Artikel Overgeld.nl: Communicatie van de pensioenuitvoerder

In mijn eerdere artikelen heb ik er al eens over geschreven, maar het blijft een belangrijke bron van discussie en levert intussen heel veel rechtspraak op.

Ondanks dat de Pensioenwet er een hele duidelijke bepaling aan heeft gewijd blijft het voor pensioenuitvoerders uitermate moeilijk om goed, helder en duidelijk te communiceren.

Een mooi voorbeeld daarvan is dat het nog steeds voorkomt (ondanks de strikte wetgeving op dit punt) dat een pensioenuitvoerder jarenlang de verkeerde uitkering aan een pensioengerechtigde uitbetaalt en dan na jaren ‘ineens’ doodleuk een briefje stuurt met de mededeling dat er fors moet worden terug betaald.

Nu kan natuurlijk iedereen, dus ook een pensioenuitvoerder, fouten maken. En waar gewerkt wordt vallen spaanders. Maar, zo heeft de rechtspraak inmiddels bepaald: er zijn grenzen.

De meest heldere grenzen c.q. criteria die nu al in de rechtspraak zijn te onderscheiden zijn de navolgende:

  1. hoe lang heeft het geduurd voordat de pensioenuitvoerder de gemaakte fout heeft ontdekt? Meestal wordt een fout ontdekt en vervolgens hersteld. Dat geschiedt vaak binnen een relatief korte periode. Omdat pensioen altijd lang duurt, achterloopt en traag is, is een ‘korte periode’ een relatief begrip. Die periode kan zomaar een jaar of wat langer omvatten. Naarmate het langer duurt voordat de pensioenuitvoerder de fout ontdekt en herstelt, des te meer ruimte is er voor een gerechtvaardigd beroep op het opgewekt vertrouwen dat de deelnemer af mocht gaan op hetgeen door de pensioenuitvoerder werd gecommuniceerd.
  2. kon de deelnemer gerechtvaardigd vertrouwen op de communicatie door de pensioenuitvoerder of had de deelnemer moet begrijpen dat hetgeen werd gecommuniceerd onmogelijk juist kon zijn. Er zijn natuurlijk grenzen aan een gerechtvaardigd vertrouwen en het mogen vertrouwen op hetgeen de ander mededeelt. Als het evident duidelijk is, dat de deelnemer altijd maar een loon heeft ontvangen van € 50.000,– bruto per jaar, dan is het vrijwel onmogelijk dat die deelnemer bij pensionering een pensioen van € 52.000,– bruto per jaar gaat ontvangen. Dan moeten er bij de deelnemer bellen gaan rinkelen en mag hij niet afgaan op de verstrekte gegevens. Hoe consequent of hoe lang die foutieve gegevens dan ook zijn verstrekt.
  3. Wat mag er van de deelnemer zelf worden verwacht? Inmiddels vloeit steeds duidelijker uit de rechtspraak voort, dat ook van de deelnemer zélf het nodige mag worden verwacht. Een deelnemer die alleen maar de UPO’s ontvangt, leest dat hij een hogere uitkering zal krijgen dan hij vermoedde en dat gewoon accepteert zal minder snel een beroep kunnen doen op het gerechtvaardigde vertrouwen dan een deelnemer die bij de geringste twijfel contact opneemt met de pensioenuitvoerder en om een extra controle vraagt of om een extra herberekening. Krijgt die deelnemer dan weer een bevestiging van de pensioenuitvoerder van de foutieve opgaven en herhaalt zich dat bijvoorbeeld ook nog eens, dan mag zo’n deelnemer op een gegeven moment echt vertrouwen op hetgeen door de pensioenuitvoerder wordt gecommuniceerd.
  4. heeft de deelnemer keuzes gemaakt en/of bijvoorbeeld investeringen gedaan of juist niet (niet zelf bijgespaard of een aanvullende verzekering gesloten), gebaseerd op de door de pensioenuitvoerder foutief gecommuniceerde pensioenuitkeringen? Als een deelnemer op basis van de gegevens van de pensioenuitvoerder keuzes maakt, moet hij gerechtvaardigd op de mededelingen van de pensioenuitvoerder kunnen vertrouwen. Als die ‘hobbel’ is genomen, dan mag een deelnemer op basis daarvan financiële keuzes maken. Vaak zijn dat onomkeerbare keuzes, zoals het aangaan van een nieuwe hypotheek op basis van het gecommuniceerde hogere pensioen, of het juist niet sluiten van een extra verzekering voor de partner in geval van overlijden van de pensioengerechtigde. Naarmate de keuzes ingrijpender zijn, is ook de toets zwaarder. De deelnemer mag niet lichtvaardig afgaan op de mededelingen van de pensioenuitvoerder.

Bovenstaande criteria zijn inmiddels vaste rechtspraak geworden en vormen een lijn waarlangs beoordeeld kan worden in hoeverre een gerechtvaardigd vertrouwen geput kan worden uit (naar achteraf blijkt) foutieve opgaven van een pensioenuitvoerder. De lijn is wel steeds meer en meer dat de pensioenuitvoerders op de blaren moeten zitten van jarenlang door hen gemaakte fouten. Dat is ook terecht, zo is ook in de jurisprudentie na te lezen. Immers, het overgrote deel van de deelnemers zijn leken op het terrein van pensioen(berekeningen), terwijl de pensioenuitvoerders degenen zijn die over de kennis, kunde, apparatuur en systematiek beschikken om tot een juiste berekening te komen.

Mocht u dus twijfelen aan de juistheid van uw pensioenopgaven, aarzel niet langer en laat het controleren. Achterover leunen en afwachten, terwijl u zich verheugend in de handen wrijft straks een hoger pensioen te gaan ontvangen heeft inmiddels uitgewezen niet te werken. En, laten we er geen doekjes om winden: de deelnemer heeft recht op hetgeen voor hem uit de pensioenregeling blijkt, strikt genomen niet op hetgeen hem door een fout van een ander in de schoot valt. Eerlijk duurt het langst. Uw deskundige adviseur kan u helpen bij de controle van uw pensioenopgaven. Raadpleeg hem of haar op tijd.

Hebt u vragen over alle recente pensioenontwikkelingen en wat dat voor u betekent? Stelt u ze dan gerust via www.pensioenSOS.nl.

Reageer