Artikel Overgeld.nl: PensioenAkkoord

Eindelijk is het er, het langverwachte PensioenAkkoord. Minister President Rutte sprak van een historisch akkoord, zodat onze pensioenen betaalbaar blijven en ons pensioensysteem solide. De vraag is of dat echt zo is?

Even de aanpassingen op een rij, eerst de getalsmatige:
-per 2020 gaat de AOW naar 66 jaar, voor iedereen die na 1954 is geboren;
-per 2025 gaat de AOW naar 67 jaar, daarna gaat de verhoging iedere 5 jaar door als de levensverwachting (en dat zal zo zijn) blijft stijgen;
-eerder (65 jaar) of later AOW ontvangen betekent 6,5% meer of minder;
-de pensioenleeftijd voor het werkgeverspensioen gaat al vanaf 2012 (maar dat zal waarschijnlijk 2013 worden) naar 66 jaar, en vanaf 2015 naar 67 jaar;
-ook de percentage voor lijfrenteaftrek (van 17% naar 14,5%?) en de (fiscale) oudedagsreserve (van 12% naar 10%?) worden vergelijkbaar verlaagd.

Het opbouwpercentage van 2% voor eindloon- en 2,25% voor middelloonregelingen blijft gelijk, wel gericht op de hogere pensioenleeftijd.

Dan de kwalitatieve:
-werkgevers hoeven nooit meer bij te betalen als er een tekort is maar krijgen ook geen lagere premie bij overschotten. De huidige doorsneepremie wordt als het ware vastgeklikt;
-iedereen van na 1954 wordt benadeeld t.o.v. voor die datum, is dat eerlijk?;
-de opgebouwde rechten wil men bij voorkeur toch in het nieuwe systeem onderbrengen;
-als er een tekort is bij een pensioenfonds mag dit tekort in 10 jaar worden ingehaald, dat betekent concreet dat ondanks het feit dat er te weinig geld is, toch uitgekeerd mag worden aan de gepensioneerden, is dat eerlijk ten opzichte van – vooral jongere – werknemers?;
-er is geen enkele garantie meer over de pensioenleeftijd én niet over de hoogte van het pensioen.

De conclusie is dat de overheid tevreden kan zijn. Zowel de kosten van de AOW als van het aanvullend pensioen worden ingedamd. De werkgevers zijn het meest tevreden. Ze hoeven niet meer pensioenpremie te betalen én als een pensioenfonds tekort komt hoeven ze niet meer bij te betalen. Dat mag wel afgesproken worden in het decentrale overleg, maar ja, dat is natuurlijk een lege huls.
De gepensioneerden en de oudere werknemers (die voor 2020 met pensioen gaan) houden eigenlijk de rechten die ze nu hebben. Bij een tekort wordt er minder snel afgestempeld en/of minder snel niet/minder geïndexeerd.

Als we vervolgens weten dat de Cie Goudswaard heeft aangegeven dat we 50% meer pensioenpremie zouden moeten betalen om de huidige ambities en verwachtingen te kunnen betalen en we zien dat de pensioenpremie gelijk blijft en dat de overheid zelfs € 4 miljard heeft ingeboekt, dan moet de conclusie zijn dat dit allemaal betaald wordt middels minder zekerheid door de jongeren (na 1955 geboren, maar vooral diegenen die nú beginnen met pensioenopbouw). Ook de positie van ZZP-ers is vergelijkbaar, zij hebben immers alleen AOW en daarboven hun privé-voorziening. Gelukkig kunnen zij wel zelf keuzes maken. Jongere werknemers niet gezien de verplichtstelling van veel pensioenfondsen.

Kortom, de lobby van de FNV heeft wel degelijk gewerkt, ervan uitgaande dat zij vooral oudere werknemers vertegenwoordigen.

De vraag of jongere werknemers nog langer mee willen doen met een verplicht pensioensysteem waarbij ze wél moeten betalen, maar geen enkele zekerheid hebben over de uitkomst, is de laatste vraag. De tijd zal het leren!

Hebt u vragen over het PensioenAkkoord of andere pensioenvragen? Stelt u ze dan gerust via www.pensioenSOS.nl

mr Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Reageer