Artikel NBVA/De Stem: De do’s en don’ts van een goed, modern, hedendaags pensioenadvies.

Inleiding
De AFM heeft geconstateerd dat pensioenadviezen aan het MKB in het algemeen niet goed zijn. Mede daarom is zij gekomen met ‘Leidraden tweedepijler Pensioenadvisering’. Ook is een aparte Wft-module Pensioen in de maak – die per 2011 moet ingaan – en die natuurlijk aanzienlijk ‘hoger’ gepositioneerd wordt dan de (basale) module Wft Leven.

Het is dus goed om nu alvast te kijken naar wat nu een goed pensioenadvies is. Wat moet u zeker doen en wat zeker niet.

Do’s en don’ts
Onze belangrijkste tip is de volgende: weet wat u niet weet! Pensioen is voldoende complex en omvangrijk om niet alles te kúnnen weten. Het is dus beter om te twijfelen aan uw eigen kennis (maar misschien ook die van een ander) dan er blind op te vertrouwen dat het is zoals u denkt dat het is. De vele wijzigingen, met allerlei data en overgangsregimes, van de afgelopen jaren en de jurisprudentie met betrekking tot bijvoorbeeld gelijke behandeling nopen tot voorzichtigheid en vaker dingen nakijken en nazoeken dan vroeger.

De tweede tip is: durf (door) te vragen naar zaken die u niet begrijpt of weet. U hoeft echt niet alle pensioenregelingen van bestaande bedrijfstakpensioenfondsen (uit uw hoofd) te kennen. Als u een reglement krijgt, moet u het uiteraard wel kunnen lezen en begrijpen. En, zie tip 1, zeker weten of u het goed leest en begrijpt.

Soms lezen wij ook wel een pensioenreglement tot 2x toe en twijfelen of we bijvoorbeeld de toezegging (en wij hebben toch al heel veel gezien) wel juist interpreteren (we durven hierbij wel te stellen dat dit ligt aan de omschrijving van de toezegging en niet aan onze kennis overigens…..).

Tip 3. Wen u aan om alles wat u niet begrijpt in (juridische) stukken (overeenkomsten maar ook andere stukken van uitvoerders) niet te accepteren in de trant van: de ander zal het wel weten. Vraag dus door, verdiep u er zelf in en pas als u zeker weet wat er mee bedoeld wordt, is het acceptabel.

Communicatie
Dan zijn we meteen bij de communicatie. Wees daarbij geen doemdenker!
Tot nu toe is het nog steeds zo dat pensioen wordt gezien als: ‘ver van m’n bed show’, onbegrijpelijk en dus niet interessant. Niet voor de werknemer en niet voor de werkgever.
Dat komt echter niet door hen, maar door ‘ons’. Wij zijn blijkbaar niet in staat geweest om de ‘taal’ van de klant te spreken.

Realiseert u zich bovendien dat u vaak te maken hebt met niet-professionals. Zo is dus bijvoorbeeld vakjargon eigenlijk altijd uit den boze in uw adviesgesprekken met een MKB-ondernemer. We schreven al eens eerder in De Stem: als u zegt/schrijft franchise, hoort/leest de niet-professional McDonald’s.

Het vermijden van vakjargon en ingewikkelde zinnen (liever 3 zinnen dan 1 zin, met 2 bijzinnen), maar ook de ‘kunst’ van het uitleggen/presenteren spelen een belangrijke rol. Geef bijvoorbeeld nooit (nee, echt nooit!) een presentatie op vrijdagmiddag in de kantine. Die wordt vast leuk, maar zal geen enkel effect hebben, integendeel. Daarmee wordt bevestigd dat het niet interessant is. Wanneer dan wel? Op dinsdagochtend van 9 tot 10. Inderdaad, in de ‘baas’ zijn tijd. Als hij dat niet wil, dan moet hij geen pensioen toezeggen. Verplicht werknemers erbij te zijn. Wijs ze daarbij op hun eigen verantwoordelijkheid.

