Artikel Overgeld.nl: Korten van pensioenen, komt dat ook weer goed?

De kranten staan er vol van. Dit jaar zullen de pensioenuitkeringen voor vele pensioengerechtigden gekort worden. Mag dit zomaar? En zo ja, kan het worden voorkomen of tegengehouden. Dit zullen velen zich afvragen.
Het korten van pensioenuitkeringen is uitsluitend mogelijk onder zeer strikte voorwaarden en is een uitzonderlijke herstelmaatregel. Immers, pensioen is uitgesteld loon en dat heeft men verdiend door als tegenprestatie arbeid te verrichten.
In Nederland komt de bevoegdheid tot korten van pensioenen uitsluitend toe aan pensioenfondsen. Verzekerde regelingen kennen deze mogelijkheid niet. Bij verzekeraars lopen deelnemers echter wel het risico van verlies van aanspraken in geval van faillissement van de verzekeraar.
In de Pensioenwet (PW) is vastgelegd wanneer er gekort mag worden door een pensioenfonds. Dat is onder andere als de technische voorzieningen en het minimaal vereiste vermogen niet meer voldoende door waarden zijn gedekt én het pensioenfonds niet in staat is binnen een redelijke termijn, door middel van een herstelplan, er voor te zorgen dat de waarden wel voldoende zijn om aan de verplichting te kunnen voldoen. Met andere woorden, de dekkingsgraad moet voldoende zijn.

Daarnaast dient het pensioenfonds de gerechtigden schriftelijk te informeren over het besluit om tot korten over te gaan. De vermindering kan op zijn vroegst een maand nadat de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden, werkgever én toezichthouder hierover geïnformeerd zijn, worden gerealiseerd.

Uit de PW volgt dat het besluit om te korten een wettelijke bevoegdheid is van het bestuur. Ook staat in de PW dat de kortingsregeling moet worden opgenomen in het pensioenreglement. Mocht dit echter niet het geval zijn, dan kan het bestuur op grond van genoemde wettelijke bepaling tóch het besluit tot korten nemen.

Wel is denkbaar dat dat de werknemers dan een krachtig argument hebben om een vordering tegen de werkgever geldend te maken. De toezegging wordt immers na het korten niet langer volledig nagekomen. Zeker in het geval dat er sprake is van een korting bij een vrijwillige regeling, zonder dat de kortingsmogelijkheid in het reglement is opgenomen.

Bij het besluit tot korten van pensioenaanspraken en/of –rechten komt tevens de vraag aan de orde of er verschil kan worden gemaakt tussen verschillende groepen. In de Pensioenwet is hieromtrent geen specifieke bepaling opgenomen. Uiteraard dient met gerechtvaardigde belangen rekening te worden gehouden.

Natuurlijk kijken we allemaal naar de toekomst en vragen ons af of een eerder gekort pensioen ook weer hersteld kan worden. De PW geeft voor die situatie geen oplossing. Als het pensioenfondsbestuur besluit om te korten, kan het niet weer nieuwe pensioenaanspraken in toekomst of over het verleden toezeggen. Ook de belastingdienst is van oordeel dat dat niet kan. Men kan immers niet dubbel pensioen opbouwen, want het gekorte pensioen was een opgebouwd pensioen.
Het probleem speelt echter niet alleen bij het korten van al opgebouwde aanspraken, een werkgever kan zelfs al eerder ingrijpen en de pensioenopbouw bekorten of verminderen, door minder premie te betalen. Vaak heeft een werkgever een dergelijke bepaling in de pensioenovereenkomst opgenomen. Het moet dan wel gaan om een ingrijpende wijziging van omstandigheden. Hier moet dus niet te gemakkelijk over gedacht worden. Er moet sprake zijn van een situatie waarin het voor de werkgever onmogelijk zal zijn om zijn betalingsverplichting te kunnen nakomen. Een eenmalige investering waardoor de werkgever tijdelijk in het ‘rood’ staat wordt niet gezien al een ingrijpende wijziging van omstandigheden. De werkgever die overigens verplicht is aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds heeft een dergelijke bepaling niet. Dit geldt alleen voor een verzekerde regeling of een ondernemingspensioenfonds.
Op grond van de wettelijke bepalingen is het mogelijk dat pensioenaanspraken Op welke wijze de korting dient te worden vormgegeven is aan het bestuur, waarbij op evenwichtige wijze met de belangen van de deelnemers, gewezen deelnemers, aanspraakgerechtigden en de werkgever rekening is gehouden én alle andere overige sturingsmiddelen niet binnen een redelijke termijn hebben geleid tot herstel van de dekkingsgraad. In het kader van de transparantie en het verhogen van het pensioenbewustzijn is het van belang dat de werkgever de werknemer over deze mogelijkheid van korten informeert. Een gewaarschuwd mens telt voor twee!
Hebt u vragen over (u) pensioen? Stelt u ze dan gerust via www.pensioenSOS.nl

Reageer