Artikel Overgeld.nl: Nabestaandenpensioen nieuwe stijl en het maken van keuzes

Onderdeel van pensioen is natuurlijk ook vernieuwing. Dat heeft de laatste jaren op grote schaal plaatsgevonden, mede ingegeven vanuit Europese invloeden op het gebied van gelijke behandeling. Vooral ook op het vlak van het nabestaandenpensioen, zeker omdat er steeds meer tweeverdieners zijn. Nu vanaf 2015 de partnertoeslag vervalt, is het goed om hier bij stil te staan.

Wat is gebruikelijk? Normaal gesproken krijgt uw partner bij overlijden een pensioen van 70% van het ouderdomspensioen dat u op uw pensioendatum had kunnen bereiken. Dus ook als iemand van bijvoorbeeld 30 jaar komt te overlijden is het partnerpensioen gebaseerd alsof hij of zij tot 65 jaar pensioen zou hebben opgebouwd. Eigenlijk niets aan de hand dus. Wel van belang om te kiezen of u überhaupt wel een partnerpensioen wilt. Want als u beiden werkt, dan houdt uw partner bij uw overlijden natuurlijk gewoon zijn/haar inkomen. Als u kinderen heeft, kan het natuurlijk weer anders liggen,of ook als de ene partner ‘maar’ een klein deeltijdbaantje heeft. Partnerpensioen, zeker op jonge leeftijd, is niet ‘zo duur’, dus bezuinigen hierop zet nog niet zo heel veel zoden aan de dijk. Denkt u ook even aan de medische keuring die u moet ondergaan als u op een later tijdstip wel een partnerpensioen wilt nadat u eerder hebt gekozen dat niet te willen.

Veel belangrijker is het feit dat er bij 2/3 van alle pensioenregelingen alleen een partnerpensioen is zolang u in dienst bent. Dus als u op uw 45-ste van baan wisselt en u komt op uw 46-ste te overlijden, dan hebt u maar een ‘half’ partnerpensioen. Niet gebaseerd op uw werkzame periode van 25-65, maar slechts op die van 45-65 bij uw nieuwe werkgever. Dit noemen we een partnerpensioen op risicobasis. Uw nieuwe werkgever kan overigens wel zorgen dat het een ‘volledig’ partnerpensioen wordt, maar de vraag is dan wel wie dat gaat betalen natuurlijk.

Het gevolg hiervan is dat u op pensioendatum alleen maar een recht op ouderdomspensioen hebt. U kunt dan zelf kiezen of u dan een deel van uw ouderdomspensioen omzet in een deel nabestaandenpensioen. Maar ja, dan houdt u wel minder ouderdomspensioen over! Bij tweeverdieners is dat vaak niet nodig, beide hebben dan (alleen) een eigen ouderdomspensioen.

Nu is er vanaf 2015 ook geen recht meer op een partnertoeslag vanuit de AOW, u krijgt dus alleen nog ‘de eigen AOW’ vanaf 65 jaar (of in de toekomst waarschijnlijk 67 jaar). Eigenlijk is pensioen dus al helemaal verzelfstandigd: alleen AOW voor uzelf, alleen een nabestaandenpensioen zolang u in dienst bent, en alleen een ouderdomspensioen.

U moet dus in pensioenland steeds meer en vaker keuzes maken. Die keuzes bepalen uw individuele pensioensituatie. Als u niet kiest kan het óf tegenvallen, dat is niet gewenst, óf krijgt u iets wat u niet wilt. En ook dat is niet gewenst lijkt mij.

Zorgt u dus dat u weet wat kan en wat u wilt?! Komt u daar niet uit? Gewoon vragen bij uw werkgever, uw pensioenfonds of verzekeraar, de betrokken adviseur, net zo lang tot u het wel begrijpt. De Pensioenwet stelt dat u als werknemer tijdig, juist maar vooral voor u begrijpelijk geïnformeerd moet worden. Maar, u moet ook zélf moeite doen, zo zit de maatschappij tegenwoordig in elkaar. En bij pensioen zeker!

Kijkt u tot slot eens na op uw Uniforme PensioenOverzicht (UPO) hoe dit alles bij u zit!

Heeft u vragen over pensioen? Stelt u ze dan via www.pensioenSOS.nl.

mr. Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Reageer