Presentatie
Dan de presentatie zelf. Zeg bijvoorbeeld niet: stel u komt te overlijden hoe zit het dan met het inkomen van uw nabestaanden? Durf te ‘chockeren’, zeg dus: stel u wordt vanmiddag op weg naar huis aangereden, op slag dood (ja, we weten het, het klinkt cru, maar dit is de enige manier hoe het werkt). Hoe zit het dan met u lieve vrouw/man en bloedjes van kinderen? (En kijkt u dan een beetje uitdagend, zo van: ja, dat is uw probleem hoor, niet het mijne!).

Werknemers willen verder maar 3 dingen weten over hun pensioen (denkt u hierbij liever niet aan het UPO, maar eerder aan de openingspagina van Google): wie ben ik, hoeveel krijg ik en vanaf wanneer, dus:

Piet Jansen

€ 12.400 (bruto) per jaar

Vanaf 65 jaar

Zo moeilijk kan dat toch niet zijn??

Leidraden AFM
Dan de tips voor de inhoud van het advies. Die zijn makkelijk: lees de leidraden van de AFM en pas ze toe!

De ondernemer
De volgende is: luister goed naar de ondernemer. Wat wil hij wel (qua kosten, qua administratieve lasten) en wat niet. Durf hier wel in te sturen. Natuurlijk is een nabestaandenpensioen op risicobasis goedkoper, maar willen de werknemers dat ook? Met andere woorden: realiseert de ondernemer zich dat hij wel over het inkomen van zijn (goede, trouwe) medewerkers voor later gaat? En dat zij vertrouwen op zijn ‘goed werkgeverschap’ hierin? En dus de ondernemer op uw kennis en ervaring?!

Vervolgens moet de werkgever – pas dan gaat pensioen ook voor hem leven – pensioen niet langer zien als een kostenpost, maar als een investering. Een investering in de toekomst van zijn werknemers. Die investering komt alleen aan als de werknemers het begrijpen (zie tips omtrent communicatie).

Ook de premie die hij betaalt voor de administratieve kant moet hij zien als investering. Dus ook niet langer accepteren dat uitvoerders de administratie niet op orde hebben! Als je administratiekosten betaalt, moet de administratie ook goed gedaan worden. Keiharde afspraken maken hieromtrent en alle mogelijkheden omtrent exitvoorwaarden sinds 1 januari 2009 (kennis!) hierbij inzetten.

Tot slot
Onze laatste tip – maar die is wel een beetje subjectief -: de markt ‘kantelt’ van collectief naar (semi)individueel, van uitkeringsovereenkomst (salaris/diensttijd, middelloon) naar premieovereenkomst (beschikbare premie). Deze trend zal doorzetten. Een premieovereenkomst is niet per definitie een individuele overeenkomst, complex (integendeel zou ik zelfs zeggen) en beleggen in aandelen. Denkt u hierbij dus wat meer in CDC-achtige regelingen: dat is dus (wel) het collectief beheren van pensioengeld, maar gebaseerd op een individuele input (met keuzemogelijkheden) en ook dat kan in garantiefondsen en zelfs in gestapelde rente (dus iedere jaar een uitgestelde uitkering aankopen).

Conclusie
Onze conclusie is als volgt. Zorg dat u veel (meer) weet van pensioen. Dat kan alleen als u er zich nagenoeg full time mee bezighoudt. Zo niet, zie tip 1. Of u weet heel weinig (zie weer tip 1) of u weet heel veel (zeg maar alles). Middelmaat telt niet meer, daarin zijn klanten (u toch ook?) niet geïnteresseerd. Maak pensioen vervolgens veel meer persoonlijk en breng er empathie in. Het is voor de werknemer ‘ver van m’n bed’ (laten we eerlijk zien: wie wil er nu uitgesteld loon??). Leeft u zich dus in en benader de werknemer vanuit dat standpunt. Dwing hierbij wel degelijk ook eigen verantwoordelijkheid af (tot nu toe hebben we dat in pensioenland niet gedaan, de gevolgen zijn bekend).

De werkgever/ondernemer moet pensioen gaan zien als investering in goede werknemers. Zolang hij dat niet inziet, blijven we in de negatieve hoek van kosten.

Tot slot: pensioen is de techniek ontstegen, communicatie voert de boventoon.

drs Roos van der Velden MPLA en mr Theo Gommer MPLA zijn partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg. Gommer is tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Reageer