Artikel Overgeld.nl: Ontslag op de valreep voor de pensioendatum. Het zal je maar gebeuren.

Ondanks dat het kabinet de pensioenrichtleeftijd steeds verder opschuift, komt op enig moment toch echt die (door sommige zeer begeerde) pensioendatum in zicht. Plannen worden gesmeed voor alle vrije tijd nadien. Berekeningen worden gemaakt van het inkomen na de pensioendatum en welk bestedingspatroon daar nog in kan passen. Reizen worden gepland, geboekt en gereserveerd. Kortom, de wereld ligt open en aan de voeten van de gepensioneerde-to-be.

En dan ineens word je als werknemer op staande voet ontslagen…

Dat overkwam ook de werknemer uit de kwestie die onlangs bij de Kantonrechter in Amsterdam tot een vonnis leidde. De desbetreffende werknemer werd beschuldigd van valsheid in geschrifte en op die grond op staande voet ontslagen. Hij vocht het ontslag aan en stelde daarbij onder meer, dat het ontslag voor hem kennelijk onredelijk was. Hij was immers nog maar 3 jaar van zijn pensioendatum verwijderd en zou juist in de laatste jaren nog een aanzienlijk bedrag aan pensioen opbouwen. Daardoor zouden de gevolgen van het ontslag voor hem veel ernstiger zijn, dan de gevolgen van in dienst houden voor de werkgever, dan wel zou de werkgever toch een ontslagvergoeding dienen te betalen. De werknemer was 62 jaar en 38 jaar in dienst van de werkgever.

Helaas voor de werknemer echter wees de Kantonrechter zijn vordering af. De vergelijking met de kwestie die bijna 15 jaar geleden bij de HEMA speelde dringt zich op. Ook daar werd een werknemer in het zicht van zijn pensioen op staande voet ontslagen. De situatie lag daarbij zelfs zodanig, dat de desbetreffende werknemer ná zijn afscheidsreceptie nog werd ontslagen. Waarom? Na afloop van de receptie liep hij door de winkel naar zijn auto en nam een blik verf mee zonder het te betalen… Omdat de werknemer echter toch al afscheid had genomen en niet meer op de werkvloer zou komen waren de gevolgen voor hem minder ernstig.

De reden van het ontslag op staande voet in de onderhavige kwestie was zodanig ernstig, dat het belang van de werkgever voorop moest staan om de werknemer van de werkvloer te verwijderen en verwijderd te houden. Het beroep van de werknemer op het vervliegen van een flink deel van zijn pensioen wordt voorts door de rechter van de hand gewezen. Het gaat om ‘slechts’ 25% pensioenverlies geeft de Kantonrechter aan. Dat is een wat onbegrijpelijke redenering. Een verlies van 25% van de pensioenopbouw is héél veel. Zeker als al moeten worden uitgegaan van een middelloonregeling, zodat veelal het pensioen geen 70% van het laatst verdiende loon is. Veronderstel dat deze werknemer een pensioen zou halen van in totaal 60% van zijn laatstverdiende loon, dan resteert en nog 45% bij een verlies van 25%. Dat is minder dan de helft van het inkomen voor pensioendatum. Of de werknemer in hoger beroep is gegaan of nog zal gaan is niet bekend.

Maar het is niet een en al kommer en kwel voor deze werknemer. Zijn pensioenfonds biedt wellicht de mogelijkheid om de pensioenopbouw nog enkele jaren vrijwillig voort te zetten. Daarbij zal de werknemer dan wél volledig zelf de premies moeten betalen en moeten voldoen aan de voorwaarden die de pensioenuitvoerder daar aan stelt. Maar dan kan wel gerealiseerd worden dat de pensioenopbouw wordt voltooid.

Indien deze kwestie een paar jaar eerder had gespeeld, had de werknemer ook nog gebruik kunnen maken van de mogelijkheden die de Stichting FVP bood. Tijdens de WW-periode vond dan een voortgezette pensioenopbouw plaats. Weliswaar gerelateerd aan het maximum dagloon, maar er vond dan toch een, zij het beperkte, voortzetting plaats.

Helaas bestaat de mogelijkheid van de Stichting FVP niet meer door gebrek aan middelen.

Mogelijk kan de werknemer ook nog een gedeelte van het nabestaandenpensioen uitruilen voor een hoger ouderdomspensioen en daarmee het tekort in zijn pensioen opvangen.

Door gebruik te maken van de mogelijkheden die de pensioenregeling biedt kan de pijn voor deze werknemer nog enigszins verzacht worden. Dat vergt dan wel een investering van de werknemer zelf.

In dit geval ging het om een werknemer die naar het oordeel van de Kantonrechter terecht op staande voet was ontslagen. Dat ressorteert dan in de categorie ‘wie zijn billen verbrandt, moet op de blaren zitten’. Het ligt natuurlijk anders bij bijvoorbeeld ontslag wegens bedrijfseconomische redenen, een reorganisatie en dergelijke. Dan kan een ontslag zeker wel kennelijk onredelijk zijn vanwege de gemiste toekomstige pensioenopbouw. Maar als de werkgever dan slaagt in een ‘habenichts/habewenig-verweer’, zijn de druiven even zuur voor de werknemer. Ook dan kan nog gekeken worden naar de mogelijkheden van vrijwillige voortgezette opbouw of uitruil van nabestaandenpensioen.

Dat zal zeker niet in alle gevallen aan de orde zijn of voldoende zijn als pleister op de wonde, maar het kan wel helpen. Gezien de maatregelen van het kabinet in 2014 en de aangekondigde maatregelen voor 2015 zal overigens een volledig afhankelijk zijn van pensioenopbouw via de werkgever steeds verder verminderen. De hoogte van het opbouwpercentage wordt immers verder naar beneden bijgesteld, maar boven een bepaald inkomen wordt de mogelijkheid verruimd om in privé bij te sparen. En het is de wens van het kabinet een brede dialoog te starten over de lange termijn toekomst van ons pensioenstelsel.

Ik wens u een goed en gezond 2014!

Reageer