Artikel Overgeld.nl: Afstand van pensioen

De titel van mijn column is deze keer wellicht wat raar voor u en u zult al snel denken: ‘nou, mij niet gezien! Ik doe geen afstand van mijn pensioen!’ Een helemaal terechte gedachte! Want waarom zou u ook ?

Het zal u dan wellicht verbazen, dat er toch mensen, lees werknemers, zijn, die wel afstand doen van hun pensioenopbouw bij hun werkgever.

Daar kunnen verschillende redenen aan ten grondslag liggen. De Pensioenwet (tot 2007 de Pensioen- en spaarfondsenwet) voorzag en voorziet altijd al wel in een mogelijkheid om af te zien van pensioenopbouw bij de werkgever als u daar op grond van zwaarwegende overwegingen vanaf wilde zien, de zogenaamde gemoedsbezwaarden. Voor hen gold een andere oplossing, waarbij er toch een soort van reservering werd gemaakt voor deze mensen.
Maar in deze column wil ik het niet hebben over de gemoedsbezwaarden. Er zijn nog andere groepen te onderscheiden die afzien van de pensioenopbouw bij hun werkgever.

Het gaat dan vaak om de werknemers die door hun werkgever op het spoor worden gezet om af te zien van pensioen. Dat kan gebeuren bij de aanname, maar ook nog tijdens de duur van het dienstverband. Het afzien gebeurt soms op verzoek van de werknemer, maar vaak ook op instigatie van de werkgever. Immers, als de werknemer geen pensioen opbouwt, hoeft er ook geen premie voor te worden afgedragen. En dat is goedkoper. Of, immers, als de werknemer in dienst komt en zijn pensioen wil overdragen, kan het zomaar zijn, dat er kosten zijn verbonden aan de waardeoverdracht. En dat wil de gemiddelde werkgever niet. Er zijn werkgevers die dan de werknemer bewegen om af te zien van pensioenopbouw. Vaak met als lokkertje een wat hoger salaris of een bijdrage in een particuliere oudedagsvoorziening, lees een lijfrente.

Zo ook de werknemer die in 1980 in dienst trad bij zijn werkgever en daar tot 1993 deel nam in de collectieve pensioenregeling, een middelloonregeling, bij een verzekeraar. In 1993 vertelde de werkgever de werknemer (die een van de beter betaalde werknemers was), dat de pensioenregeling bij de werkgever eigenlijk een slechte regeling was en dat de werknemer beter in overleg met zijn assurantietussenpersoon kon kiezen voor een opbouw in ‘eigen beheer’. Een beperkt aantal van de werknemers geloofde dit verhaal en ondertekende een afstandsverklaring. Een aantal jaren later ontdekken deze werknemers, dat ze aardig voor de gek zijn gehouden door hun werkgever. Nog afgezien van de fiscale beperkingen, blijken ze ook ‘’slachtoffer’’ te zijn geworden een woekerpolis. Als werknemer is pensioen in eigen beheer namelijk helemaal niet mogelijk. De werknemers konden hooguit een lijfrente opbouwen. De aansprakelijkheid van de tussenpersoon laat ik nog maar even buiten beschouwing.

De werknemer meldt zich weer bij zijn werkgever een geeft aan alsnog te willen deelnemen in de pensioenregeling. De werknemer mag vanaf 2008 weer deelnemen. Maar de werknemer wil ook zijn verlies van de afgelopen jaren in de pensioensfeer alsnog ontvangen. Hij heeft de afstandsverklaring wegens bedrog en dwaling vernietigd. Deze werknemer was geen premiejager die voor een hoger loon zijn pensioen opgaf, want een hoger loon ontving hij niet. Hij heeft goedgelovig de werkgever en de tussenpersoon vertrouwd, dat hij in de privé-sfeer meer op zou kunnen bouwen.

Deze werkgever heeft de werknemers ook misleid. De werkgever wilde goedkoper uit zijn en heeft op verschillende manieren geprobeerd. Inmiddels heeft ook de Commissie Werkingssfeer zich over de kwestie gebogen, omdat deze werkgever ook nog eens onder verplichtstelling van een pensioenfonds valt, maar zich nooit heeft aangemeld. De werkgever wilde graag de kosten zo laag mogelijk houden en dan is het het meest praktisch als de werknemers niet willen deelnemen aan de pensioenregeling.

Kan deze werknemers nog de afstandsverklaring met terugwerkende kracht intrekken ? Meestal is intrekken voor de toekomst geen probleem. Maar terugwerkende kracht vereist meer. Dan zal de werknemer, als de werkgever niet wil meewerken aan terugwerkende kracht, aan moeten tonen, dat hij of zij inderdaad is misleid, heeft gedwaald etc. En de werknemer zal dan ook bereid moeten zijn alsnog zijn aandeel in de pensioenpremie te betalen. En uiteraard dient in dit geval wel de opbouw in de privé-sfeer in mindering te worden gebracht.
Maar gezien de omstandigheden van dit geval lijkt een terugwerkende kracht wel aan de orde.

Bij een afstandsovereenkomst ligt het wat genuanceerder. Dat is een tweezijdige overeenkomst en geen eenzijdige verklaring. Bij het wijzigen van een overeenkomst is de medewerking van de andere partij nodig. Bij het intrekken van een verklaring is dat niet het geval. Maar in het onderhavige geval zal de werknemer dan nog steeds een beroep op een wilsgebrek kunnen doen en zal zijn actie zeker slagen.

Wees dus voorzichtig met het ondertekenen van een afstandsovereenkomst of afstandsverklaring. Sowieso moet uw partner meetekenen. Doet die dat niet, dan wordt er in ieder geval geen afstand gedaan van het nabestaandenpensioen.

Maar voor u tekent geldt altijd: laat een deskundig en vooral onafhankelijk pensioenadviseur naar uw situatie kijken en u van advies dienen. Kijkend naar het bovenstaande had de tussenpersoon al op de rem moeten trappen. Een werknemer kan nu eenmaal geen pensioen in eigen beheer opbouwen en de fiscale mogelijkheden voor lijfrente in de privé-sfeer zijn veel beperkter dan pensioen.

Hebt u vragen over alle recente pensioenontwikkelingen en wat dat voor u betekent? Stelt u ze dan gerust via www.pensioenSOS.nl.

Reageer