Artikel Overgeld.nl: Streefregeling: kapitaalovereenkomst of toch een uitkeringsovereenkomst?

Onderwerp: Streefregeling: kapitaalovereenkomst of toch een uitkeringsovereenkomst?

Steeds vaker wordt op pensioendatum duidelijk dat een pensioenregeling in de loop van de tijd niet is aangepast aan de vele wijzigingen in de wet- en regelgeving. De volgende situatie is thans actueel.

Een werkgever heeft een jaar of vijftien geleden pensioen toegezegd aan een werknemer, waarbij de hoogte van het te bereiken ouderdomspensioen wordt gerelateerd aan de doorgebrachte diensttijd en het laatstverdiende inkomen. Met andere woorden, er is sprake van een eindloonregeling. Zoals nu nog het geval is moest ook op het moment van toezeggen de pensioenregeling worden veiliggesteld bij een pensioenfonds of een verzekeraar.

Ook toen al kenden de meeste verzekeraars geen individuele renteverzekeringen, zodat destijds is gekozen voor een kapitaalverzekering met een pensioenclausule. Niet de uitgestelde levenslange uitkering werd verzekerd, maar een kapitaal dat op pensioeningangsdatum moet worden aangewend voor de aankoop van een direct ingaand ouderdomspensioen (al dan niet met 70% overgang op de partner). Deze constructie werd ook wel een streefregeling genoemd.

Het pensioen dat kon worden aangekocht op pensioeningangsdatum aan de hand van het op dat moment ter beschikking zijnde kapitaal en de op dat moment geldende tarieven treedt in de plaats van de beoogde aanspraak op eindloonbasis. De streefregeling heeft derhalve kenmerken van zowel een eindloonregeling als een beschikbare premieregeling. Het is dan ook een hybride pensioenregeling. Immers, gestreefd werd naar een eindloonresultaat, maar er was geen keiharde garantie dat de aan te kopen uitkering gelijk is aan een eindloonpensioen. Vandaar de term ‘streefregeling’.

Een streefregeling was dan ook formeel geen pensioenregeling in de zin van de Wet Loonbelasting 1964. Deze kent een eindloon-, middelloonregeling en een beschikbare premieregeling. Zonder maatregelen zou er sprake zijn van een onzuivere pensioenregeling met alle gevolgen van dien. In het besluit van 19 december 2003 heeft de Staatsecretaris besloten om onder voorwaarden de hybride pensioenregeling aan te wijzen als beschikbare premieregeling.

Een van de voorwaarde was dat bij de berekening van het te verzekeren pensioenkapitaal werd uitgegaan van het pensioen op basis van het pensioengevende loon van het betreffende jaar. Verhoging van de reeds opgebouwde rechten als gevolg van salarisverhogingen leidden tot verhoging van het te verzekeren kapitaal, hetgeen werd verdisconteerd in de toekomstige premies. In geval er sprake was van een financieringsachterstand van de tijdsevenredige aanspraken kon een aanvullende koopsom worden gestort.

Bovenstaande leidt tot de conclusie dat in geval van een streefregeling er in de opbouwfase sprake is van een eindloonregeling en op pensioeningangsdatum er sprake is van een beschikbare premieregeling.

Genoemd besluit is met ingang van 23 oktober 2007 vervangen door een nieuw Besluit. Hierin is bevestigd dat een pensioenregeling, welke is veiliggesteld door middel van een kapitaalverzekering met pensioenclausule, wordt aangemerkt als een pensioenregeling. De hiervoor genoemde voorwaarde ten aanzien van de berekening van het te verzekeren pensioenkapitaal is niet gewijzigd. Wel is het volgende toegevoegd: Het moet gaan om pensioenregelingen met als karakter een kapitaalovereenkomst, in de zin van artikel 10 van de Pensioenwet. Dit betreft derhalve een regeling die een bepaling kent waaruit blijkt dat het te verzekeren kapitaal de pensioentoezegging is.

Deze aanvullende voorwaarde heeft tot gevolg dat de pensioentoezegging diende te worden aangepast. Hierbij geldt dat pensioen een arbeidsvoorwaarde is. Deze kan normaliter niet eenzijdig worden gewijzigd, doch alleen met instemming van zowel werkgever als werknemer.

Met het zicht op zijn pensioendatum wordt aan de werknemer een offerte gestuurd met daarin de opgave van het pensioen dat kan worden aangekocht met het expirerende pensioenkapitaal. De hoogte van de uitkering is aanzienlijk lager dan verwacht. Een van de redenen hiervoor is dat in genoemd Besluit is bepaald dat het kapitaal dient te zijn vastgesteld met inachtneming van een tarief op basis van een nettorendement na pensioeningangsdatum van tenminste 4%. De thans geldende tarieven gaan uit van een lagere rekenrente. Hoe lager de rekenrente hoe lager de uitkering.

Niet uitgesloten is dat de werknemer zich tot de werkgever zal richten en nakoming van de ‘originele’ pensioentoezegging zal vorderen, waarbij wordt uitgegaan van een eindloonregeling. Immers, de toezegging luidde een eindloonregeling, waarbij voor de financiering is gekozen voor een kapitaalverzekering. Ondanks het fiscale vereiste is de pensioentoezegging niet aangepast in een kapitaalovereenkomst. De werknemer heeft dan ook een redelijke kans van slagen. Zonder aanpassing van de toezegging mocht en kon hij erop vertrouwen dat de aan te kopen uitkering nagenoeg gelijk zou zijn aan het te bereiken pensioen op eindloonbasis.

Hieruit blijkt nogmaals dat het wijzigen van de streefregeling (gebaseerd op een eindloonregeling) in een kapitaalovereenkomst noodzakelijk is. Immers, indien de pensioentoezegging niet is aangepast, dan kan de werknemer zich op het standpunt stellen dat het te verzekeren kapitaal had moeten worden verhoogd en in overeenstemming had moeten zijn met het benodigde kapitaal om de aanspraken op basis van een eindloonregeling te kunnen aankopen. Het risico dat er onvoldoende kapitaal is rust tot het jaar voorafgaande aan de pensioeningangsdatum bij de werkgever. Is de pensioentoezegging wel aangepast, dan ligt het risico bij de werknemer. De toezegging betreft dan een gegarandeerd kapitaal en niet meer dan dat.

Meer weten of vragen? Stel ze via: www.pensioensos.nl

mr. Mirjam N. Koenes MPLA

Reageer