Artikel Overgeld.nl: Pensioenontslag internationaal

Vaak ga ik in mijn column in op recente rechtspraak van onze rechtscolleges in Nederland. Of het nu een rechtbank of een hof of de Hoge Raad is; ze zijn allemaal al wel eens aan de orde geweest.

Ook het Hof van Justitie EU is een rijke bron aan jurisprudentie op het terrein van het pensioenrecht. Want pensioen is al lang niet meer begrensd aan onze landsgrenzen. Als het dat al überhaupt ooit is geweest !

Binnen het Hof van Justitie EU komen regelmatig ook zaken aan de orde die betrekking hebben op situaties die al bestonden in een van de lidstaten vóórdat zij lid werden van de EU. Dat kan tot problemen leiden.

Zo ook met betrekking tot de dame die al sinds 1967 in dienst was van haar werkgever. In 1980 kwamen partijen overeen, dat de arbeidsovereenkomst in elk geval zou eindigen op het moment dat de werkneemster de pensioengerechtigde leeftijd bereikte. In dat land was dat op dat moment, maar ook jaren laten nog, de 60 jarige leeftijd.

In 2006 was het dan eindelijk zo ver. De werkgever wilde de werkneemster uitzwaaien en haar nog een fijne tijd als gepensioneerde toewensen. Dat liet de werkneemster echter niet gebeuren. Ze ging niet akkoord met de mededeling van de werkgever dat haar arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigde vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

De werkneemster stelde dat er sprake was van een door Richtlijn 76/207 verboden discriminatie op grond van geslacht omdat voor mannen een pensioenleeftijd van 65 jaar geldt.

De werkgever deelt de mening van de werkneemster niet en stelt zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst met de werkneemster met daarin de gewraakte pensioenontslagbepaling al was gesloten voordat Oostenrijk, het land waar dit zich afspeelde, toetrad tot de Europese Unie. Daardoor was de afspraak over de pensioenleeftijd al gemaakt voor het moment van toetreding.

De kwestie kwam uiteindelijk bij het Hof van Justitie terecht omdat het Oostenrijkse Oberste Gerichtshof prejudiciële vragen had gesteld.

Het Hof van Justitie geeft aan, dat een nieuwe regeling van Unierecht onmiddellijk van toepassing is op de toekomstige gevolgen van een onder de oude regeling ontstane situatie. Daarnaast geldt dat ook tussen de lidstaten al was overeengekomen dat de oorspronkelijke Verdragen van de EU onmiddellijke werking verkrijgen bij de toetreding en verbindend worden voor de nieuwe lidstaten onder de voorwaarden die in de Verdragen en in de betrokken Toetredingsakte zijn vastgesteld.

Bij de toetreding van Oostenrijk was mogelijk deze pensioenleeftijdsdiscriminatie over het hoofd gezien. Er was voor Oostenrijk geen uitzondering gemaakt op de Richtlijn. En dus was de Richtlijn van toepassing. Bovendien heeft de arbeidsovereenkomst niet alleen gevolgen op het moment van ondertekening, maar tijdens de gehele duur daarvan.

De ontslagregeling in de arbeidsvoorwaarden van de Oostenrijkse werkgever verwezen direct naar een onderscheid op grond van geslacht en dat is op grond van de Richtlijn niet toegestaan. Er is ook geen objectieve rechtvaardiging voor te vinden.

De kwestie speelde in Oostenrijk, maar staat natuurlijk niet op zichzelf. Bij iedere toetreding van een nieuw lid tot de Europese Unie zijn deze zaken weer aan de orde en moet veel tijd en moeite genomen worden om ook te onderzoeken of en welke Richtlijnen voor zover mogelijk moeten worden uitgezonderd van toepasselijkheid. Het verdient echter de voorkeur dat de EU-regels zo veel mogelijk van toepassing zijn, zodat zo min mogelijk uitzonderingen aan de orde zijn. Dat komt de gelijkwaardigheid en gelijke behandeling, maar ook het vrije verkeer van de werknemers alleen maar ten goede.

Reageer