Artikel Overgeld.nl: Strijd tussen systemen

Het lijkt wel er een definitieve strijd is losgebarsten tussen de 2 primaire pensioensystemen, salaris/dienstijd, oftewel de uitkeringsovereenkomst (ook wel defined benefit genoemd) en de beschikbare premieregelingen, oftewel premieovereenkomst (ook wel defined contribution genoemd).

De meeste werknemers hebben in Nederland een salaris/diensttijdregeling en dan gebaseerd op het gemiddelde loon (middelloonregeling). Dat betekent dat een werknemer de toezegging krijgt dat hij vanaf de pensioendatum € x (een vast en gegarandeerd bedrag) aan pensioen krijgt. Ook is veelal toegezegd dat het pensioen zowel in de opbouwfase als in de uitkeringfase zoveel mogelijk wordt aangepast aan de inflatie.

In het andere systeem, het beschikbare premiesysteem, krijgt een werknemer ieder jaar een premie ter beschikking van de werkgever. Hij stopt deze in zijn spaarpot, en afhankelijk van de waarde op de pensioendatum kan een pensioen worden aangekocht (het pensioengeld van alle werknemers kan daarbij collectief beheerd én belegd worden, indien gewenst).

Overigens moeten werknemers in beide systemen meestal een derde tot de helft zelf betalen.

De vraag is nu: wat is beter en is het ‘failliet’ van de salaris/diensttijd systeem er inmiddels? Ik neig er wel toe. Kijk, een salaris/diensttijd systeem is prachtig, eigenlijk beter dan de ongewisse uitkomst van een beschikbare premieregeling. Alleen, het blijkt dat het niet gegarandeerd kan worden. Wel in theorie, maar niet in de praktijk. De praktijk is namelijk, zowel bij ondernemingspensioenfondsen (dus gebonden aan een bedrijf, zoals Philips, Shell, Unilever, etc.) als bij (verplicht gestelde) bedrijfstakpensioenfondsen (dus metaal, bouw, ambtenaren etc.) dat er bij een ‘tekort’ (even los van de vraag wanneer er een tekort is) gewoon een lagere pensioenuitkering wordt gedaan!

Ja, of de premie wordt verhoogd of de werkgever moet bereid zijn bij te storten om de pensioenuitkering op peil te houden. En juist die beide oplossingen zijn niet gewenst (niet door de Cie. Goudswaard, niet door de overheid, niet door werkgevers en blijkbaar ook niet door werknemers). Ergo, bij meer dan de helft van alle ondernemingspensioenfondsen is inmiddels gewoon keihard juridisch afgesproken dát de werkgever niet bijstort!

En, en dat is nog erger, het blijkt al voordat de echte fase is aangebroken waarbij op grote schaal pensioen – en dat voor het eerst in de geschiedenis – moet worden uitgekeerd er grote discussies ontstaan. Nog even ter herinnering: we hebben (inclusief pensioenverzekeraars) ongeveer € 1.000 miljard pensioenvermogen en in 2010 is ruim € 20 miljard uitgekeerd. In 2020 keren we meer dan € 100 miljard uit én keren we meer uit dan er qua premie + rendement bijkomt. We gaan dan interen op het totale pensioenvermogen.

Het nieuwe pensioenakkoord lijkt na te streven dat ook bij een salaris/diensttijdregeling de hoogte van het pensioen afhankelijk wordt van de levensverwachting en het behaalde rendement.

Dat we collectief beleggen, prima, als dat meer rendement oplevert tegen minder risico, wie kan daar dan tegen zijn? Dat het pensioen afhangt van de inleg, het rendement en de levensverwachting is in beide systemen nu ook al het geval.

Ook bij de noodzakelijke solidariteit en de behoefte daaraan kunnen inmiddels grote vraagtekens worden gesteld. Hoe je daar ook naar kijkt: solidariteit levert voor de een meer op en voor de ander minder. De vraag is of solidariteit dus nog wel past in de huidige maatschappij?!

Misschien zijn beide systemen dus niet zo heel verschillend. Het gaat gewoon altijd over hoeveel geld er in de spaarpot zit, niet meer en niet minder. Tot slot is mijns inziens het verwachtingsmanagement veel belangrijker dan hoe we het noemen. En laten we daarover eerlijk zijn: dát is de pensioenfondsen niet gelukt, dat blijkt!

Hebt u vragen over alle recente pensioenontwikkelingen en wat dat voor u betekent? Stelt u ze dan gerust via www.pensioenSOS.nl.

mr Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Reageer