekend. Dat zal op de een of ander wijze gecorrigeerd moeten worden. Pappen en nathouden werkt niet meer. De huidige crisis is op zich goed voor het pensioenbewustzijn. Alertheid is goed, paniek overbodig.’
De eerste concrete stap is volgens Gommer, die ook voorzitter is van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen en partner bij Akkermans & Partners in Tilburg, een zorgvuldige inventarisatie. ‘Krijg met behulp van het Uniforme Pensioen Overzicht (UPO) een goed beeld van de opgebouwde en nog op te bouwen rechten en vergelijk die rechten met de vermoedelijke wensen na pensionering. En kijk de ontwikkelingen vervolgens even aan voordat je tot volgende stap besluit. Tenzij het beeld natuurlijk meteen overduidelijk is.’

Langer doorwerken
Mocht de conclusie zijn dat het vermoedelijke pensioen echt te laag is om straks comfortabel van te kunnen leven, dan komen volgens Gommer de al bestaande individuele keuzemogelijkheden aan de orde, de keuzes die de deelnemers nu al hebben en die in de toekomst waarschijnlijk alleen maar zullen toenemen. ‘De eerste optie is langer doorwerken. Ieder jaar dat er langer wordt doorgewerkt wordt extra pensioen opgebouwd en hoeft er minder te worden uitgekeerd. Het mes snijdt dan aan twee kanten en meteen ook behoorlijk diep.’ Een vervelende factor is dat het overgrote deel van de arbeidscontracten nog niet voorziet in de mogelijkheid tot langer doorwerken. ‘Misschien voelt de werkgever wel voor een deeltijdpensioen. Of anders kun je altijd als zzp-er of freelancer aan de slag. Als je daar geen zin in hebt, jammer. Dan houdt alles op: geen zin, geen oplossing.’
Tot de individuele keuzes behoren ook zaken als het omzetten van het nabestaandenpensioen in het eigen ouderdomspensioen of het kiezen voor een hoog/laagconstructie. Omzetting van het nabestaandenpensioen kan alleen als er sprake is van een echt pensioen en de partner zelf een redelijk pensioen heeft. In twee van de drie gevallen is echter sprake van een verzekering die eindigt zodra het arbeidscontract eindigt en valt er dus niets te verdelen. Een hoog/laagconstructie vergroot het totale pensioen niet, maar haalt een deel van het pensioen naar voren. Dat kan wenselijk zijn als er de eerste pensioenjaren nog sprake is van hoge lasten. Mocht er sprake zijn van een beschikbarepremieregeling, dan kan er ook nog gekozen worden voor een pensioenknip. Er wordt dan niet onmiddellijk het hele pensioen ingekocht, maar in een paar stappen. Dit in de hoop dat het renteniveau over een paar jaar weer aantrekkelijker is. Dat kan goed uitpakken, maar ook faliekant verkeerd.

Extra sparen
Indien die individuele keuzes te weinig opleveren, dan is er uiteraard de mogelijkheid om extra te sparen. Gommer noemt extra sparen opzettelijk als laatste. Volgens hem is het zinvol eerst de andere opties te bestuderen. En mocht er tot extra sparen besloten worden, doe dat dan op basis van een meerjarenplan, zo adviseert hij. ‘Dat moet je structureel aanpakken en niet opportunistisch een fiscaal voordeeltje willen behalen.’
Extra sparen kan bijna altijd fiscaalvriendelijk. ‘Nagenoeg iedereen heeft een groter pensioentekort dan zijn portemonnee kan vullen. Mocht dat niet het geval zijn, dan is er in principe ook geen pensioenprobleem.’ Fiscaalvriendelijk sparen kan bijvoorbeeld via de levensloopregeling of via de aankoop van toekomstige lijfrentes. Die producten zijn er in verschillende smaken. De toegenomen concurrentie maakt dat de kosten niet meer de pan uitrijzen. Daar zorgen nieuwkomers als Brand New Day wel voor.
Sparen hoeft echter niet noodzakelijk fiscaalvriendelijk via box 1 te gebeuren. Het kan ook via box 3. Tegenover de 1,2% rendementsheffing (bij de huidige rente een behoorlijke rib uit het lijf) staat een grote vrijheid. ‘Als de ruimte er is, dan zou ik een combinatie nastreven’, aldus Gommer. ‘Het mooiste is de AOW, plus een eerlijk pensioen, eventueel aangevuld met een deel via een lijfrente en de rest in de vrom van vrije besparingen voor de extraatjes.’

Rechtszaken
De wijzigingen die het pensioenlandschap nu noodgedwongen ondergaat, zullen niet zonder slag of stoot worden geaccepteerd door de (oudere) deelnemers en gepensioneerden, zo verwacht Gommer. Jonge deelnemers zijn nog altijd niet echt geïnteresseerd, die hebben andere zaken aan hun hoofd. Maar ouderen en gepensioneerden kunnen in een aantal gevallen met reden een beroep doen op eerdere toezeggingen. ‘Het gaat daarbij niet om de formele afspraken, maar om de verwachtingen die door de pensioenfondsen zijn gewekt bij de deelnemers. De Pensioenwet is hier heel duidelijk in.’ Als de fondsen zoals in het recente verleden met verbloemd taalgebruik de risico’s hebben onderbelicht of wijzigingen in de voorwaarden hebben verdonkeremaand, dan hebben de deelnemers goede kans om bij de rechter de daaruit vloeiende verslechteringen tegen te houden, zo kan de pensioenadvocaat worden begrepen. Dat belooft nog een interessante strijd te worden.

Kader:
Goed pensioen
De pensioenwereld glijdt van de ene crisis in de volgende. Tijd om zelf de touwtjes in handen te nemen.
1. Raak niet in paniek. De pensioenhoogte wordt weliswaar onzekerder, maar de basis is en blijft behoorlijk stevig.
2. Maak een goede inventarisatie van de opgebouwde rechten met behulp van het jaarlijkse pensioenoverzicht.
3. Zet de vooruitzichten af tegen de wensen. Die wensen liggen mogelijk heel wat lager dan 70% van het laatstverdiende loon.
4. Mocht er een tekort zijn, denk dan allereerst aan de mogelijkheden tot langer werken. Als dat bij de huidige werkgever niet kan, kijk dan verder.
5. Benut de mogelijkheden om het toekomstige pensioen aan te passen aan de individuele wensen. Zet indien mogelijk het nabestaandenpensioen in, kijk naar een hoog/laagconstructie of naar een pensioenknip.
6. Maak gebruik van de mogelijkheden om fiscaalvriendelijk te sparen. Bijna iedereen heeft meer fiscale ruimte dan spaargeld.
7. Als de fiscale polsstok lang genoeg is, kijk dan ook naar niet-fiscaalvriendelijk sparen. Tegenover de rendementsheffing staat extra vrijheid.
8. Als uw pensioenfonds u in het verleden op het verkeerde been heeft gezet, aarzel dan niet om uw juridische mogelijkheden te onderzoeken.

Reageer