Artikel Novak Accountantsmagazine: DGA-pensioen in eigen beheer ‘nieuwe stijl’

Inleiding

Ex-staatssecretaris Weekers heeft 6 december jl. zijn ‘eerste ei’ gelegd over de toekomst van pensioen in eigen beheer voor de DGA. In een brief van 13 kantjes schetst hij de problemen en komt tot slot met een winstafhankelijke pensioenreserve. De vraag is of dit het ei van Columbus is.

 

De problematiek

De problematiek van pensioen in eigen beheer is inmiddels bekend. Fiscaal moet met een minimale rekenrente van 4% worden gerekend,, mag geen rekening worden gehouden met leeftijdsterugstellingen, niet met indexatie en niet met een direct ingaande nabestaandenpensioen. Als de pensioenaanspraken worden overgedragen naar een andere BV blijft de overdragende vennootschap zitten met een actiefpost. Bij een echtscheiding kan de ex-partner afdwingen het te verevenen pensioen direct af te storten tegen commerciële waarden. Omdat de commerciële waarde aanzienlijk hoger is dan de fiscale wordt de ondernemer ook nog eens geblokkeerd om dividend uit te keren, terwijl dat in 2014 kan tegen ‘maar’ 22%.

 

Keuzes

Inmiddels heeft de nieuwe staatssecretaris Wiebes 3 keuzes. Of hij laat de fiscale voorziening de commerciële waarde volgen, maar dat kost op termijn € 10 miljard. Hij kan ook gaan voor afstempeling van de  opgebouwde rechten – commercieel volgt dan fiscaal -, maar moet dan nog steeds een oplossing voor de toekomstige opbouw realiseren.

Ook de beschikbare premie-oplossing schiet hij af, omdat het (te) moeilijk zou zijn om rendement juist toe te rekenen en er – mede daardoor – toch weer verschil ontstaat tussen de balanswaardering en de activa. En, zo stelt hij, moeten er dan speciale DGA-staffels komen gezien de beperkingen van artikel 10c Uitvoeringsbesluit LB.

En passant stelt hij ook nog dat een Pensioen Stichting niet gewenst is (alsof die er nog zijn!).

 

De oplossing

Omdat Weekers – en ik neem aan zijn eveneens VVD-er opvolger bewindsman – wél een faciliteit wil behouden zodat pensioengelden in de eigen BV aangewend kunnen worden, komt hij met een winstafhankelijke pensioenreserve. Deze kan dan op de pensioen ingangsdatum – of eerder – worden gebruikt voor de aankoop van een lijfrente bij een verzekeraar of bank. Zo niet, dan valt de reserve vrij in de winst én wordt er revisierente in rekening gebracht.

 

Kritiek

Mijn primaire kritiek is dat de FOR voor IB-ondernemers een ‘onding’ is – dat weet iedereen, vooral ook zijn eigen ambtenaren?! – en er doodleuk een nieuw soort FOR wordt voorgesteld?!

Vervolgens wordt geen rekening gehouden met de civiel juridische kant (harde aanspraak beloftes in pensioenovereenkomsten) en zeker niet met de belangen van de ex-partners.

Ook worden de gevolgen voor de partner in het algemeen miskend. Deze heeft namelijk bij de pensioenreserve geen ‘pensioen’ en krijgt bij echtscheiding niets. Als het niet lukt de problemen voor de opgebouwde pensioenrechten te tackelen – en dat kan alleen door afstempeling, hetgeen civiel juridsch niet kan – ontstaan ter twee regimes naast elkaar.

Verder is de vraag wat als er voldoende winst is, maar een hoog gebruikelijk loon vereist is (afroommethode) en dus geen ‘netto’ winst overblijft? Dan dus geen pensioenreserve. De DGA moet dan of zijn pensioen verzekeren, hij heeft immers een hoog loon en kan 100% van de pensioenpremie zelf betalen, of lijfrentepremie betalen. Deze pensioen- en/of lijfrenteopbouw gaat dan wel ten kosten van de mogelijkheid van de pensioenreserve.

En tot slot weet men blijkbaar niet dat alle DGA’s – en zeker hun adviseurs – inmiddels echt wel op de hoogte zijn van de ‘gevaren’ van eigen beheer en daar terdege rekening mee houden. De DGA’s die de problematiek van eigen beheer niet willen, bouwen of geen pensioen op of gaan het verzekeren (en dat kan wél middels een beschikbare premieregeling).

 

Conclusie

Weekers hoopte dit jaar nog een oplossing te hebben voor de discrepantie tussen de fiscale en commerciële reserve. Nu ook de RJ inmiddels heeft aangegeven dat het pensioen op de balans van de BV van de DGA op de reële waarde gesteld moet worden, zal het nog een hele toer worden om de opgebouwde rechten ‘anders te doen waarderen’. Ik voorzie dat het – vooral civiel juridisch gezien – niet zal lukken om ‘af te komen’ van de opgebouwde rechten. Nu dat toch niet lukt, is het de vraag of er voor de toekomst een ‘pensioenreserve’  gecreëerd moet worden. En is de vraag of met de overgangsmaatregelen en de twee regimes naast elkaar het nieuwe ‘vehikel’ minder complex is of een gedrocht blijkt te zijn!

 

Mr. Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice, tevens is hij directeur van het Wetenschappelijk Bureau van de Akkermans & Partners Groep. Verder is hij partner bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen (NOPD).

Hij schrijft de rubriek pensioenen samen met mr. Peter ter Beest MPLA.

 

Akkermans & Partners is dé exclusieve pensioenpartner van Novak!

Reageer