Artikel Overgeld: Pensioenverweer bij echtscheiding: een machtsmiddel

Voor wie er niet onlangs naar ‘Boer zoekt Vrouw’ heeft gekeken, waarin één van de boeren vertelde over zijn verbroken relatie en hoe hij zich daar maar bij had neergelegd, ga ik in deze bijdrage in op de mogelijkheid om zich, in elk geval op het terrein van het pensioen niet zonder slag of stoot neer te leggen bij de gevolgen van de echtscheiding.

In eerdere bijdragen is al aan de orde gekomen, dat het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen in principe bij helfte tussen de partners moet worden verdeeld. Voor het gemak ga ik even uit van de klassieke situatie, dat de man de pensioenaanspraken heeft opgebouwd en de vrouw niet. En om de situatie nog klassieker te maken, de man wil scheiden, de vrouw niet. Maar uiteraard is dit vice versa op willekeurig welke partnerrelatie toe te passen.

Opgebouwde pensioenaanspraken omvatten niet alleen ouderdomspensioen, maar ook nabestaandenpensioen, partnerpensioen. De laatste jaren is het steeds vaker voorgekomen, dat het partnerpensioen niet op opbouwbasis werd verzekerd, maar op risicobasis. Dat houdt in, dat er wel periodiek premie wordt betaald, en dat zolang u bij een werkgever in dienst bent en die premie betaalt en komt te overlijden, uw partner een nabestaandenpensioen krijgt. Bent u echter uit dienst en betaalt u geen premie meer, en komt u dan te overlijden, dan is er geen opgebouwd kapitaal (er is immers alleen betaald voor het risico van de onzekere gebeurtenis en geen kapitaal opgebouwd voor de nabestaande) en dus geen uitkering voor de nabestaanden. Als er wel een kapitaal bij elkaar wordt gespaard voor het nabestaandenpensioen, dan is de premie meestal aanzienlijk hoger of wordt een groter deel van de totale premie voor het nabestaandenpensioen gereserveerd. En dat gaat ten koste van het ouderdomspensioen. Uit oogpunt van kostenbesparing is het nabestaandenpensioen dus vaak op risicobasis verzekerd. Ná de pensionering zou er dan geen nabestaandenpensioen meer zijn, maar dat kan dan weer ondervangen worden door een gedeelte van het ouderdomspensioen om te laten zetten in nabestaandenpensioen.

Terug naar het echtscheidingsprobleem echter. De man heeft pensioenaanspraken opgebouwd, ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen. Deze komen bij de echtscheiding voor verevening in aanmerking. Het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen komt voor de helft aan de vrouw toe en het opgebouwde nabestaandenpensioen wordt door de pensioenuitvoerder voor de vrouw apart gezet. De nieuwe partner van de man krijgt dat laatste dus niet, tenzij de vrouw daar mee in stemt.

Maar, het probleem zit in het feit, dat de man in deze echtscheiding een nabestaandenpensioen heeft op risicobasis. Dan is er voor de vrouw geen potje met geld apart te zetten door de pensioenuitvoerder. Want door het einde van het huwelijk wordt bezien hoe hoog de aanspraak is op nabestaandenpensioen. Echter alleen het risico van overlijden is verzekerd; er is geen kapitaal opgebouwd. En dus kan er geen nabestaandenpensioen worden gereserveerd. En voor deze vrouw wordt door het einde van het huwelijk geen nabestaandenpensioen meer verzekerd. Dit kan nog het best vergeleken worden met een brandverzekering voor een huis: als je de verzekering stopt, krijg je ook geen pot met ‘gespaard’ geld terug. Dat betekent dat als de man na de echtscheiding komt te overlijden, de vrouw zonder inkomsten zal zitten. Na de scheiding en tijdens zijn leven kreeg ze immers alimentatie. Die valt weg en er is geen nabestaandenpensioen.

In een dergelijke situatie kan de vrouw de echtscheiding blokkeren. Niet voor altijd, maar wel tot het moment dat de man er voor heeft gezorgd, dat er voor haar wél een bepaald inkomen is als hij komt te overlijden. Pensioenverweer heet dat in ons Burgerlijk Wetboek. De verwerende partner wordt dus een soort van machtsmiddel in handen gegeven om de scheiding toch in elk geval tijdelijk tegen te houden.

Het nadeel is wel, dat het dus een verweer is. De naam zegt het al. Het is dus onmogelijk om in het hierboven geschetste klassieke geval als vrouw zélf de echtscheiding aan te vragen en te eisen dat een nabestaandenvoorziening wordt getroffen. En daar zou de wetgever wat aan moeten doen, want zoals het nu is geregeld moet de vrouw maar afwachten. Ze kan niet eens dan zelf het initiatief tot scheiden nemen, terwijl dat wellicht wel zou willen….

Uiteraard kan met behulp van adviseurs bezien worden hoe een nabestaandenvoorziening in het vat kan worden gegoten of hoe voorzien kan worden dat de vrouw ook na overlijden van de man nog een bepaald inkomen ontvangt.
Laat u dus goed adviseren voordat u overgaat tot scheiden. Dat geldt zowel voor mannen als voor vrouwen.

Mw. mr. Henny van den Hurk, Gommer & Partners Pensioen Advocaten te Tilburg

Reageer