Artikel Overgeld.nl: De huilende weduwe anno 2015

Door de wijzigingen in de pensioenwetgeving, met name de fiscale wetgeving, die per

1 januari 2015 van kracht zullen zijn, is het de verwachting dat er in de toekomst weer een nieuwe huilende weduwe zich aan de poort van de werkgever van de overleden partner zal gaan melden.

 

Immers, de fiscale facilitering van pensioenopbouw voor inkomens boven de €100.000,– komt te vervallen. Voor het pensioengevend salaris (inclusief AOW) wat hoger is dan de genoemde € 100.000,– kan geen pensioen meer worden opgebouwd voor het gedeelte boven die € 100.000,–. Althans, via de fiscale wetgeving.

 

Een wijziging in de fiscale wetgeving impliceert echter niet dat de afspraken tussen werkgever en werknemer dan ook vanzelf gewijzigd worden. De werkgever zal met de werknemer tot overeenstemming moeten komen over een wijziging van de arbeidsvoorwaarden. Dus ook voor wat betreft de arbeidsvoorwaarden pensioen waarbij pensioen werd opgebouwd óók over het gedeelte van het pensioengevende salaris boven de € 100.000,–.

 

Daarvoor worden door werkgever op dit moment de nodige creatieve oplossingen bedacht in de vorm van extra bonussen, extra salaris etc. om op die manier de werknemer in staat te stellen uit zijn netto loon dan nog een gedeelte te reserveren voor de oude dag. Vaak in de vorm van lijfrenten.

 

De grens van pensioenopbouw tot het pensioengevende salaris van € 100.000,– houdt ook in, dat het nabestaandenpensioen aan de bovenzijde wordt afgetopt. Veel pensioenregelingen kennen de bepaling dat het nabestaandenpensioen 70% zal bedragen van het ouderdomspensioen bij overlijden van de deelnemer. Dat gaat goed, zolang het pensioengevende salaris beneden de ton blijft. Stijgt het daarboven, dan vindt er geen pensioenopbouw meer plaats over het meerdere. Óók geen nabestaandenpensioen. En dat heeft direct tot gevolg, dat het nabestaandenpensioen procentueel steeds lager wordt naarmate het inkomen hoger is en de deelnemer wél gebruik maakte van de geboden netto spaarfaciliteiten. Immers wordt dan wel gereserveerd voor de oude dag, maar niet voor het nabestaandenpensioen.

 

Er wordt wel omgezien naar oplossingen voor deze problematiek. Werkgevers sluiten bijvoorbeeld voor de deelnemers die het betreft een overlijdensrisicoverzekering af voor het meerdere boven de ton, zodat ook voor dat deel van het inkomen in een (netto-) nabestaandenvoorziening kan worden voorzien. De kosten hiervoor worden echter wél gekwalificeerd als loon. Als de werkgever dan vervolgens de premies rechtstreeks op het loon van de werknemer/deelnemer in houdt, dan is er sprake van een gedwongen loonbesteding. En dat is in strijd met artikel 7:631 lid 2 BW. Ook valt het niet onder de uitzonderingen die lid 3 van dit artikel noemt.

Een werknemer/deelnemer zou zich in principe dan kunnen beroepen op het verbod van de gedwongen loonbesteding en alsnog de ingehouden premies als loon van de werkgever terugvorderen. Dat zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn als de werknemer bij de werkgever ontslag neemt of ontslagen wordt. Hij is dan immers niet overleden, dus hoeft ook geen gebruik te maken van de risicoverzekering.

 

Veel werkgevers sluiten toch de desbetreffende verzekering af om te voorkomen dat bij een onverhoopt overlijden van de werknemer de weduwe huilend met de pensioenregeling aan de deur staat waarin, civielrechtelijk, staat opgenomen, dat het nabestaandenpensioen toch echt 70% van het ouderdomspensioen is.

 

Aan de werknemer wordt dan bij het aangaan van de verzekering de keuze gelaten om niet deel te nemen, het opting out system. De verzekering is dan in zoverre vrijwillig, dat de werknemer zelf actie moet ondernemen om er van af te kunnen zien. Dan loopt de werkgever ook geen risico’s voor wat betreft strijdigheid met het verbod van gedwongen loonbesteding én loopt hij geen risico op een huilende weduwe aan de poort. Immers, als de werknemer niet de overlijdensrisicoverzekering wil sluiten voor zijn pensioengevende salaris boven de € 100.000,–, dan zal de werkgever ook de instemming van de partner verlangen bij een dergelijke beslissing.

 

Het is ook mogelijk om de werknemer dezelfde vraag ieder jaar voor te leggen; dat verlaagt de risico’s nog meer. Daarnaast kan ook bezien worden in hoeverre de netto spaarmogelijkheid voor het ouderdomspensioen qua uitkering op de nabestaanden over kan gaan. Nu het uit het nettoloon wordt gespaard zal dat veelal wel het geval zijn. Zodat een werkgever ook met een beroep daarop wellicht toch de huilende weduwe weer huiswaarts kan zenden.

 

 

 

Reageer