Artikel Loonzaken: Pensioen, altijd in klinkende munt?

De pensioenuitkering wordt steeds in geld uitbetaald. Is dat nog wel van deze tijd of sterker nog is dat nog wel van de toekomstige tijd ?

In zijn brief van 7 juli 2009 heeft Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een nadere verkenning gegeven van de mogelijkheden voor het aanbieden van pensioen in natura in de tweede pijler.

Het Nederlandse stelsel van oudedagsvoorzieningen kent drie pijlers. De eerste pijler is gebaseerd op de wettelijke voorziening door de overheid getroffen: de AOW. Normaliter bouw je vanaf je 15e jaar op voor de AOW. Bij vestiging in het buitenland kan het zijn dat daar een breuk in optreedt, maar dat is afhankelijk van de specifieke situatie en gaat het bestek van dit artikel te buiten.

De tweede pijler is de pensioenvoorziening tussen werkgever en werknemer. De in die relatie gemaakte afspraken over de opbouw van pensioen of oudedagsvoorziening worden de afspraken in de tweede pijler genoemd.

Tenslotte is er dan nog de derde pijler. Dat zijn de privé voorzieningen die iedereen voor zichzelf kan treffen. Denk daar bij aan varianten als sparen bij de bank, sparen in een oude sok of lijfrenteverzekeringen.

De derde pijler kan ook een meer ‘zakelijk’ en minder ‘privé’ karakter krijgen, omdat dit ook de aangewezen weg is voor degenen die niet in loondienst zijn, maar wel pensioen willen opbouwen. Denk bijvoorbeeld aan een ZZP-er. Die heeft vaak een eenmanszaak en geen vennootschap waar hij of zij in dienst kan zijn. Dan is men aangewezen op de opbouw in de derde pijler.

Gebruikelijk is dat pensioen, vanaf de datum van ingang, wordt uitgekeerd in de vorm van periodieke betalingen, in geld. Maar tijden veranderen en er klinken steeds meer geluiden om pensioen niet alleen in geld te genieten, maar ook in natura. Waarom ook eigenlijk niet ? Loon kan immers ook (al dan niet deels) in natura worden uitbetaald. In de wet is opgenomen dat kost en inwoning door de werkgever verstrekt als vormen van loon in natura hebben te gelden. In de Nieuwe Pensioenwereld, waar we toch met z’n allen naar toegaan, zal pensioen in natura een geaccepteerd en afgewogen verschijnsel worden. Het past ook in het denkbeeld van voorzieningen ‘op maat’.

Pensioen in natura houdt in dat mensen hun pensioenuitkering niet meer in geld hoeven te ontvangen, maar bijvoorbeeld in zorg(-verstrekkingen) of in woonservice c.q. -diensten. Het voordeel kan zijn dat mensen dan bij dezelfde instantie kunnen zijn voor pensioen én zorg. Pensioen in natura kan ook aan de orde zijn als concept voor het omgaan met de vergrijzing in Nederland. Een onderdeel van het nieuwe pensioen-denken.

Door de toenemende vergrijzing zullen namelijk steeds meer mensen in hun laatste levensjaren een groter beroep doen op de gezondheidszorg. Niet alleen de overheid dient daar op in te spelen. In de Pensioenwet is een grotere verantwoordelijkheid toebedeeld aan de werknemers en werkgevers. Ook werkgevers moeten gaan bezien in hoeverre zijn alternatieve betalingen van pensioen in de toekomst kunnen gaan inzetten. Uiteraard zodra het wettelijk kader daar voor geschapen is. Pensioen wordt dan minder een kostenpost en als gevolg daarvan een investeringsplaats. Investering in de werknemers.

Voorlopig is het pensioen in natura echter nog een beetje toekomstmuziek. De conclusie van de verkenning van Minister Donner, is dat pensioen in natura op dit moment (nog) niet binnen de tweede pijler kan worden uitgevoerd. Op grond van Pensioenwet is pensioen in natura nu nog verboden. De Pensioenwet schrijft nog expliciet voor, dat pensioenuitkeringen van geldelijke aard moeten zijn. Echter een ruimere uitleg van het begrip ‘geldelijk’ kan al tot een andere conclusie leiden. Ook kunnen pensioenfondsen op grond van de taak- en productafbakening echter nog geen pensioen in natura aanbieden. Dat zou op dit moment voorts leiden tot mogelijk oneerlijke concurrentie met verzekeraars en andere aanbieders in bijvoorbeeld de zorg- en woningmarkt. Immers de pensioenfondsen zitten wel boven op de markt, op de potentiële klanten van zorg en wonen.

Niet uit het oog moet worden verloren, dat de uitvoering van pensioen in natura ook risico’s met zich mee kan brengen die het al jaren gehuldigde stelsel van solidariteit en collectiviteit aardig onder druk kunnen zetten. Kenmerk is immers dat op grond van de toezichtregels voor de pensioenuitvoerders en de regels voor het aanhouden van buffers van de pensioenfondsen de inschatting van risico’s noodzakelijk is. De risico’s van overlijden zijn wel in te schatten, maar de risico’s dat iemand op termijn ziek gaat worden en behoefte heeft aan bijvoorbeeld zorg (en hoe intensief moet die zorg dan zijn ?) zijn moeilijk in te schatten en dus moeilijk mee te nemen in de dekking.

En ook zal er, voordat het pensioen in natura realiteit kan worden, aandacht moeten worden besteed aan de vraag of mensen in staat zijn een inschatting te maken van wat ze willen na hun pensionering op het gebied van bijvoorbeeld zorg en wonen. Anderzijds is het ook mogelijk om natuurlijk het pensioen deels voor het ene of het andere uit te ruilen. Wettelijk gezien kunnen mensen nu op hun pensioendatum ook al kiezen voor uitruil van bijvoorbeeld ouderdomspensioen in een stukje nabestaandenpensioen of omgekeerd.

De conclusie luidt dan ook, dat pensioen in natura voorlopig toekomstmuziek lijkt. Er zijn nog een aanzienlijk aantal ‘hobbels’ te nemen voor het zover kan zijn, maar het is zeer wel denkbaar dat pensioen in natura op niet al te lange termijn toch een alternatief, een keuze gaat worden. De mogelijkheden zijn er.

Mw. mr. Henny van den Hurk, advocaat/partners Gommer & Partners Pensioen Advocaten te Tilburg.

Reageer