Artikel Overgeld.nl: Is mijn pensioen eigenlijk wel waardevast?

Die vraag zullen veel mensen zich inmiddels stellen. Heb ik ieder jaar recht op een vaste verhoging van mijn pensioen? Of juist niet? En geldt dit alleen maar als ik met pensioen ben, of ook als ik nog niet met mijn pensioen ben, maar ik pensioenaanspraken heb opgebouwd bij een vorige werkgever? Worden die waardevast gehouden? Een heleboel vragen die deze dagen alleen maar actueler lijken te worden.

 

Indexering van pensioen vindt op verschillende momenten plaats. Niet alleen in de uitkeringsfase, maar ook tijdens de opbouwfase is het mogelijk dat pensioenaanspraken die zijn opgebouwd waardevast worden gehouden.

 

Dat is echter niet bij iedere pensioenregeling het geval. De meest eenvoudige situatie is wanneer er sprake is van uitkeringsovereenkomst in de vorm van een eindloonregeling. Dan wordt het pensioen opgebouwd gerelateerd aan het laatstverdiende salaris. Alle opgebouwde aanspraken in het verleden worden door een extra financiering op het niveau van het laatst verdiende salaris gebracht. Zo worden die aanspraken in een eindloontoezegging dus waardevast gehouden tijdens de opbouwfase.

 

Bij een middelloonregeling ligt dat anders. Daar vindt pensioenopbouw voor de toekomst plaats aan de hand van het salaris van dat jaar. Reeds opgebouwde aanspraken uit het verleden worden niet standaard bij gefinancierd naar het niveau van het laatste salaris. Dat betekent niet alleen een lagere opbouw over het totaal van de pensioenjaren, maar ook nog eens een opbouw uit het verleden die niet waardevast is tijdens de opbouwperiode. Er zijn echter veel pensioenregelingen die wél voorzien in een waardevast houden van de reeds opgebouwde aanspraken. Dat gebeurt bijvoorbeeld vaak op grond van de cao waarin een en ander is geregeld, bijvoorbeeld bij een bedrijfstakpensioenfonds. Of het gebeurt door financiering uit de winstdelingspot bij bijvoorbeeld een verzekeraar.

 

Bij een beschikbare premieregeling, een premieovereenkomst, is er geen sprake van waardevastheid tijdens de opbouwfase. Daarin is men afhankelijk van de beleggingskeuzes en beleggingsopbrengsten. Er zijn wel regelingen waarin een bepaalde winstdeling nog is overeengekomen. Maar deze leiden veelal niet tot een gegarandeerde verhoging.

 

Als dan al tijdens de opbouwperiode de waarde zo goed als mogelijk is vastgehouden is dat voorts geen garantie dat dat tijdens de pensionering ook blijft of gaat gebeuren. Lang niet iedere pensioenregeling kent standaard een jaarlijkse verhoging van de uitkeringen. Dat gebeurt de laatste jaren al helemaal niet meer.

 

IN het verleden was het vaak zo, dat een ingegaan pensioen jaarlijks met een bepaald percentage werd verhoogd. Prijsindexcijfers of loonindexcijfers werden gevolgd of simpelweg was toegezegd dat de ingegane pensioenuitkering jaarlijks met 3% zou stijgen. Dat zijn de zogenaamd onvoorwaardelijke indexeringsbepalingen.

 

Veelal is er echter de laatste tijd sprake van een wijziging naar een voorwaardelijke indexeringsbepaling. Dat geeft pensioenuitvoerder en werkgever meer armslag in zwaardere economische tijden. Bepaald wordt dan, dat er slechts een indexering wordt toegekend en uitgekeerd op het moment dat de financiële middelen daartoe voldoende aanwezig zijn. Dat impliceert dat er niet standaard en vanzelfsprekend ieder jaar aanspraak is op een verhoging van het pensioen. Dat kan ook het geval zijn tijdens de opbouwfase.

 

Bij sommige pensioenregelingen wordt door de werkgever en de pensioenuitvoerder een potje gevormd, een depot, om de indexeringen uit te kunnen betalen. Het depot wordt vaak gevuld met een percentage van de overrente die verkregen wordt op de beleggingen van de pensioenpremies. Het zal geen verbazing wekken, dat dergelijke potjes de laatste jaren niet echt meer overstromen, laat staan dat er nog aanvulling in komt. De bodem raakt dus in zicht, als de bodem al niet is bereikt.

 

Dat is wel wat zuur voor de gepensioneerden, die jarenlang een indexering uit de pot verkregen en dat nu ineens niet meer krijgen, omdat de pot leeg is. Er is echter veelal geen aanspraak op het alsnog verkrijgen van indexering als de pot leeg is. In de meeste pensioenregelingen is de voorwaardelijkheid van de indexering dan vastgemaakt aan de inhoud van het depot. Is het depot leeg, dan houdt de indexering op. Er is meestal geen verplichting van de werkgever tot bijstorten. ‘

 

Het komt echter voor dat werkgevers toch jarenlang blijven bijstorten om de indexering te kunnen betalen, gewoon op vrijwillige basis. Dan verwerven de gepensioneerden mogelijk een gewoonterecht en mogen zij er op vertrouwen, dat ook het komende jaar weer tot indexering zal worden overgegaan, ondanks dat de depotpot leeg is. Let dus op met het wekken van vertrouwen op deze manier!

 

Kijk goed uw pensioenregeling na waar ú recht op heeft en waar ú toe verplicht bent!

 

 

Reageer