Artikel Overgeld.nl: Alles op een pensioenrijtje

Ik kan me goed voorstellen dat u de pensioenontwikkelingen niet meer kunt volgen. Goed om alles nog even op een rijtje te zetten.

Twee hoofdzaken spelen: verlaging van het opbouwpercentage van 2,25% per jaar, naar 1,75% per jaar en de te hanteren rekenrente door pensioenfondsen.

Over de verlaging van het opbouwpercentage kun je lang discussiëren, maar feit blijft dat we langer zullen moeten werken en dat ‘dus’ een volledig pensioen pas na 45 jaar (25-70) bereikt hoeft te worden. 45 x 1,75% is ‘gewoon’ 78,75% van het gemiddelde salaris. Dan mag je dus 5 jaar missen als gevolg van werkeloosheid, sabbatical, zorgverlof etc. en kom je nog steeds uit op 70%. Dan  ga ik ook nog uit van een start ‘pas’ vanaf 25, terwijl de pensioenwet eigenlijk uitgaat van 21 jaar. De verlaging treft jongeren meer dan ouderen, maar ja, die jongeren leven ook echt langer! (Overigens is er nog een kans dat het 1,85% wordt.)

Daarnaast is de vraag of 70% nog wel de norm moet zijn en of dat niet lager kan. Immers, de 70% dateert én uit de kostwinnersperiode en was gebaseerd op een inkomen dat aanzienlijk lager was dan het gemiddelde inkomen nu, gemeten naar besteedbaarheid. De aftopping op een maximaal pensioengevend salaris van € 100.000 is dus in ieder geval prima. Iemand die meer pensioen wil, of eerder met pensioen, kan gewoon sparen, toch?!

Daarbij moeten we er vanuit gaan dat de opgebouwde rechten zoveel mogelijk worden geïndexeerd (gecorrigeerd voor inflatie dus). De tweede hoofdzaak dus. Welke rekenrente mogen pensioenfondsen hanteren, welk systeem gaan ze hanteren (zie mijn column van vorige maand) en hoe ‘goed’ blijven ze beleggen de komende decennia. Omdat niemand weet hoe het zal gaan met inflatie, rendement en stijging levensverwachting zijn er twee kampen. Het kamp dat stelt dat het allemaal wel goed komt. Zij willen dus een hogere rekenrente, daardoor kunnen fondsen meer risico nemen qua rendement, meer pensioen uitkeren en corrigeren voor inflatie. Als het echter tegenzit, is er al geld uitgedeeld dat er niet is, dat is nadelig voor niet zozeer de jongeren – zij hebben nog lang te gaan – maar nog veel meer voor de ‘bijna’-gepensioneerden.

Het andere kamp houdt dus wat meer de hand op de knip en is voorzichtiger. Als het dan meevalt, dan kunnen we de pensioenen ophogen en iedereen blij maken, in plaats van iedereen steeds weer te moeten teleurstellen. Dat is dan wel nadelig voor met name de gepensioneerden, zij worden of toch gekort op hun pensioen en krijgen zeker geen inflatiecorrectie.

Uiteraard hoor ik bij het laatste kamp. Niet omdat ik dat zo graag wil, maar omdat ik dat het meest reëel vind. De levensverwachting zal namelijk blijven stijgen, de rendementen zullen eerder lager worden dan hoger gezien de vergrijzende economie in Europa en de marktrente sec zal laag blijven is de verwachting.

Verder spelen nog een aantal zaken die aandacht behoeven gezien de actualiteit:

  • de pensioenmogelijkheden van ZZP-ers;
  • het pensioen van de Directeur-grootaandeelhouder in de eigen BV;
  • de wet Versterking Bestuur Pensioenfondsen.

Ook de wet Pensioenverevening bij Scheiding mag wel eens op de schop en we moeten af van de huidige systematiek van waardeoverdracht, maar dat zijn nu even wat perifere zaken.

Daarnaast zie ik nog twee hele grote discussies voor de iets langere termijn: de houdbaarheid van de verplichtstelling (voor bedrijfstakpensioenfondsen dus) en de tendens naar een meer individueel pensioensysteem, waarbij werkgevers bijdragen aan uw pensioenregeling en u niet meer verzorgen. Hierdoor bent u zelf verantwoordelijk voor uw pensioen. Dat werkt mijns inziens alleen als u ook eigen keuzes kunt maken voor meer/minder pensioen, meer/minder risico wilt lopen met uw pensioengeld en bijvoorbeeld tussentijds en op de pensioendatum een deel van uw pensioengeld als lump sum kunt gebruiken voor scholing, sabbatical of gewoon om de eerste jaren van uw pensioendatum leuke dingen te doen. Dat deze ‘greep in uw eigen pensioenpot’ gevolgen heeft voor uw pensioen later, dat is logisch, maar dan uw eigen keus. Die verantwoordelijkheid kunt u én echt wel aan, en zo niet, u krijgt ‘m toch. Denk ik. Op termijn!

Reageer