Artikel Loonzaken: Zorgplicht bij toezegging en uitvoering van pensioenregelingen

Pensioenopbouw kan in verschillende varianten plaatsvinden. Het is mogelijk op te bouwen in een uitkeringsovereenkomst of een kapitaalovereenkomst. Bij de eerste staat vast hoe hoog de uitkering op pensioendatum zal zijn. Bij de tweede staat vast welk kapitaal op de pensioendatum beschikbaar is om pensioen mee aan te kopen. Er is nog een variant, de premieovereenkomst. Daarbij staat vast wat de inleg in het pensioen is, maar het resultaat op de pensioendatum staat niet vast. Dat is afhankelijk van de beleggingsresultaten van de pensioenuitvoerder. En ook afhankelijk van welke keuzes de desbetreffende deelnemer kan en mag maken uit de diverse aangeboden keuzemogelijkheden aan fondsen om de gelden in te beleggen.

Bij premieovereenkomsten met een beleggingsvrijheid geldt een zorgplicht voor de pensioenuitvoerders. Feitelijk moet de pensioenuitvoerder als een ‘goed huisvader’ waken over de keuzes die de deelnemer maakt. Zeker in tijden waarin eens te meer is gebleken dat het beleggingsprofiel van grote invloed kan zijn op het uiteindelijke pensioen is het belangrijk dat een deelnemer geen onbezonnen beslissingen neemt. Zo moet de pensioenuitvoerder er voor waken, dat de deelnemer niet vlak voor pensioendatum al zijn pensioengelden in een zeer risicovol beleggingsfonds wil storten. Dat soort acties kan wel als de beleggingshorizon nog ver is, maar als die dichterbij komt moet er steeds defensiever belegd worden.

Ook de jurisprudentie onderstreept deze wetgeving. Met enige regelmaat zijn er uitspraken te lezen waarin de (tussenpersoon van de) verzekeraar aansprakelijk en verantwoordelijk wordt gehouden voor de door de deelnemer gekozen beleggingsprofielen. Het zogenaamde ‘know your customer’-beginsel, wat moet worden nageleefd: grofweg geldt dat een analyse moet worden gemaakt van de klant, zijn situatie, zijn wensen en zijn vooruitzichten. En daarover moet de deelnemer ook voortdurend worden geadviseerd en geïnformeerd en indien daar aanleiding toe is, ook in worden gewaarschuwd.

Onderzoek door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft echter aangetoond, dat er nog steeds onvoldoende invulling wordt gegeven aan deze zorgplicht door de pensioenuitvoerders, maar ook door het intermediair. Met name het opstellen van het klantprofiel en het adviseren van de deelnemer is nog onder de maat. Op een schaal van 100 wordt slechts een score van 64 gehaald. Dat is dus maar een mager zesje.

De AFM heeft wel mogelijkheden om formele maatregelen te treffen, maar gaat daar op dit moment nog niet toe over. Men wil eerst de pensioenuitvoerders nog een extra kans geven hun score ‘op te halen’.

De primaire verantwoordelijkheid om een goede invulling te geven aan de wettelijke zorgplicht ligt bij de pensioenuitvoerders. Echter hier is ook een taak weggelegd voor de werkgever. Het is immers niet wenselijk dat bij een belangrijke arbeidsvoorwaarde als pensioen verkeerde verwachtingen worden gewekt.

Een pensioenregeling, waarin keuzemogelijkheden zijn opgenomen, verplicht een werkgever tot voorlichten, dat vloeit eenvoudigweg rechtstreeks uit de wet voort. In de Pensioenwet is vastgelegd dat de werkgever én de pensioenuitvoerder de deelnemer aan de pensioenregeling adequaat van informatie moeten voorzien. En dan ook nog in heldere en voor de deelnemer begrijpelijke bewoordingen.

Niet alleen geldt de zorgplicht voor wat betreft de al genoemde beleggingskeuzes, maar bijvoorbeeld ook ter zake het wel of niet verzekeren van een nabestaandenpensioen of de hoogte van het nabestaandenpensioen. Keuzes die worden gemaakt bij de start van de deelname. Maar de omstandigheden blijven gedurende de duur van het dienstverband niet onveranderd. Zo kan het zijn dat de gezinssamenstelling verandert, de financiële situatie wijzigt of gewoon de behoefte aan verzekeren.

Een tekortschieten in de zorgplicht kan in voorkomende gevallen gemakkelijk leiden tot een aansprakelijkheidsstelling door een (ex-)partner of kind van de inmiddels overleden (gewezen) werknemer. De spreekwoordelijke huilende weduwe aan de poort.

De werkgever dient derhalve zorgvuldig te werk te gaan. Zo moet op het keuzemoment duidelijk gemaakt worden wat de keuzes precies inhouden en wat de consequenties daarvan zijn.

Daarbij is het wettelijk vereist dat wanneer een pensioenregeling voorziet in een verplicht nabestaandenpensioen, het niet kiezen voor een dergelijk pensioen de toestemming (handtekening) van de partner vereist.

Voorts dient in het oog te worden gehouden, dat de werkgever de werknemer periodiek moet inlichten over de bij de werkgever bekende persoonlijke (gezins)gegevens en de door de werknemer gemaakte keuzes. Hierbij vermeldt de werkgever tevens de door de werknemer gemaakte keuzes en de consequenties ervan en de mogelijkheden om deze keuzes aan te passen. Ook dan is er dus weer een zorgplichtmoment. En daarnaast moet de werkgever de werknemer ook binnen de pensioenregeling zelf tegen zichzelf in bescherming nemen door bijvoorbeeld niet toe te staan dat op een bepaalde leeftijd nog een bepaalde risicovolle keuze wordt gemaakt. Maar daar ligt dan wel al weer snel een strijdig belang met de Wet Gelijke Behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid…..Conclusie is wel, dat de werkgever zijn verantwoordelijkheden niet mag ontlopen, dus (schriftelijk!) waarschuwen lijkt dan in elk geval noodzakelijk.

Mw. mr. Henny van den Hurk, advocaat/partner Gommer & Partners Pensioen Advocaten te Tilburg. 

Reageer