Artikel Novak Accountantsmagazine: De DGA en zijn pensioen richting 2014

Inleiding

Ook de DGA moet mee in de verhoging van de pensioenleeftijd en de verlaging van het opbouwpercentage. Er komt dus wéér een overgangsregime bij. Na het pré-Witteveen-, het Witteveen- en VPL-regime. Maar nu op grote schaal blijkt dat ook DGA’s substantieel geld te kort komen om aan hun – commerciële – pensioenverplichting te voldoen, lijkt een eenvoudige pensioentechnische aanpassing van de pensioentoezegging ‘te kort door de bocht’. Het DGA-pensioenadvies 2013 moet (veel) verder gaan dan de louter technische aanpassing van de pensioenbrief. Hoe moet het dan wel?

De overgangsregimes op een rij

Allereerst nog even alle regimes op een rij, hoe zat het ook alweer? Pre-Witteveen (tot uiterlijk 01-06-2004): opbouwpercentage 2,33%, lage AOW-franchise (8/7 zelfstandig, geschoond), opbouw over auto van de zaak, pensioenleeftijd 60 jaar, met een overbruggingspensioen (TOP) voor de periode 60-65. Daarna kwam Witteveen (tot 01-01-2006): 2% opbouw, hoge(re) bruto ongehuwden AOW-franchise o.b.v. van 10/7 bruto ongehuwde AOW-uitkering, 60 jaar, dus wel een TOP. Daarna VPL: 2% opbouw en pensioenleeftijd 65 jaar. Vanaf 2014 wordt het 1,9% en 67 jaar als pensioendatum. En alvast voor de periode daarna (2015) zelfs 1,5% met ook nog eens een maximaal pensioengevend salaris tot € 100.000 (in goede pensioensoftware gaat dit overigens automatisch).

Hoe te adviseren?

De eerste keus die gemaakt moet worden is: wanneer wil de DGA stoppen met werken en wanneer wil hij zijn pensioen laten ingaan. Als dat ‘later‘ is dan de eerste pensioendatum volgens de (oude) pensioenbrieven – vaak 60 jaar – dan resulteert actuariële herrekening van deze rechten (inclusief omzetting TOP in extra ouderdomspensioen) in aanzienlijk ‘meer’ pensioen vanaf 67 jaar. Een DGA van 55 jaar, die € 100.000 verdient en een eindloonregeling heeft, tot 2006 een OP van € 30.000 (vanaf 60 jaar uit te keren en opgebouwd vanaf 35 jaar) heeft opgebouwd, aangevuld met een TOP van € 10.000 en met € 13.000 opgebouwd na VPL (65 jaar), krijgt bij actuariële herrekening vanaf 67 jaar al € 66.000 pensioen. Dat is ‘al dik’ in de 3e belastingschijf.

Inclusief AOW is dat zelfs al € 75.000. Daarnaast heeft hij misschien nog pensioen opgebouwd voor zijn 35e en/of nog andere stamrechten/lijfrentes.

Ieder goed pensioenadvies in 2013 begint dus met een inventarisatie van alle (pensioen)rechten en wensen/uitgangspunten/mogelijkheden van de DGA.

Het CAP accepteert overigens dat alle opgebouwde rechten per 1 januari 2014 worden omgezet in ‘een nieuw’ recht vanaf 67 jaar, mits geen misbruik is beoogd. Immers, formeel moet bij stoppen met werken voor 67 jaar het pensioen alsnog direct ingaan. Als dus vóór 1 januari 2014 wordt besloten om de opbouw te stoppen, blijft de bestaande pensioendatum gelden voor ale opgebouwde rechten.

Wat speelt er nog meer?

Van groot belang is natuurlijk het grote verschil tussen de fiscale en de commerciële voorziening, met de beperking van het mogen uitkeren van dividend als gevolg. Ook het belang van het nabestaandenpensioen – wel/niet verzekerd – speelt een grote rol, hoewel dat meer een sociale is dan een fiscale. V&A 2012-008 wordt nog aangepast, zodanig dat ‘slechts’ een solvabililteitstoeslag vereist is op de commerciële pensioenvoorziening voor een direct ingaand – niet extern verzekerd – nabestaandenpensioen. Daarnaast speelt het liquide kunnen maken van het pensioenvermogen. Vanaf de pensioendatum moet er immers in geld, jaarlijks pensioen uitgekeerd worden. Zeker als er – uiteraard zakelijke – leningen spelen van de BV aan de DGA in privé, en deze in onroerend goed heeft belegd, moeten de liquiditeitsaspecten hiervan scherp in de gaten worden gehouden. Een zakelijke lening kent niet alleen een zakelijke rente, maar ook een aflossingsschema gericht op de pensioendatum.

Conclusie

Een volledig pensioen-/inkomensadvies lijkt nodig om goede keuzes te kunnen maken. De verdere opbouw staken na 1 januari 2014 en alle opgebouwde rechten per 1 januari 2014 omzetten naar 67 jaar lijkt de verstandigste standaardkeus, zeker voor oudere DGA’s die nog pensioenrechten hebben met als pensioendatum 60 jaar. Het juist wel uitkeren van de rechten vanaf 60 jaar om daarmee het gat tussen fiscaal en commercieel te verkleinen is een goede tweede. Maar, bovenal moet het pensioenadvies aan de DGA ook ‘passend en betaalbaar’ zijn. Een DGA met een echtscheiding achter de rug impliceert immers nogal wat andere gevolgen dan zonder echtscheiding. Standaard bestaat dus eigenlijk niet in deze, elke DGA heeft zijn voorkeuren en mogelijkheden. Gelukkig duurt het jaar nog even zodat er voldoende tijd is om goed te adviseren!

Mr. Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice, tevens is hij directeur van het Wetenschappelijk Bureau van de Akkermans & Partners Groep. Verder is hij partner bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen (NOPD).

Hij schrijft de maandelijkse rubriek pensioenen samen met mr. Peter ter Beest MPLA.

Akkermans & Partners is dé exclusieve pensioenpartner van Novak!

Reageer