Artikel Overgeld.nl: Toveren in pensioenland…(deel 2*)

‘Geen premie, toch pensioen’. Het lijken de nieuwe toverwoorden in pensioenland. Maar helaas blijkt de formule toch nog bij lange na niet perfect te zijn. Ook niet bij verzekeraars (deel 1, dat verscheen op 1 mei jl., betrof pensioenfondsen).

De praktijk wijst uit dat er echt nog de nodige hobbels genomen moeten worden alvorens een werknemer naar de pensioenuitvoerder kan stappen en zijn pensioenuitkeringen kan opeisen.

En een werknemer aan wie het verwijtbaar is, dat er geen aanmelding heeft plaatsgevonden bij de pensioenuitvoerder heeft nog een extra hobbel te nemen.

Vaak spelen ook nog aspecten van verjaring, omdat iemand er meestal pas op de pensioendatum achter komt dat zijn ouderdomspensioen niet tot uitkering komt en zich dan gaat afvragen wat daarvan de oorzaak zou kunnen zijn.

Zo ook de werknemer uit het arrest van het Hof Den Haag van 16 april jl., die bijna 35 jaar na het einde van het dienstverband tot de ontdekking kwam dat hij een deel van zijn pensioenopbouw miste. Hij sprak zijn voormalig werkgever aan tot nakoming en uitbetaling van pensioen. De werkgever had immers voor hem geen verzekering afgesloten. De rechter wijst die vordering af. De werkgever hoefde alleen maar een verzekering af te sluiten en was niet verplicht tot uitkering. De werknemer kreeg door het afsluiten van de verzekering een recht op uitkering jegens de verzekeraar. Zo bleek ook uit het pensioenreglement.

De werknemer had echter ook een vordering ingesteld tot vergoeding van schade. Die vordering had de kantonrechter in eerste instantie afgewezen wegens verjaring. Maar het Hof oordeelde dat van verjaring geen sprake was, omdat het pensioen pas in 2006 in was gegaan en de werknemer dus toen pas bekend was met de schade. Namelijk de gemiste pensioenuitkering. Dat is een wezenlijk andere vordering dan de opbouw van pensioen.

De werknemer had dus wel degelijk recht op een recht op uitkering jegens de verzekeraar. Dat had de werkgever moeten bewerkstelligen. De werkgever ontsprong echter nog wel de veroordeling om tot schadevergoeding over te gaan, omdat het hier een werknemer betrof die was uitgezonden naar het buitenland en wiens pensioen niet per definitie bij een verzekeraar hoefde worden ondergebracht. De werknemer kon niet bewijzen, dat hem was toegezegd dat hij een recht op uitkering jegens de verzekeraar zou krijgen, omdat zijn bewijs, de personeelsfunctionaris, inmiddels was overleden. En de werkgever had aangetoond dat meerdere expats geen verzekerd ouderdomspensioen hadden, omdat ze daar niet voor gekozen hadden. Vanzelfsprekend was het dus niet en ook ging de regel niet op dat de werknemer behoorde tot de groep aan wie de toezegging was gedaan, nu de toezegging verschillend werd ingevuld.

De vraag is nu of de werknemer meer succes had gehad als hij zich tot de verzekeraar zou hebben gewend en de ‘toverwoorden’ zou hebben uitgesproken. Ik verwacht het niet, er van uitgaande dat de verzekeraar zich tot de werkgever zal wenden voor uiteraard premieverhaal. Dan zou opnieuw de discussie ten tonele komen.

De zaak kan wel anders komen te liggen als de werkgever na zoveel jaren niet meer zou bestaan. Daar zou een opening zijn om bij de verzekeraar wel met succes een beroep te doen op ‘geen premie, toch pensioen’. De juridische positie van de pensioenuitvoerder is dan veel lastiger.

De kwestie heeft natuurlijk altijd twee kanten. Laat het pensioen niet te lang liggen. Dan loop je veel risico’s betreffende verjaring en verdwenen werkgevers en gegevens en bewijsproblemen. Anderzijds kan een verdwenen werkgever ook weer een voordeel zijn.

Nog meer weten/vragen? Stel ze via www.pensioensos.nl!

(*) Deel 1 verscheen op 1 mei jl.

Reageer